Wanneer Vermogensbelasting Betalen 2023?

Wanneer Vermogensbelasting Betalen 2023
Vermogensbelasting (box 3) 2023: dit zijn de nieuwe regels en tarieven, Voor schulden geldt een zg. drempelbedrag. Dit bedrag mag u niet aftrekken van uw bezittingen. Voor 2023 is dat € 3.400, Heeft u een fiscale partner dan is het € 6.800, dus het dubbele.

  1. Belastingschulden mag u niet aftrekken van uw bezittingen.
  2. Hierop zijn wel enkele uitzonderingen. Lees,
  3. Box 3 kent een heffingsvrij vermogen.
  4. Over dit deel betaalt u geen vermogensbelasting.
  5. Het heffingsvrij vermogen is dit jaar flink omhoog gegaan, in 2022 was het nog € 50.650.
  6. Voor 2023 is dat € 57.000.

Heeft u een fiscaal partner, dan is de gezamenlijke vrijstelling tweemaal dit bedrag, dus € 114.000. U betaalt dus pas vermogensbelasting als u méér vermogen heeft dan het heffingsvrije deel. Stel u bent alleenverdiener (u heeft geen fiscale partner) en heeft € 100.000 vermogen, dan wordt de vermogensbelasting berekend over het rendement dat u behaalde op € 100.000 – € 57.000 = € 43.000.

  1. Die € 43.000 heet dan de ‘grondslag sparen en beleggen’.
  2. Wie groen spaart en/of groen belegt, komt in 2023 in aanmerking voor een hoger heffingsvrij vermogen van maximaal € 65.072 (voor fiscaal partners samen € 130.144).
  3. Ook heeft u recht op een extra heffingskorting van 0,7% van het bedrag van uw vrijstelling.

Heeft u minderjarige kinderen met groen spaargeld of groene beleggingen? Ook dat speelt mee. Meer weten? Bekijk hier de precieze, Wanneer Vermogensbelasting Betalen 2023 In december 2021 heeft de Hoge Raad de Belastingdienst teruggefloten. De manier waarop de vermogensrendementsheffing werd berekend kon juridisch niet door de beugel. Daarom wordt nu een andere methode gebruikt. Hieronder ziet u een voorbeeld voor 2023. Voor 2023 zijn de toe te passen rendementspercentages: Spaargeld: 0,36% Beleggingen en andere bezittingen: 6,17% Schulden: 2,57% De nieuwe rekenmethode is veel complexer dan de oude.

Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4 Stap 5

Bereken belastbaar rendement. Rendementspercentages in 2023 zijn: 0,36% voor spaargeld, 6,17% voor beleggingen en andere bezittingen, 2,57% voor schulden.A. Belastbaar rendement per soort vermogen: Spaargeld: € 100.000 x 0,36% = € 360 Beleggingen: € 150.000 x 6,17% = € 9.255 Totaal positief rendement € 360 + € 9.255 = € 9.615 B.

Aftrekbare schulden: € 50.000 – de aftrekbare drempel van € 6.800 (€ 3.400 per persoon) = € 43.200. Negatief ‘rendement’ op aftrekbare schulden: € 43.200 x 2,57% = € 1.111. Bereken A – B Belastbaar rendement is € 9.615 – € 1.111 = € 8.504 Vervolgens berekent u het gezamenlijke vermogen en op basis daarvan de grondslag voor de vermogensbelasting: Bezittingen: € 100.000 + € 150.000 = € 250.000 Aftrekbare schulden: € 43.200 Vermogen: € 250.000 – € 43.200 = € 206.800 (dit is de rendementsgrondslag) Bereken de grondslag sparen en beleggen De grondslag sparen en beleggen is de rendementsgrondslag verminderd met het heffingsvrij vermogen.

Het heffingsvrij vermogen is in 2023 € 57.000 per persoon. Dus in dit voorbeeld € 114.000. De berekening is dan € 206.800 – € 114.000 = € 92.800. Dit geeft u dan op bij de aangifte. Bereken uw aandeel in de rendementsgrondslag Deel uw grondslag sparen en beleggen door de rendementsgrondslag.

  1. Vermenigvuldig de uitkomst met 100.
  2. Rond af op 2 decimalen achter de komma.
  3. De grondslag sparen en beleggen is dan: € 92.800 / rendementsgrondslag uit stap 2: € 206.800 = 0,4487 x 100 = 44,87% Bereken het voordeel uit sparen en beleggen.
  4. Dit is het belastbaar rendement maal het percentage uit stap 4.
  5. Dus: € 8.504 x 44,87% = € 3.815.

Dit bedrag wordt in 2023 belast met 32%. De te betalen vermogensbelasting is dan € 3.815 x 32% = € 1.220. De Belastingdienst heeft een rekentool voor box-3 inkomen : Vermogensbelasting (box 3) 2023: dit zijn de nieuwe regels en tarieven

Hoeveel geld mag je belastingvrij hebben in 2023?

Vrijstellingen fors omhoog – Vanwege de brede maatschappelijke onvrede over de spaartaks – wel belasting, ook als je geen rente ontvangt –, wordt het heffingsvrije vermogen (de belastinggrens op spaargeld) steeds verder naar boven bijgesteld, De belastinggrens op spaargeld voor 2021 werd al verhoogd naar € 50.000 voor alleenstaanden,

  1. Bij fiscale partners (echtpaar, geregistreerd partnerschap) is dit bedrag twee keer zo hoog.
  2. In dit geval is het dus voor de gezamenlijke aangifte € 100.000,
  3. In 2020 bedroeg de vrijstelling € 30.846, of € 61.692 voor fiscale partners.
  4. Voor fiscaal jaar 2022 werd slechts een aanpassing aan de inflatie doorgevoerd.

De vrijstelling voor het spaarbedrag, dus het maximum spaargeld 2022, is verhoogd naar € 50.650, of € 101.300 voor fiscale partners, Oorspronkelijk was het idee dat dit voor 2023 nogmaals omhoog zou gaan, naar € 80.000 (per fiscale partner). Dit is nu van de baan.

Hoe wordt uitgeleend geld belast in 2023?

De vermogensrendementsheffing is de officiële benaming voor de belasting over je vermogen. De Belastingdienst verwacht dat je met dit vermogen (spaargeld en beleggingen) een bepaald rendement haalt. Over dit (veronderstelde) rendement heft de Belastingdienst over 2022 31% ( 32% in 2023 ) belasting.

Wat gaat er in 2023 veranderen in box 3?

Tarieven en heffingsvrij vermogen – Het tarief in box 3 wordt jaarlijks verhoogd. Ook het heffingsvrij vermogen is per 2023 omhoog gegaan. Tip! Houd rekening met hoger heffingsvrij vermogen. Het heffingsvrije vermogen in box 3 is in 2023 verhoogd naar € 57.000 (was €56.650 in 2022).

Hoeveel belasting betaal je boven de 100.000 euro spaargeld?

Hoe werkt de vermogensrendementsheffing? – De vermogensrendementsheffing hanteert een forfaitair rendement. Hierbij is sinds 2023 de berekening veranderd. In de jaren 2017 tot en met 2022 werd het box-3 inkomen berekend met de oude methode. Zo zijn de rendementpercentages van 2023 vastgesteld:

Bank- en spaartegoeden en contant geld: 0,36%Beleggingen/andere bezittingen: 6,17%Schulden: 2,57%

Over je box 3-inkomen betaal je in 2023 32% belasting. De oude situatie vanaf 2022 was namelijk:

Schijf 1 (€50.001 – €100.000): 0,59% belasting over het vermogen in deze schijf.Schijf 2 (€100.001 – €1.000.000): 1,40% belasting over het vermogen in deze schijf.En Schijf 3 (vanaf €1.000.001): 1,76% belasting over het vermogen in deze schijf.

Hoeveel geld mag je hebben op 1 januari 2023?

Veelgestelde vragen – Wat is het heffingsvrije vermogen in 2023? Het heffingsvrij vermogen voor 2023 waarover geen vermogensbelasting betaald hoeft te worden is €57.000 per persoon. Bij fiscale partners is in 2023 het totale heffingsvrije vermogen €114.000.

Wat is de peildatum voor de vermogensbelasting? Als je in 2024 belastingaangifte doet over 2023, geldt voor de bepaling van de vermogensbelasting over 2023 de omvang van je vermogen op 1 januari 2023. Wil jij, net als ruim 13.000 anderen, een e-mail ontvangen zodra er een nieuwe post verschijnt en het FOB huishoudboekje 2023 kado? De informatie op deze site is mijn persoonlijke mening, geen beleggingsadvies en je blijft zelf verantwoordelijk bij opvolgen ervan.

Let op: beleggen gaat gepaard met risico’s, je kunt je inleg (deels) verliezen. Blauw onderstreepte links met kunnen mij een vergoeding opleveren voor het doorverwijzen. Dit kost jou niets. Reacties kunnen worden gemodereerd of verwijderd.

Hoeveel ga ik er op vooruit in 2023 berekenen?

Hoeveel minder box 1 belasting gaat u betalen in 2023? Gaat u er in 2023 op vooruit? Wanneer Vermogensbelasting Betalen 2023 In 2023 daalt het tarief van de eerste schijf van de box 1 inkomstenbelasting van 37,07% naar 36,93%. Het hoge tarief blijft 49,5%. Tegelijk stijgen de algemene heffingskorting en arbeidskorting. Iedereen gaat daardoor (iets) minder belasting betalen in box 1.

Een onderdeel van het plan om de belasting op inkomen uit arbeid, ondernemen en vermogen meer gelijk te trekken. U kunt het verschil berekenen als u werkt in loondienst, een uitkering heeft, met (pre)pensioen bent, zzp’ers / IB-ondernemer of DGA bent. Daarnaast kunt u ook de eigen woning en auto (en/of fiets) van de zaak meenemen in de berekening.

Bereken hier zelf hoe uw te betalen inkomstenbelasting verandert in 2023 t.o.v.2022. Om welk soort inkomen gaat het? Kies:

  • in loondienst – Als u in loondienst bent bij een werkgever.
  • uitkering (WW / WIA / bijstand) – Als u een uitkering ontvangt, zoals WW, WIA (of WAO), bijstand, etc. U bent nog niet met pensioen.
  • AOW / pensioen – Als u met pensioen bent en AOW en/of pensioen ontvangt.
  • VUT / prepensioen – Als u een VUT en/of prepensioen uitkering ontvangt.
  • zzp’er / ib-ondernemer – Als u zzp’er bent of ondernemer voor de inkomstenbelasting.
  • DGA (directeur eigen bv) – Als u als DGA inkomen ontvangt uit uw eigen bv.
See also:  Wanneer Cao Gemeenten 2023?

Opmerkingen:

  1. De berekening gaat ervan uit dat u de AOW-leeftijd nog niet bereikt (heeft) in 2022 en 2023, tenzij u ‘AOW / pensioen’ kiest. Dan gaat de berekening ervan uit dat u in 2022 en 2023 de AOW-leeftijd al gepasseerd bent.
  2. Het soort inkomen bepaalt ook welke inkomensafhankelijke heffingskortingen van toepassing zijn. Deze worden meegenomen in de berekening.

Bruto jaarinkomen uit werk of uitkering(en), inclusief vakantiegeld, eventuele 13e maand, eindejaarsuitkering, bonus, etc. Met de – knop kunt u het jaarinkomen berekenen. Auto en/of fiets van de zaak Heeft u een auto en/of fiets van de zaak? Andere aftrekposten in box 1 Eventuele andere aftrekposten in box 1, zoals betaalde alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen, zorgkosten, studiekosten, giften aan goede doelen, etc.

Hoe kan ik vermogensbelasting ontwijken?

2. Fiscaal sparen of beleggen – Een manier op de belasting op vermogen te omzeilen is door fiscaal vermogen op te bouwen in box 1 in plaats van box 3. Dit kan bijvoorbeeld met Axento Pensioenbeleggen, Met pensioenbeleggen beleg je via een lijfrenterekening,

Hoeveel belasting betaal je over 500.000 euro spaargeld?

Over de eerste €50.000 betaalt u geen belasting. Over de resterende 50.000 euro betaalt u 0,59%.

Hoeveel belasting betalen je over uitgeleend geld?

Ook uitgeleend geld en andere vorderingen vallen onder de vermogenscategorie ‘alle overige bezittingen’ en worden dus ook geacht te renderen tegen ± 5,5%.

Hoeveel belasting box 3 2026?

Pas in 2026 spaartaks op basis van werkelijk rendement De meer realistische manier van belasting heffen over sparen en beleggen in box 3 wordt met een jaar uitgesteld. Invoering per 2025, uit het regeerakkoord, blijkt niet haalbaar. Wie nu spaargeld in box 3 heeft, of krijgt, betaalt daarover tot 2026 vrijwel geen belasting.

Voor de schatkist betekent dit uitstel een tegenvaller van € 385 miljoen. Anderzijds gaat het kabinet minder compensatie betalen, want wie geen of te laat bezwaar maakte tegen de ‘forfaitaire’ heffing vist achter het net. Zo’n 60.000 huishoudens maakten de afgelopen jaren bezwaar tegen het belasten van hun vermogen op basis van een ‘fictief rendement’.

Met de sterk gedaalde, en soms zelfs negatieve rente leverde hun spaargeld veel minder op dan waarover ze werden aangeslagen. Eind 2021 stelde de Hoge Raad hen in het gelijk: deze vorm van belastingheffing is in strijd met Europese regels. Daarbij werd ook bepaald dat de overheid alleen mensen hoeft te compenseren die op tijd protest hadden aangetekend.

  • Toch sloot staatssecretaris van Rij dit voorjaar een bredere tegemoetkoming niet uit.
  • Toch geen brede compensatie Vooruitlopend op nadere berichten hierover op Prinsjesdag melden ‘Haagse bronnen’ dat die brede compensatie er toch niet in zit.
  • Hoe zuur ook voor wie niet tijdig aan de bel trok, het kabinet komt alleen de 60.000 bezwaar­makers tegemoet.

Kosten voor de schatkist: € 2,1 miljard. Een ruimhartige geste richting andere vermogenden zou miljarden extra vergen. Dat geld besteedt het Kabinet liever aan een pakket maatregelen om volgend jaar de koopkracht te stutten, nu de inflatie onlangs een recordhoogte bereikte. Marnix van Rij, staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst Overbruggingsmaatregel Na de uitspraak van de Hoge Raad onderzochten consultants van Capgemini hoe snel een goede wetgeving kan worden ingevoerd. Ook keek men hoeveel tijd het vergt de computer­systemen bij de Belastingdienst te moderniseren, inclusief koppelingen met banken en verzekeraars.

  • Deze zijn nodig om het werkelijke rendement per belasting­plichtige te bepalen.
  • Conclusie is dat invoering per 2025 niet realistisch is.
  • Ondertussen werkt ‘Financiën’ een tijdelijk systeem uit.
  • Men kiest niet voor de ingewikkelder ‘vermogens­variant’, maar voor de ‘spaarvariant’.
  • Daarbij wordt alleen het werkelijk rendement op spaargeld in box-3 benaderd, het andere vermogen blijft belast als eerder.

De belastingheffing bij de ‘spaarvariant’ gaat als volgt:

Spaargeld volgt de actuele spaarrente: 0,25% in 2017 aflopend tot ca.0% in 2021 Schulden volgen de hypotheekrente: van ruim 3% in 2017 naar iets minder 2,5% in 2021 Overige bezittingen blijven gelijk belast als voorheen: via het meerjarige gemiddeld rendement voor beleggingen (obligaties, aandelen en onroerend goed)

Voor bezwaarmakers gaat deze maatregel terug tot 2017. Als algemene maatregel geldt hij voor de belastingaanslagen 2021 en 2022. En voorlopig dus tot en met 2025. Niet uit te sluiten valt dat de rente op spaargeld weer iets oploopt, gezien de rentebesluiten van de Europese Centrale Bank.

De spaartaks verwijst naar de vermogens­rendements­heffing in box 3. Wie meer dan € 50.000 vermogen heeft — of € 100.000 met een fiscaal partner — betaalt daarover, boven deze vrijstelling, belasting. Sinds 2017 mocht de Belastingdienst zich daarbij baseren op een fictief rendement. Alleen kreeg je de laatste jaren praktisch niets voor geld op een spaarrekening.

Ging dat om bedragen boven de vrijstelling dan betaalde je in feite teveel belasting. Wie daartegen bezwaar maakten moest de Belastingdienst vóór 24 augustus compenseren. Vanaf 2026 heffing over werkelijk rendement Alles wat momenteel in box 3 valt — zoals spaargeld, schulden, aandelen en vastgoed — blijft ook na 2025 in box 3.

reguliere inkomsten, zoals rente, dividend, huur en pacht minus de kosten, en de waardeontwikkeling van vermogens­bestanddelen, zoals koerswinst of koersverlies van aandelen en de waardestijging of -daling van onroerend goed

Onroerend goed De inkomsten zoals huur en pacht uit onroerende zaken worden in het nieuwe stelsel naar het werkelijke rendement belast. Voor het jaarlijks meer of minder waard worden van het vastgoed kan dat nog niet tijdig, exact worden bepaald. Ook niet in 2026.

De WOZ-beschikking komt daarvoor te laat. Daarom zal men dit aspect vooralsnog forfaitair benaderen. Zodra mogelijk wordt overgestapt op een heffing op grond van werkelijk rendement. Andere vermogensbestanddelen Ontvangen en betaalde rente op schulden gaan tot het box 3-inkomen behoren, evenals waardemutaties hierin, bijvoorbeeld door kwijtschelding, valuta­verschillen of op- of afwaardering.

Dat laatste alleen bij de schuldeiser trouwens. Over zaken als het verrekenen van box 3-verliezen en winsten, heffingsvrij vermogen en de hoogte en vorm van de tarieven (een vlaktaks of progressief tarief) zullen nog nadere besluiten genomen worden. Bron: de Nationale Hypotheekbond Hoewel aan de samenstelling van dit nieuwsbericht uiterste zorg is besteed, sluiten de samenstellers iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van deze informatie : Pas in 2026 spaartaks op basis van werkelijk rendement

Hoeveel vermogen belastingvrij 2024?

Veelgestelde vragen – Wat is het heffingsvrije vermogen in 2024? Het heffingsvrij vermogen voor 2024 waarover geen vermogensbelasting betaald hoeft te worden is waarschijnlijk ongeveer €57.000 per persoon. Bij fiscale partners is dan het totale heffingsvrije vermogen €114.000.

  1. Wat is de peildatum voor de vermogensbelasting? Als je in 2025 belastingaangifte doet over 2024, geldt voor de bepaling van de vermogensbelasting over 2024 de omvang van je vermogen op 1 januari 2024.
  2. Wil jij, net als ruim 13.000 anderen, een e-mail ontvangen zodra er een nieuwe post verschijnt en het FOB huishoudboekje 2023 kado? De informatie op deze site is mijn persoonlijke mening, geen beleggingsadvies en je blijft zelf verantwoordelijk bij opvolgen ervan.

Let op: beleggen gaat gepaard met risico’s, je kunt je inleg (deels) verliezen. Blauw onderstreepte links met kunnen mij een vergoeding opleveren voor het doorverwijzen. Dit kost jou niets. Reacties kunnen worden gemodereerd of verwijderd.

Welke datum voor box 3?

Op 20 december 2022 nam de Eerste Kamer de ‘Overbruggingswet box 3’ aan. Deze wet regelt de box 3-heffing over de jaren 2023 tot en met 2025.

Hoeveel belasting betaal je over 200.000 euro spaargeld 2023?

Over uw belastbaar inkomen uit vermogen betaalt u belasting. Wij gaan ervan uit dat u een voordeel hebt uit uw grondslag sparen en beleggen, Over dit voordeel betaalt u vanaf 2023 32% inkomstenbelasting. In 2022 en 2021 is dat 31% inkomstenbelasting.

Hoeveel belasting over 120000 spaargeld?

Een rekenvoorbeeld over 2021 – Mevrouw Jansen heeft op 1 januari 2021 de volgende bezittingen in box 3: € 100.000,- spaargeld en € 100.000,- beleggingen. Het heffingsvrij vermogen 2021 in was € 50.000,-. De nieuwe berekening van de box 3-heffing is in dit geval:

  • Totaal rendement: € 100.000,- * 0,01% + € 100.000,- * 5,69% = € 5.700,-
  • Vermogen: € 100.000,- + € 100.000,- = € 200.000,-
  • Grondslag sparen & beleggen: € 200.000,- -/- € 50.000,- = € 150.000,-
  • Rendementspercentage: € 5.700,- / € 200.000,- = 2,85%
  • Voordeel uit sparen en beleggen: 2,85% * € 150.000,- = € 4.275,-
  • Te betalen belasting in box 3: € 4.275,- x 31% = € 1.325,-
See also:  Wanneer Komt De Playstation 5 Weer Op Voorraad 2022?

De oude berekening van de box-3 heffing ging uit van een vaste verdeling van je vermogen tussen sparen en beleggen. De vaste vermogensmix. Dit zie je in de tabel hieronder. Voor sparen werd een fictief rendement van 0,03% gehanteerd en voor beleggen 5,69%.

Schijf Bedragen Vaste vermogensmix
Schijf 1 € 0,- tot € 100.000,- 67% sparen en 33% beleggen
Schijf 2 € 100.000,- tot € 1.000.000,- 21% sparen en 79% beleggen
Schijf 3 meer dan € 1.000.000,- 100% beleggen

De oude berekening is dus in dit geval:

  • Grondslag sparen: 67% * (€ 100.000,- -/- € 50.000,-) + 21% * € 100.000,- = € 54.500,-
  • Grondslag beleggen: 33% (€ 100.000,- -/- € 50.000,-) + 79% * € 100.000,- = € 96.000,-
  • Fictief rendement sparen = 0,03% * € 54.500,- = € 16,35
  • Fictief rendement beleggen = 5,69% * € 96.000,- = € 5.433,95
  • Voordeel uit sparen en beleggen = € 16,35 + € 5.433,95 = € 5.450,30
  • Te betalen belasting in box 3 = € 5.450,30 * 31% = € 1.689,-

Het voordeel uit sparen en beleggen in de nieuwe berekening is dus lager dan volgens de oude berekening. Daarom wordt het berekende voordeel uit sparen en beleggen voor mevrouw Jansen door de Belastingdienst vastgesteld op het lagere voordeel van € 4.275,-. Ze betaalt dus € 1.325,- vermogensbelasting over 2021.

Is 50000 veel spaargeld?

Hoeveel spaart het gemiddelde Nederlandse huishouden ? – Een gemiddeld Nederlands huishouden had aan het begin van 2022 ongeveer € 50.000 aan spaargeld. Dit klinkt als een flinke som. Toch had 20% van de huishoudens in 2012 nog helemaal geen buffer en 20% een te kleine buffer voor hun salaris en leefomstandigheden.

Van alle huishoudens viel voor 40% dus te zeggen dat ze hun spaarzaakjes nog niet op orde hadden, Hoeveel moet je nu eigenlijk sparen ? En wanneer is een buffer voldoende? Dit hangt voornamelijk af van je huishouden en persoonlijke situatie. Als het gaat om hoeveel je moet sparen per maand, adviseert Nibud minstens tien procent van je nettoloon.

Uiteindelijk is het verstandig om een buffer van ten minste drie maanden op te bouwen, en daarnaast een onverwachte kostenpost van ongeveer € 1000.

Is 3000 euro bruto Een goed salaris?

Is 3000 bruto per maand veel? – Modaal Salaris Nederland 2023 – Het modale salaris is het salaris dat het vaakst voorkomt. Het modale salaris betreft dus de gemiddeld betaalde banen. Het modale salaris in 2023 is € 40.000,- per jaar. Dat is ruim € 3000,- bruto per maand.

Hoeveel belasting betaal je over 100.000 euro spaargeld 2023?

Over uw belastbaar inkomen uit vermogen betaalt u belasting. Wij gaan ervan uit dat u een voordeel hebt uit uw grondslag sparen en beleggen, Over dit voordeel betaalt u vanaf 2023 32% inkomstenbelasting. In 2022 en 2021 is dat 31% inkomstenbelasting.

Wat kun je het beste doen met 100.000 euro?

Wat doet u het best met uw spaargeld? Wat doet u het best als u over 50.000 euro spaargeld beschikt? Wat met 100.000 euro, 250.000 euro of 500.000 euro? Knack vroeg het aan vier beleggingsadviseurs. ‘Pas als u over een spaarpot beschikt die richting 1 miljoen euro gaat, zou ik een tweede verblijf in binnen- of buitenland overwegen.’ Ook in 2023 blijft de toekomst onvoorspelbaar.

Hoe zal de oorlog in Oekraïne evolueren? Komen er onderhandelingen of wordt er verder gevochten? Breidt het conflict zich uit en raken meer landen erbij betrokken? En wat betekent dat voor onze financiële zekerheid, voor ons spaargeld? Wat doen we nu het best? ‘Uiteraard is het een onzekere tijd, maar is het ooit anders geweest?’ countert Erik Joly, hoofdeconoom van ABN Amro Private Banking.

‘Wanneer je er de recente en minder recente geschiedenis op naslaat, zie je dat er altijd wel ergens een reden is om je zorgen te maken.’ Pierre Huylenbroeck, oud-hoofdredacteur van zakenkrant De Tijd en nu uitgever van het beleggersblad Mister Market Magazine, knikt: ‘Ik bestudeer de financiële markten al ruim dertig jaar en de allereerste keer dat we ons redelijk «zeker» voelden aan het begin van een beursjaar moet ik nog meemaken.

Het is inderdaad altijd wel iets. Nu is het Vladimir Poetin en Oekraïne, twee jaar geleden was het corona, nog eerder waren het Donald Trump, China, Noord-Korea, de terreuraanslagen, de eurocrisis, de financiële crisis enzoverder.’ ‘Het heeft geen zin om een beleggingsstrategie aan te passen aan economische en/of geopolitieke verwachtingen’, vervolgt Huylenbroeck.

‘Wat de Russische president Poetin doet, is nu al dramatisch en kan inderdaad nog escaleren. Voorts kan de Chinese president Xi Jinping Taiwan aanvallen, kan de olieprijs verdubbelen en kunnen de bedrijfswinsten versmacht worden. Dat zijn de known unknowns, de gekende onbekenden.

  1. Maar zoals altijd komt de grootste dreiging van de unknown unknowns, de ongekende onbekenden, de zwarte zwaan waarvan we het bestaan niet eens bevroeden.
  2. Onze fantasie schiet gewoon tekort om ons vandaag dé grote gebeurtenis van 2023 te kunnen voorstellen.’ ‘In elk geval mag de samenstelling van een beleggersportefeuille weinig of niet afhangen van zekere of onzekere tijden’, meent ook Danny Reweghs, directeur bij Moneytalk en de adviesbrief Inside Beleggen en beurscommentator bij Kanaal Z.

‘Beleggingen moeten altijd uitgaan van een langetermijnvisie, en dan krijg je altijd te maken met onzekere tijden.’ En zo zitten we al bij een eerste gulden regel: beleg op lange termijn. Daar hoort meteen een tweede gulden regel bij: ‘Beleg alleen met geld dat u de volgende vijf à zeven jaar niet nodig denkt te hebben’, zegt Etienne de Callataÿ, hoofdeconoom van Orcadia Asset Management.

Het mag u zeker geen slapeloze nachten bezorgen. U moet absoluut vermijden dat u uw beleggingen na een daling in paniek verkoopt. Paniek is altijd een slechte raadgever.’ Daarnaast zijn er nog een paar gulden regels. Zo spreidt u uw beleggingen het best op alle mogelijk manieren: investeer gespreid in de tijd, in meerdere sectoren en in verschillende regio’s.

Zo spreidt u het risico. En zorg er ook altijd voor dat u een ijzeren spaarreserve van zes maandlonen aan de kant heb staan, bij voorkeur op uw spaarboekje, waarop u in geval van onverwachte uitgaven (kosten aan de auto, een nieuwe wasmachine, hoge medische uitgaven) onmiddellijk kunt terugvallen.

  • Als u al die gulden regels volgt, wat is dan concreet de volgende stap? We bekijken het stapsgewijs, en bouwen op op basis van het spaarbedrag dat u ter beschikking hebt.
  • Als u 10.000 euro te beleggen hebt, is het belangrijk om heel voorzichtig te werk te gaan’, zegt Reweghs.
  • U kunt het zich niet veroorloven om veel verlies te lijden, en het bedrag is onvoldoende om te beleggen in individuele aandelen, obligaties of vastgoedinvesteringen.

Het accent ligt dus volledig op vermogensbehoud – tenminste, als u geen rekening houdt met de inflatie. Naast pensioensparen zou ik het geld daarom op kortlopende termijnrekeningen plaatsen.’ Met dat laatste is Joly het helemaal eens: ‘Kijk naar een kortlopende termijnrekening waar u uw geld één maand vastlegt.’ Terwijl u op een klassiek spaarboekje misschien 1 procent rente vangt, geeft een termijnrekening waar uw geld één maand vastzit 1,7 procent bruto.

De verwachting is dat de Europese Centrale Bank de rente nog zal optrekken, en dan zal ook de rente op de spaar- en termijnrekening mee stijgen. Natuurlijk, als de inflatie dit jaar zoals sommigen verwachten nog rond de 5 procent zal liggen, verliest u in reële termen nog altijd meer dan 3 procentpunt.

Daar staat tegenover dat een termijnrekening een vrij risicoloos product is en u redelijk snel aan uw geld kunt. Wie toch iets meer risico wenst te nemen, kan een defensief gemengd beleggingsfonds aankopen, met daarin zowel aandelen (waarmee u een stukje van een onderneming koopt en dus mede-eigenaar wordt) als obligaties (waarmee u aan een overheid of onderneming een lening verstrekt en dus schuldeiser wordt).

  • Banken bieden die fondsen in groten getale aan, maar let op voor de kosten die ze aanrekenen: de instap-, beheers- en uitstapkosten samen kunnen als snel oplopen tot 5 procent, en dat knabbelt natuurlijk aan uw rendement.
  • Een wijsheid van De Callataÿ: ‘In veel gevallen is duurder ook beter – denk aan auto’s, voeding of restaurants – maar dat geldt níét voor beleggingsfondsen.

Dure beheerders zijn gemiddeld genomen slechte beheerders.’ Voor u een beleggingsfonds aanschaft, kunt u de aankoop van een ETF (exchange traded fund) overwegen, beter bekend als ‘tracker’, Een tracker volgt een beursindex of een korf van aandelen als zijn schaduw.

Een tracker kunt u vlot kopen en verkopen, en de kosten liggen lager dan bij beleggingsfondsen. ‘Als u niet vies bent van risico, kijk dan eens naar een ETF op de wereldindex’, zegt Joly. ‘Maar onthoud daarbij dat u een deel van uw inleg kunt verliezen, aangezien een tracker mee evolueert met de beurs.’ Met 50.000 euro spaargeld is wat meer mogelijk, al ligt de klemtoon best nog altijd op het behoud van uw vermogen.

Joly: ‘Ik zou de kortlopende termijnrekening op één maand aanvullen met termijnrekeningen op drie, zes, negen en twaalf maanden, Zo creëert u een soort ladderconstructie met termijnrekeningen, en worden de spaarcenten ideaal gespreid om mee te gaan met de stijgende rente.’ Een termijnrekening op zes maanden brengt zo’n 2,35 procent bruto op, op twaalf maanden 2,7 procent.

  1. Nog altijd niet echt voldoende om de inflatie te kloppen.
  2. Reweghs gaat een heel eind mee en denkt daarnaast ook nog aan goud : ‘Dat blijft een buffer in crisistijd.
  3. Ik zou daar tot 5 procent van mijn portefeuille voor uittrekken.
  4. En ik zou fysiek goud aankopen en niet meteen investeren in goudmijnen, want dan loopt u weer een groter risico.’ Wie toch wat meer risico wil nemen, kan beter denken aan ‘een aantal individuele kortlopende obligaties in euro, bij voorkeur staatsleningen van landen als Duitsland, Nederland, Frankrijk, België’, meent Joly.

‘En naast de trackers op de wereldindex kan overwogen worden om met trackers bepaalde accenten te leggen, zoals aandelen uit de VS of de farmasector.’ Reweghs ziet in deze fase ook wel iets in vastgoedaandelen, waarbij u investeert in bedrijven die op hun beurt investeren in vastgoed.

  1. Het is dus beleggen in papieren vastgoed.
  2. Afhankelijk van welk vastgoedaandeel u koopt, investeert u in kantoorgebouwen, winkelcentra, rusthuizen enzovoort.
  3. Er noteren heel wat vastgoedvennootschappen op de beurs van Brussel, zoals Wereldhave, WDP, Xior, Cofinimmo.
  4. Ze zijn verplicht een groot deel van hun winst uit te keren aan de aandeelhouders.

Wie 100.000 euro spaargeld heeft, hoeft niet zoveel anders te doen dan iemand die 50.000 euro heeft. U blijft het best verder doen met pensioensparen. U blijft het geld plaatsen op termijnrekeningen, die u structureert via de ladderconstructie. U blijft verder investeren in individuele kortlopende obligaties in euro van debiteuren van uitstekende kwaliteit, bij voorkeur staatsleningen uit de kern van de eurozone, maar u kunt misschien ook al eens kijken naar bijvoorbeeld Italiaanse obligaties.

U blijft maximaal 5 procent van uw spaargeld aanhouden in fysiek goud. U overweegt de aankoop van meer vastgoedaandelen. En u blijft uw investeringen in trackers aanvullen. Mag het iets risicovoller? U kunt eraan denken aandelen te kopen van een of meer holdings, zeggen Joly en Reweghs. Holdings zijn vennootschappen die zelf niets produceren, het enige wat ze doen is in andere bedrijven investeren.

Ze maken winst dankzij de winst die deze bedrijven uitkeren (de dividenden) en met de meerwaarden die ze boeken als ze de participatie verkopen. Een holding is vaak het investeringsvehikel van een rijke familie die haar geld gediversifieerd belegt. Als u op de beurs een aandeel van een holding koopt, stapt u dus meteen in een brede, bestaande portefeuille en u profiteert mee van de ervaring en kennis van de familie achter de holding.

  • Op de Brusselse beurs zijn heel wat holdings genoteerd, zoals GBL, dat onder meer investeert in sportmerk Adidas, luierfabrikant Ontex en drank- en wijnproducent Pernod-Ricard.
  • Een andere holding is Ackermans & van Haren, dat bijvoorbeeld participeert in baggerbedrijf Deme maar ook in vermogensbankier Delen.

Holding Compagnie du Bois Sauvage is dan weer aandeelhouder van pralinefabrikant Neuhaus en heeft ook veel vastgoed in de VS en Europa. Maar ook buiten België zijn er natuurlijk interessante holdings. Het bekendst is allicht Berkshire Hathaway, de holding van de legendarische meesterbelegger Warren Buffett, die in New York noteert en aandelen heeft van Apple, Coca-Cola, Kraft Heinz enzovoort.

  • Met 250.000 euro achter de hand bewandelt u het best het pad verder dat u insloeg toen u 100.000 spaargeld had, al kunt u nu zeker de aankoop van individuele aandelen overwegen.
  • Selecteer gezonde ondernemingen die tegen forse onverwachte stoten kunnen’, zegt Huylenbroeck.
  • Schat hun waarde in, en vergelijk dat met de huidige koers.

Is dat gunstig? Kopen dan, met de bedoeling die aandelen héél lang bij te houden. Tracht zo weinig mogelijk transacties te doen, want elke transactie kost geld.’ Huylenbroeck heeft een handige strategie uitgestippeld voor het verkopen van een aandeel.

  • Als een aandeel fors stijgt, bijvoorbeeld het dubbele waard werd van de aankoopprijs, brengt u alles in stelling om een deel, pakweg 45 procent van dat pakket, te verkopen.
  • Zo houdt u winnaars in portefeuille, maar hebt u ook alvast het bedrag van de aankoop zo goed als gerecupereerd.
  • Durf dus nu en dan winst te nemen.’ Maar wat als de koers van een aandeel zakt? ‘Als een aandeel keldert tot minder dan 70 procent van de aankoopprijs doet u het hele pakket van de hand’, adviseert Huylenbroeck.

‘Durf dus ook uw verlies te pakken. Dat doet pijn, maar het is beter om door de zure appel heen te bijten dan te wachten tot hij helemaal rot is.’ ‘Natuurlijk is het bijzonder makkelijk om aandelen te kopen,’ zegt Reweghs, ‘maar vergeet niet dat u ze eerst goed moet bestuderen en daarna ook moet blijven opvolgen.

Dat is niet voor iedereen weggelegd, en niet iedereen is daar echt in geïnteresseerd. Zij kunnen aankloppen bij een vermogensbankier, een bank die gespecialiseerd is in het beheren van vermogens.’ Elke grootbank heeft vandaag wel een afdeling voor de wat meer gefortuneerde klanten, maar er bestaan ook gespecialiseerde vermogensbanken zoals Bank Delen, Degroof Petercam, Dierickx Leys Private Bank enzoverder.

Bij hen kunt u terecht voor beleggingsadvies, u kunt ze als klankbord gebruiken, uw inzichten toetsen en vervolgens zelf handelen. Maar u kunt bij hen ook terecht voor discretionair beheer van (een deel van) uw vermogen: u vertrouwt de bank dan het beheer van uw beleggingen toe, volgens afspraken die u samen maakt en waarbij vooral gekeken wordt naar uw risicoprofiel.

  1. Bovendien helpt zo’n vermogensbank u ook steeds met zaken zoals successieplanning et cetera.
  2. U houdt het best de strategie aan die u al uitstippelde toen u over wat minder spaargeld beschikte, ‘maar u kunt met 500.000 euro overwegen om bijvoorbeeld zelf te investeren in studenten- en hotelkamers, in garages, in bos- of landbouwgrond ‘, zegt Reweghs.

Hij waarschuwt ervoor om niet te vlug te investeren in een appartement aan zee of een tweede woning met het oog het te verhuren: ‘Voor zo’n pand moet je al snel 500.000 euro neertellen. Raakt dat wel altijd verhuurd? En wat als de huurders tegenvallen, en u bijvoorbeeld veel onkosten krijgt? Nee, pas als u over een spaarpot beschikt die richting 1 miljoen euro gaat, zou ik een tweede verblijf in binnen- of buitenland overwegen, waar u natuurlijk ook zelf van kunt genieten.’ In deze hogere klasse worden ook de zogenaamde passionele investeringen echt mogelijk, ‘zoals in oldtimers of de 1er grands crus uit de Médoc – maar dan wel eerder om weg te leggen in plaats van te drinken’, knipoogt Huylenbroeck.

Hoeveel geld mag je van de bank halen?

In Nederland geldt er geen limiet voor de hoeveelheid geld die u in huis mag hebben.