Waarom Langwerkende Insuline In Been?

Waarom Langwerkende Insuline In Been
Langwerkende insuline spuit je meestal in het bovenbeen, omdat daar de opname van de insuline in het bloed wat trager verloopt. Om te ervoor te zorgen dat je de insuline in het vetweefsel injecteert, zijn er bepaalde plekken op je lichaam waar je het beste kunt spuiten.

Waarom wordt insuline meestal in de buik of bovenbenen toegediend?

Injectieplaatsen – Insuline injecteert u over het algemeen op een drietal plaatsen: buik, bovenbenen en in sommige gevallen de billen. Doordat de onderhuidse doorbloeding plaatselijk verschillend is, is hoe snel de insuline wordt opgenomen afhankelijk van het gebied waarin men spuit.

  1. De snelste opname van insuline vindt plaats vanuit de buik.
  2. De langzaamste plek is het bovenbeen of de bil.
  3. Door foutief spuiten kan uw huid beschadigd raken, met als gevolg een onregelmatige opname van insuline en dus schommelingen van de BG.
  4. Om dit te voorkomen is het noodzakelijk om regelmatig van spuitplek te wisselen en een goede spuittechniek aan te leren.

De diabetesverpleegkundige controleert daarom regelmatig uw spuitplaatsen.

Hoe werkt langwerkende insuline?

Een kortwerkende insuline verlaagt de hoeveelheid bloedsuiker al na 10 tot 30 minuten; de werking houdt 2 tot 8 uur aan. De middellange soorten werken na 1 tot 2 uur en de werking houdt 16-24 uur aan. Langwerkend insuline heeft bij gebruik volgens voorschrift een continue werking over de hele dag.

Waarom geen insuline in arm?

Herexamen 2014 PW 46 PW Magazine 46, jaar 2014 – 02-11-2014 Een patiënt gebruikt zowel een kortwerkende als een langwerkende insuline. De patiënt heeft begrepen dat deze niet in hetzelfde lichaamsdeel mogen worden gespoten. De patiënt gebruikt het kortwerkende preparaat driemaal daags bij de maaltijd en het langwerkende preparaat ‘s avonds voor het slapen.

  1. Welk advies geeft u aan de patiënt? a.
  2. Spuit het kortwerkende preparaat en het langwerkende middel afwisselend in bovenarm, bovenbeen en buik.b.
  3. Spuit het kortwerkende middel in de buik en het langwerkende middel in het bovenbeen.c.
  4. Spuit beide middelen in de buik, maar op verschillende plekken.d.
  5. Alle bovengenoemde opties zijn mogelijk.

Goede antwoord: b. In het algemeen moet de plek van insuline-injectie afwisselen. Wanneer telkens op exact dezelfde plek wordt gespoten is er een grotere kans op spuitinfiltraten (lipodystrofie). De opname van insuline verschilt echter vanuit arm, bil, bovenbeen of buik.

  • Injectie in de bovenarm wordt afgeraden omdat de kans op intramusculaire in plaats van subcutane toediening daarbij groter is.
  • Opname vanuit de buik gaat sneller dan vanuit de bil en het bovenbeen.
  • Het is dus niet verstandig een zelfde type insuline de ene keer in de buik en de andere keer in het bovenbeen te injecteren.

Kies daarom voor elke insuline een gebied uit en wissel binnen dat gebied de injectieplaats af. Op zich zouden het kortwerkende en langwerkende insuline beide in de buik kunnen worden geïnjecteerd. Het gebied waar wordt geïnjecteerd wordt dan echter beperkt.

  • Het is daarom beter ervoor te kiezen de kortwerkende insuline in de buik te injecteren en de langwerkende insuline in het bovenbeen.
  • Er zijn speciale rotatiekaartjes beschikbaar, waarbij de spuitplaatsen minimaal een centimeter van elkaar liggen, om spuitinfiltraten te voorkomen (= lipodystrofie).
  • Bron : Insulinetherapie in de eerste lijn van de stichting Langerhans, editie 2012/2013.

: Herexamen 2014 PW 46

Waar Lantus toedienen?

Lantus wordt onderhuids ingespoten, in de buik, de dij of de schouder (deltoïdus-gebied). Er moet iedere keer een andere injectieplaats worden gekozen om te voorkomen dat de huid verandert (zoals huidverdikking), waardoor de insuline minder goed dan verwacht zou kunnen werken.

Waar mag je nooit insuline injecteren buik?

Waar nooit geïnjecteerd mag worden: – In een geopereerde buik of been. – Door vocht gezwollen injectiegebied of trombosegebied. – Lipodystrofie b.v. lipohypertrofie (verdikking van het onderhuids vetweefsel) of lipoatrofie ( putjes in het onderhuids vetweefsel).

Wat is een 2 4 6 regel?

Hyper is een afkorting van hyperglykemie. Een hyper is een sterke stijging van de bloedglucosewaarde, er is te veel glucose in je bloed. Hoe herken je een hyper? Signalen van een hyper zijn:

veel plassen erge dorst droge tong vermoeid zijn

Als een hyper lang duurt, kun je flauwvallen of in coma raken. Probeer daarom op tijd een hyper te herkennen, zodat je maatregelen kunt treffen. Hoe krijg je een hyper?

te veel eten of drinken te weinig insuline inspuiten verkeerde insuline spuiten (kortwerkende en langwerkende verwisselen) een ander eetpatroon ziek zijn / ergens een ontsteking in het lichaam hebben een defecte insulinepomp

See also:  Waarom Zijn Macarons Zo Duur?

Probeer een hyper te voorkomen, door te achterhalen wat de oorzaak is. Wat moet je doen als een hyper hebt? Als je kortwerkende insuline gebruikt, geef een extra dosis kortwerkende insuline. Overleg met je zorgverlener hoeveel je bijspuit of bijbolust bij hoge waardes.

  • Daar zijn schema’s voor.
  • Is je bloedglucosewaarde onder 15 mmol/l? Ga bewegen! Hierdoor daalt de glucose in je bloed.
  • Ga niet bewegen als je bloedglucosewaarde boven 15 mmol/l zit, dan is er kans dat je bloedglucosewaarde stijgt.
  • Water drinken voorkomt mogelijke uitdroging bij een hyper.
  • Ga je braken, neem dan zo snel mogelijk contact op met uw verpleegkundig consulent diabetes of dokterswacht.

Braken is bellen! Je kan van je zorgverlener het advies krijgen om bij te spuiten met kortwerkende insuline (bijv. aspart/novorapid) volgens de 2-4-6 regel, totdat je een glucosewaarde onder de 15 hebt.

2 staat voor: elke 2 uur uw glucose meten en zo nodig bijspuiten met kortwerkende insuline.4 staat voor: bij glucosewaarden tussen 15 – 20: 4 eh snelwerkende insuline bijspuiten.6 staat voor: bij glucosewaarden boven 20: 6 eh snelwerkende insuline bijspuiten.

Wij voegen nog het volgende toe: Waarden boven 25 : 8 eh kortwerkende insuline. Bron: Diabetes2 Bijspuiten met kortwerkende insuline: 2 uren na het spuiten van kortwerkende insuline bij een waarde 15 of hoger

Waarde hoger dan 15= 4 EH Waarde hoger dan 20= 6 EH Waarde hoger dan 25= 8 EH

Om te voorkomen dat de glucosewaarde in de nacht te laag wordt, kunt u het volgende schema gebruiken: Na 22 uur of in de nacht bijspuiten met kortwerkende insuline 2 uren na het spuiten van kortwerkende insuline bij een waarde 15 of hoger

Waarde hoger dan 15= 2 EH Waarde hoger dan 20= 4 EH Waarde hoger dan 25= 6 EH

Voorkom een hyper Controleer regelmatig je bloedglucosewaarde. Heb je vaak hypers, probeer te achterhalen hoe dat komt. Kun je ze voorkomen met een aanpassing in je voeding of medicatie? Een hoge waarde geeft niet altijd klachten, maar vergroot wel de kans op complicaties, Bron: DVN

Is NovoRapid een kortwerkende of langwerkende?

NovoRapid is een snelwerkende insuline. Het wordt meestal vlak voor de maaltijd toegediend, maar dit kan zo nodig ook na de maaltijd. NovoRapid wordt normaliter gebruikt in combinatie met middellang- of langwerkende insuline, toegediend minimaal eenmaal per dag.

Wat zijn de gevolgen als je insuline te ondiep injecteert?

Als je insuline te ondiep injecteert, kan je een bobbeltje op de huid krijgen na het spuiten. In het geval je vaker achter elkaar te ondiep spuit, kun je zelfs last krijgen van harde schijven of grotere bulten op je huid. Als één van bovengenoemde klachten af en toe voorkomt, dan hoef je je geen zorgen te maken.

Kan je insuline verkeerd prikken?

Waar en hoe injecteert u? – Insuline spuit u met een korte dunne naald onder de huid, in het onderhuidse vetweefsel. Het toedienen van insuline gebeurt met een insulinepen. Er zijn verschillende soorten pennen. De verpleegkundige leert u hoe u dit moet doen.

Waarom geen insuline in de spier?

Zorg dat je insuline altijd injecteert in het onderhuids vetweefsel. Als je insuline in de spier spuit, dan beïnvloedt dit de opname van de insuline. Spieren zijn namelijk rijker doorbloed en zorgen ervoor dat de insuline sneller wordt opgenomen, waardoor je meer kans hebt op een hypo.

Welke injectieplaats wordt het snelst opgenomen?

injecteren Vanwege het Coronavirus biedt BD gratis toegang tot een online training insuline injecteren. Hiervoor kunt u de volgende stappen ondernemen:

surf naar stel de gewenste taal in klik op ‘aanmelden’ of ga naar ‘meld u nu aan’ kies voor ‘ik ben een patiënt’ vul uw gegevens in en de code BNL-04-KQCR

Aanmelden BD and Me – Gratis online educatie Waarom moet ik lang- en kortwerkende insuline toedienen? Iedereen heeft 24 uur per dag een klein beetje insuline nodig. Om hierin te voorzien, spuit u één of twee keer per dag langwerkende insuline. Deze wordt geleidelijk afgegeven aan uw lichaam.

  • Om de glucosepieken na de maaltijd op te vangen, spuit u kortwerkende insuline.
  • Het is ook mogelijk om een combinatie van kort- en langwerkende insuline tegelijk toe te dienen met een zogenaamde mixinsuline.
  • Waar kan ik het beste mijn insuline injecteren? Insuline moet toegediend worden in het onderhuidse vetweefsel (subcutaan) van de buik, benen of billen.

Vanuit de buik wordt insuline sneller opgenomen dan vanuit de zijkant van de benen of billen. Daarom kunt u snelwerkende insuline (de insuline die u toedient bij de maaltijd) het beste in de buik toedienen en langwerkende insuline in de zijkant van de bovenbenen of billen.

Waarom moet ik iedere keer op een andere plaats insuline spuiten? Als u vaak op dezelfde plek insuline toedient, kan er een verdikking onder de huid ontstaan. Er ontstaat dan als het ware littekenweefsel, vaak voelbaar als een kleine bobbel, soms ook zichtbaar. Omdat het onderhuidse weefsel beschadigd is, wordt de insuline niet goed of heel onvoorspelbaar opgenomen.

Meestal stijgt de insulinebehoefte hierdoor. Deze onderhuidse verdikkingen worden aangeduid met de volgende namen: spuitplek, spuitinfiltraat, lipodystrofie, lipoatrofie of kort lipo’s. Hoe kan ik spuitplekken voorkomen? Om spuitplekken (verdikkingen op de injectieplek) te voorkomen, krijgt u het advies om iedere keer van spuitplek te wisselen, zowel tussen linker en rechterlichaamshelft, als tussen buik, bovenbenen, flanken en billen.

Binnen een spuitplek, bijvoorbeeld linkerzijde buik, kunt u elke injectie met een vingerbreedte verschil van de vorige geven. Daarnaast is het goed om bij elke injectie een nieuw naaldje te gebruiken. Hoe lang is mijn insuline houdbaar op kamertemperatuur? Het toedienen van koude insuline kan pijnlijk zijn, daarom krijgt u het advies deze op kamertemperatuur te geven.

Een aangebroken insulinepatroon of een voorgevulde insulinepen kunt u maximaal vier weken buiten de koelkast bewaren, mits deze ongeveer tussen de 15 en 25 °C blijft. Zolang uw insuline onaangebroken is, kunt u deze in de koelkast bewaren in de originele verpakking (niet tegen het vriesvak).

  1. Waarom is het beter om een dosis van meer dan 50 eenheden insuline op te splitsen? Mensen die meer dan 40 of 50 eenheden nodig hebben op hetzelfde moment, kunnen de dosis het beste opsplitsen in twee injecties.
  2. Grotere hoeveelheden insuline worden namelijk minder goed opgenomen.
  3. De absorptie door het lichaam gaat beter als de insuline wordt toegediend in een kleine dosis.
See also:  Waarom Kunnen Stukken Aardkorst Bewegen En Dus Van Plaats Veranderen Op De Aardbol?

Ook werkt het dan efficiënter en beter voorspelbaar. Daarom is het advies doseringen boven de 40 tot 50 eenheden per keer, in twee injecties, direct achter elkaar op verschillende plekken te spuiten. U hoeft tussendoor niet te wisselen van naaldje. : injecteren

Is Lantus langwerkend of kortwerkend?

Langwerkende insuline is te verkrijgen onder de merknamen Lantus, Levemir, Toujeo, Tresiba en Abasaglar. De combinatie van kort- en middellangwerkende insuline is op de markt onder de merknamen Actraphane, Humuline, Humalog Mix, Insuman Comb, Mixtard en Novomix.

Waarom insuline pen ontluchten?

Waarom is het belangrijk om vóór elke injectie te ontluchten? Als u de pen NIET ontlucht, krijgt u mogelijk de verkeerde hoeveelheid insuline. Ontluchten helpt ervoor te zorgen dat pen en naaldje goed werken. Zodra de pen goed is ontlucht, dan komt er insuline uit het naaldje.

Is Abasaglar hetzelfde als Lantus?

Abasaglar is een biosimilar van Lantus, en is hiermee in hoge mate vergelijkbaar.

Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij het injecteren van insuline?

Insulinepen Pen waarmee u insuline kunt doseren en inspuiten. Er bestaan zowel wegwerppennen als navulbare pennen. Insuline is op kamertemperatuur 30 dagen houdbaar. Bewaar uw voorraad insuline in de koelkast.

  1. Klaarzetten voor gebruik: insulinepen – naald
  2. Handen wassen.
  3. In geval van troebele insuline eerst de pen zwenken, niet schudden.
  4. Naald op de pen doen, beschermdopjes eraf halen.
  5. Bij ieder injectie eerst de doseerknop aan de achterkant op 2 eenheden draaien.
    1. Houd de insuline pen met de naald naar boven en druk op de doseerknop.
    2. Er moet een druppel insuline uit te komen.
    3. Indien niet: herhaal de procedure.
  6. Draai doseerknop op de benodigde hoeveelheid. (zo nodig gebruik het aanpassingsschema)
  7. Spuiten:
    1. In buikstreek of bovenbeen.
    2. Doseerknop geheel en rustig indrukken.
    3. U controleert of de doseerknop terug op 0E staat en wacht nog 10 seconden voor u de insulinepen terugtrekt.
  8. Naald eraf halen en in een naaldcontainer doen.
  • Gebruik de naald op uw insulinepen maximum 4 keer,
  • Gooi de naalden na gebruik in een naaldcontainer.
    • Volle naaldcontainers brengt u naar het containerpark of geeft u mee met het klein gevaarlijk afval.
    • Naalden en naaldcontainers zijn te koop bij de apotheek, Vlaamse Diabetesliga of mediotheek.
  • Bewaar de pen met insuline op kamertemperatuur,
  • Reserve insuline bewaart u in de groentelade van de koelkast.
  • Verander tijdig uw insulineflacon/insulinepen.
  • Humane insuline: Actrapid®, Humuline® Regular, Insuman® Rapid, insulatard®, humuline NPH
  • Gemengde insuline: Humuline® 30/70, Novomix® 30, Novomix® 50, Novomix® 70, Humalog® mix 25, Humalog® mix 50
  • Insuline analogen: Humalog®, NovoRapid®, Apidra®,Lantus®, Levemir®, Lyumjev®, Toujeo®, Tresiba®, Abasaglar®
  • Ultra-snelwerkend: humalog® novorapid® apridra® Lyumjev®
  • Snelwerkend: actrapid® humuline regular® insuman rapid®
  • Intermediair werkend: insulatard® humuline NPH® insuman basal®
  • Traag en langwerkend: lantus® levemir® Toujeo® Tresiba® Abasaglar®
  • Combinatiepreparaten: humuline 30® novomix 30 50 70® humalog mix 25 50®
See also:  Waarom Geen Zilver Kopen?

: Insulinepen

Waarom mag je niet stuwen bij bloedsuiker prikken?

Het is niet goed om de bloeddruppel uit uw vingertop te stuwen voordat u uw bloedsuiker gaat meten. Hierdoor kan er wondvocht in de bloeddruppel komen en dit beïnvloedt de uitslag van uw glucosemeter.

Hoeveel ruimte moet er tussen de knie en de injectieplaats zijn?

Hoeveel ruimte moet er tussen de knie en de injectieplaats zijn? Meestal is 2 – 3 cm diepte voldoende. injecteert u rustig de inhoud van de spuit in de gewrichtsruimte. Verbinden van de injectieplaats Plak na de injectie een pleister op de wond.

Waar injecteren in bovenbeen?

Bovenbenen. Bij de bovenbenen kan er gespoten worden in het middelste gedeelte van de benen aan de buitenkant. De binnenkant van het been is te gevoelig en er lopen grotere bloedvaten vlak onder de huid. Daarom is het niet verstandig om hier te spuiten.

Waarom loodrecht injecteren?

Als de subcutane injectietechniek goed is uitgevoerd, ligt de naald los in het onderhuidse bindweefsel. De spuit kan soepel heen en weer bewogen worden. De loodrechttechniek wordt het vaakst toegepast en heeft de voorkeur, omdat deze techniek eenvoudig is.

Waarom insuline niet in de spier injecteren?

Spuit de insuline niet te diep. Dus niet in een spier. Dit is pijnlijk en de insuline wordt hierdoor sneller opgenomen. Daardoor kunnen er hypo’s ontstaan.

Waarom is het injecteren van insuline in de bovenarm af te raden?

Geschikte injectieplaatsen Geschikte injectieplaatsen en rotatieprincipe Geschikte injectieplaatsen: insuline wordt niet op alle plaatsen even snel opgenomen: buik en dijen zijn de meest voorkomende injectieplaatsen – ten minste 1 cm afstand van de navel voor volwassenen en ten minste 3 cm afstand van de navel voor kinderen. Bovenarmen als injectieplaatsen: injecties in de bovenarmen mogen alleen worden uitgevoerd na training door uw professionele zorgverlener. De reden hiervoor is een hoger risico van injecteren in de spier aangezien het onderhuidse vetweefsel gewoonlijk dun is en de injectieplaatsen niet gemakkelijk bereikbaar zijn.

Rotatieprincipe: vergeet niet de injectieplaats na elke injectie te veranderen. Injecteer alleen in de schone injectieplaats; injecteer niet in littekens, rode of ontstoken huid, veranderend weefsel en eeltplekken. De injectieplaatsen moeten ten minste 1 cm van elkaar verwijderd zijn: verdeel de injectiezone in kwadranten en wissel de kwadranten wekelijks – met de klok mee.

Voorbeelden voor het rotatieprincipe: : Geschikte injectieplaatsen

Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij het injecteren van insuline?

Insulinepen Pen waarmee u insuline kunt doseren en inspuiten. Er bestaan zowel wegwerppennen als navulbare pennen. Insuline is op kamertemperatuur 30 dagen houdbaar. Bewaar uw voorraad insuline in de koelkast.

  1. Klaarzetten voor gebruik: insulinepen – naald
  2. Handen wassen.
  3. In geval van troebele insuline eerst de pen zwenken, niet schudden.
  4. Naald op de pen doen, beschermdopjes eraf halen.
  5. Bij ieder injectie eerst de doseerknop aan de achterkant op 2 eenheden draaien.
    1. Houd de insuline pen met de naald naar boven en druk op de doseerknop.
    2. Er moet een druppel insuline uit te komen.
    3. Indien niet: herhaal de procedure.
  6. Draai doseerknop op de benodigde hoeveelheid. (zo nodig gebruik het aanpassingsschema)
  7. Spuiten:
    1. In buikstreek of bovenbeen.
    2. Doseerknop geheel en rustig indrukken.
    3. U controleert of de doseerknop terug op 0E staat en wacht nog 10 seconden voor u de insulinepen terugtrekt.
  8. Naald eraf halen en in een naaldcontainer doen.
  • Gebruik de naald op uw insulinepen maximum 4 keer,
  • Gooi de naalden na gebruik in een naaldcontainer.
    • Volle naaldcontainers brengt u naar het containerpark of geeft u mee met het klein gevaarlijk afval.
    • Naalden en naaldcontainers zijn te koop bij de apotheek, Vlaamse Diabetesliga of mediotheek.
  • Bewaar de pen met insuline op kamertemperatuur,
  • Reserve insuline bewaart u in de groentelade van de koelkast.
  • Verander tijdig uw insulineflacon/insulinepen.
  • Humane insuline: Actrapid®, Humuline® Regular, Insuman® Rapid, insulatard®, humuline NPH
  • Gemengde insuline: Humuline® 30/70, Novomix® 30, Novomix® 50, Novomix® 70, Humalog® mix 25, Humalog® mix 50
  • Insuline analogen: Humalog®, NovoRapid®, Apidra®,Lantus®, Levemir®, Lyumjev®, Toujeo®, Tresiba®, Abasaglar®
  • Ultra-snelwerkend: humalog® novorapid® apridra® Lyumjev®
  • Snelwerkend: actrapid® humuline regular® insuman rapid®
  • Intermediair werkend: insulatard® humuline NPH® insuman basal®
  • Traag en langwerkend: lantus® levemir® Toujeo® Tresiba® Abasaglar®
  • Combinatiepreparaten: humuline 30® novomix 30 50 70® humalog mix 25 50®

: Insulinepen

Waarom wordt insuline niet Enteraal toegediend?

Het doel is om de insulineafgifte van een gezond pancreas zo goed mogelijk na te bootsen maar de patiënt ook zo veel mogelijk flexibiliteit te geven.