Waarom Een Katheter?

Waarom Een Katheter
Met een blaaskatheter kan urine rechtstreeks uit de blaas wegstromen. Er wordt een slangetje in de blaas gebracht dat via de plasbuis naar buiten komt. De urine wordt opgevangen in een urinezak. De katheter is nodig als de urine niet goed uit de blaas wordt afgevoerd.

Hoe lang kan een katheter blijven zitten?

Een verblijfskatheter is een dunne slang die via de plasbuis in de blaas geschoven wordt om de urine eruit te laten lopen. Om te voorkomen dat de slang uit de blaas glijdt, zit er een opgeblazen ballonnetje aan het uiteinde van de katheter. De verblijfskatheter is meestal aangesloten op een urinezak waarin de urine opgevangen wordt.

Is een katheter voor altijd?

Katheter door de buikwand – De katheter moet regelmatig gewisseld worden. De eerste katheterwissel vindt plaats op de polikliniek Urologie, 6 weken na het inbrengen. Dit combineren we met u uw bezoek aan de uroloog. Vervolgens dient de katheter elke 8 tot 10 weken te worden gewisseld door de thuiszorg of uw huisarts.

een katheterwisselset (Katheterset Heka bestelnummer SE 1040); een katheter: Bard Biocath nelaton ch.16 (bestelnummer BX226516); Van Heek hekasoft splitcompres (bestelnummer NK 0517); katheterventiel Bard FlipFlo (bestelnummer BXBFF5); Van Heek hekasoft non-w extra (bestelnummer NK 0540); Van Heek hekaplast border eilandpleister 10×15 cm steriel (bestelnummer OT 0124).

De materialen kunt u bij Medireva bestellen en worden thuis afgeleverd. Zie voor de bestelnummers ook het bestelformulier in de startdoos.

Kun je met een katheter seks hebben?

Mannen en vrouwen met een katheter kunnen seks hebben. Bij een suprapubische katheter geeft dit geen problemen. Vrouwen met een transurethrale katheter kunnen de katheter op de buik vastplakken. Mannen met een transurethrale katheter kunnen de katheter vastmaken op de penis en een condoom omdoen.

Hoe lang mag je zelf katheteriseren?

Vragen en antwoorden – Is zelfkatheterisatie pijnlijk en blijft het pijnlijk? In het begin kan zelfkatherisatie pijnlijk zijn, omdat de plasbuis niet gewend is aan de katheter. Gewoonlijk verdwijnt dit gevoel nadat u vaker katheteriseert. Hoe lang moet ik blijven katheteriseren? Dit is afhankelijk van de hoeveelheid urine die achterblijft (het residu genoemd).

  1. Doorgaans geldt als regel: als er 100- 200 milliliter (ml) urine achterblijft, moet u een keer per dag katheteriseren, bij 200- 300 ml twee maal, bij 300- 400 ml drie keer per dag en zo verder.
  2. Is het echt belangrijk om zelfkatheterisatie regelmatig toe te passen? Ja! Als urine vaak in de blaas achterblijft ( dit wordt een chronisch residu genoemd) kunnen chronische urineweginfecties ontstaan zowel van de blaas als van de nieren.

Ook kan de neerslag die in de urine ontstaat, samenklonteren tot zogeheten blaasstenen. Mag ik zelfkatheterisatie een keer overslaan? Dit is afhankelijk van de reden waarom er gekatheteriseerd moet worden. Overleg dit met uw behandelend uroloog of gynaecoloog.

  • Beschadigt zelfkatheterisatie mijn organen? Het is mogelijk dat de plasbuis beschadigt door regelmatig katheteriseren.
  • Dit kan bij de meeste mensen worden voorkomen door een katheter te gebruiken met een speciale buitenkant (coating).
  • Voor zover nu bekend is, raakt de blaas zelf niet beschadigd door het katheteriseren.

Hoe weet ik dat de katheter goed zit? U weet zeker dat de katheter goed zit als na inbrengen van de katheter de urine uit de katheter loopt. Wordt mijn blaas niet lui als ik me langdurig katheteriseer? De blaas wordt niet lui door katheteriseren. Hij vult zich tussen de katheterisaties door waardoor de elasticiteit die nog aanwezig is, behouden blijft.

  • An ik incontinent worden als ik zelfkatheterisatie toepas? Het is niet bekend dat incontinentie verband houdt met zelfkatheterisatie; het afsluitmechanisme blijft immers intact.
  • Hoeveel druk mag ik uitoefenen als ik weerstand voel aan de katheter? Een lichte druk is toegestaan.
  • Dit oefent u met de verpleegkundige.

Hoe kan ik infecties voorkomen? Door schoon te werken zoals in deze folder staat beschreven en voldoende te drinken te drinken (minimaal 2 liter per dag). Kan ik alleen thuis of ook op andere plekken katheteriseren? U kunt zowel thuis als buitenshuis katheteriseren.

Soms zijn er hulpmiddelen of een andere katheter nodig om ‘buiten de deur’ te katheteriseren. Uw verpleegkundige kan u hierin adviseren. Kan ik het feit dat ik mezelf katheteriseer beter verstoppen, of maar gewoon vertellen aan andere mensen? Als u het vertelt aan mensen, kunnen zij begrijpen waarom u soms vaker naar het toilet gaat of wat langer wegblijft.

U bepaalt natuurlijk zelf of u dit wil vertellen en aan wie u dit wel of juist niet doet. Herkent u een vraag en heeft u daar geen antwoord op gekregen, of mist u informatie? Neem dan gerust contact op met de verpleegkundige wiens naam en telefoonnummer achterin deze brochure staat.

Wat is de indicatie voor een verblijfskatheter?

Indicatie voor verblijfskatheter Indicatiestelling verblijfskatheter Indicaties Een blaaskatheter wordt enkel geplaatst wanneer daarvoor een duidelijke indicatie aanwezig is. Hij blijft niet langer dan nodig ter plaatse. Een verblijfskatheter is steeds de laatste optie wanneer andere mogelijkheden onvoldoende zijn.

urinaal incontinentieverband condoomkatheter intermittent katheteriseren door een verpleegkundige of het zelf katheteriseren door de patiënt suprapubische katheter bij langdurig gebruik.

Een verblijfskatheter wordt geplaatst:

tijdens een operatieve ingreep en in de postoperatieve periode wanneer een continue opvolging van de diurese (elke 2u of minder) noodzakelijk is bij een kritieke patiënt. bij acute of chronische retentie voor de instillatie van geneesmiddelen in de blaas wanneer eenmalige katheterisatie niet mogelijk is bij bepaalde onderzoeken en intra-abdominale drukmeting in een palliatieve of terminale fase om de patiënt meer comfort te bieden. bij immobiliserende abdominale, wervel- of orthopedische letsels. om de wondheling te bevorderen bij wonden in de bekken of perianale regio bij incontinente patiënten. acute globus

Aandacht: verwijder de verblijfskatheter meteen als de indicatie wegvalt. Let op, ook voor het verwijderen van een verblijfskatheter is een medische opdracht vereist. Contra-indicaties Bij vermoeden van een urethrakwetsuur, bv. door eerdere blaaskatheterisaties of na een bekkentrauma.

Waarom een blijvende katheter?

Een katheter wordt gebruikt om urine uit de blaas af te voeren. De meest voorkomende reden om een katheter te plaatsen is retentie of incontinentie. Bij retentie kunt u uw blaas niet meer op de normale manier legen. Bij incontinentie is er sprake van ongewild urineverlies. Er zijn verschillende soorten katheters:

Condoomkatheter Blaaskatheter via de plasbuis of buikwand Eenmalige katheters

Als u pas een katheter heeft, kan dit onaangenaam aanvoelen. De katheter kan irritatie in uw plasbuis veroorzaken. Soms komt hierdoor wat bloed in de urine en is de urine rosékleurig. Als u goed drinkt, gaat dit vanzelf over. Ook kan de katheter irritatie in de blaas veroorzaken.

Hoe pijnlijk is een katheter?

Het inbrengen van de katheter – Het inbrengen van de katheter gebeurt in een behandelkamer op de polikliniek Urologie of op een verpleegafdeling. De verpleegkundige brengt u naar de behandelkamer. Daar kleedt u zich van onderen uit. U kunt uw bovenkleding aanhouden.

De verpleegkundige maakt de uitgang van uw urinebuis schoon. Hierna wordt een verdovende gel in uw urinebuis aangebracht. Dit kan een branderig gevoel geven. Vervolgens brengt de verpleegkundige de katheter via de urinebuis in uw blaas. Het inbrengen van de katheter is niet pijnlijk, maar kan wel een onaangenaam gevoel geven.

Vervolgens wordt de ballon via het slangetje langzaam met water gevuld. Het inbrengen van de katheter duurt ongeveer tien minuten. Daarna heeft u een gesprek met de verpleegkundige. U krijgt uitleg over de omgang en verzorging van de katheter.

Is het verwijderen van een katheter pijnlijk?

De katheter zit vast met een ballonnetje. De verpleegkundige haalt het ballonnetje leeg en verwijdert de katheter. Dit doet meestal geen pijn. U blijft 1 nacht in het ziekenhuis om te kijken of het plassen weer goed op gang komt.

Hoelang duurt een katheter plaatsen?

De ingreep vindt plaats op de operatiekamer, de verdoving is meestal een ruggenprik. De ingreep gaat via de plasbuis en duurt 15 – 30 minuten.

Hoe lang na katheter plassen?

Plassen na blaasvervangende operatie – Binnenkort kan de katheter eruit. U gaat dan weer zelf plassen. Dit gaat anders dan u gewend bent. Als de katheter op de afdeling is verwijderd, moet u elke 2 uur gaan plassen. Pijn in uw onderbuik of flanken kan een teken zijn dat uw blaas vol is.

  • Dan moet u eerder gaan plassen.
  • Dit geldt zowel voor overdag als ‘s nachts.
  • Dit betekent dat u ‘s nachts de wekker moet zetten.
  • De eerste 6 weken na de operatie is dit erg belangrijk, omdat de naadjes van de nieuwe blaas dan nog erg kwetsbaar zijn.
  • Als uw blaas te vol zit, komt er te veel spanning op de blaas.

Hierdoor kunnen de naadjes scheuren. Vanaf 6 weken na de operatie mag u de periodes tussen het plassen wat langer maken. Het is wel belangrijk dat u dit langzaam doet. U kunt bijvoorbeeld 2 weken lang de periode tussen het plassen verlengen naar 2 uur en 15 minuten.

  • De volgende 2 weken kunt u deze periode weer met 15 minuten verlengen.
  • Op deze manier wordt uw blaas langzaam opgerekt zonder dat er te veel spanning op komt.
  • Zorg ervoor dat uw blaasinhoud niet groter wordt dan 500 ml.
  • Een te grote blaas raakt moeilijker leeg en kan infecties en schade aan de nieren veroorzaken.

Overdag kunt u daarom het best 4 tot 5 keer gaan plassen en ‘s nachts 1 keer. Het duurt 4 tot 6 maanden voordat uw nieuwe blaas voldoende is opgerekt. U kunt na lang zitten of liggen het gevoel hebben dat u uw blaas niet goed leeg kunt plassen. Even bewegen of een stukje lopen kan dan helpen.

Uw blaas is gemaakt van darm. Hierdoor zit er slijm in de urine. Om er voor te zorgen dat dit slijm de blaasuitgang niet kan verstoppen, krijgt u slijmoplossers voorgeschreven. Dit wordt meestal niet vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Informeer hiervoor bij uw ziektekostenverzekeraar. Als blijkt dat u uw blaas niet goed leeg kunt plassen, kan het nodig zijn dat u één of meerdere keren per dag uw blaas zelf leegmaakt met een katheter.

Dit leert u op de verpleegafdeling of de polikliniek.

See also:  Waarom Stopt Spotify Steeds?

Wie mag er een katheter inbrengen?

Blaaskatheterisatie man Inleiding Het inbrengen van blaaskatheters is een veel uitgevoerde handeling in de gezondheidszorg. Dit mag alleen door een arts, verpleegkundige of verzorgende gedaan worden die daarvoor bevoegd en bekwaam is: het katheteriseren van de blaas bij mannen is namelijk een voorbehouden handeling.

Deze cursus geeft kennis en inzicht die nodig zijn om veilige zorg te kunnen geven aan patiënten die een blaaskatheter nodig hebben. De cursus is bedoeld voor verpleegkundigen en verzorgenden (in opleiding) die blaaskatheterisatie bij mannen willen gaan leren, of die theorie en achtergrondkennis weer willen opfrissen.

In de cursus gaan we er van uit dat algemene kennis betreffende zorghygiëne aanwezig is.

  • Omdat het van belang is de wettelijke voorschriften rond voorbehouden handelingen te kennen,adviseren wij de gratis cursus «Kwaliteit, veiligheid en wet BIG» bij ons te volgen.
  • Bij het in de praktijk brengen van het geleerde, dienen de eigen protocollen van de instelling te worden geraadpleegd.
  • Docenten cursus De cursus is samengesteld door Yvonne van der Tuuk-van Dam, Marion Giesberts en Eric de Roode.

Yvonne is verpleegkundige en werkte 18 jaar lang op de afdeling urologie van het Medisch Centrum Alkmaar. Zij is docent verpleegkunde en geeft al jarenlang les over dit onderwerp. Eric de Roode is werkzaam als verpleegkundig specialist anesthesiologie en pijnbestrijding in het NWZ (Noord West Ziekenhuisgroep locatie Alkmaar, voorheen het Medisch Centrum Alkmaar).

  1. Hij is lid van de werkgroep acute en postoperatieve pijnbestrijding van V&VN pijnverpleegkundigen en voorheen voorzitter van de commissie pijnbestrijding van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesie Medewerkers (NVAM).
  2. Daarnaast is hij lid van het expertteam Pijn van het VMS Veiligheidsprogramma van de NVZ.

Marion Giesberts is voormalig pijnverpleegkundige en medewerker van het Pijnkenniscentrum van het Radboudumc. Samen met andere experts uit het veld ontwikkelde zij de eerste richtlijn Postoperatieve pijnbestrijding (2003), de opleiding Pijnconsulent en een rapport over Chronische Pijn namens de Regieraad Kwaliteit van Zorg.

Als master docent hoger gezondheidszorg onderwijs ontwikkelt en verzorgt zij onderwijs aan diverse opleidingen en is zij als opleider en onderzoeker werkzaam bij de Hogeschool van en Nijmegen (domein Pijn en Palliatieve Zorg).Verder is zij landelijk actief via V&VN Pijnverpleegkundigen, onder meer in het verbeteren van pijnonderwijs en het positioneren van de functie pijnconsulent in Nederland.

Beoordelaars De cursus is beoordeeld door Drs. Johan Verlind, uroloog in het Medisch Centrum Alkmaar en Leen van der Sant, Jolanda Gertzen en Loes Jansen. Zij werken allen als verpleegkundige bij thuiszorgorganisatie Buurtzorg Nederland en maken deel uit van het vaste beoordelaarspanel voor de cursussen Voorbehouden Handelingen van E-nursing.

  1. Leen van de Sant is 30 jaar werkzaam geweest als verpleegkundige op verschillende IC-afdelingen van het Radboud UMC in Nijmegen, waarvan onder meer de kinder-IC.
  2. De laatste jaren werkte zij als onderzoeksverpleegkundige voor alle IC-afdelingen en volgde zij hiervoor de opleiding researchverpleegkundige aan de Hogeschool Rotterdam.

Sinds 3 jaar is Leen werkzaam als wijkverpleegkundige bij Buurtzorg. Daar houdt ze zich, naast de dagelijkse zorg in de wijk, ook bezig met kwaliteitsontwikkeling,scholing met betrekking tot rekenen, palliatieve pijnbestrijding palliatieve sedatie, ontwikkeling van Buurtzorg Junior, ontwikkeling van het Wijkverpleegkundig Informatie Systeem binnen Buurtzorg en is lid van de vakgroep ziekenhuisgerelateerde zorg dat zich vooral bezig houdt met de voorbehouden en risicovolle handelingen in de thuissituatie.

  • Jolanda Gertzen heeft de inservice opleiding gedaan in Hengelo Twente, daarna de opleiding voor wijkverpleegkundige MGZ.
  • Na een aantal jaren als wijkverpleegkundige te hebben gewerkt heeft zij de kinderaantekening gedaan en vervolgens zeven jaar gewerkt op een kinderafdeling.
  • Vervolgens is zij transferverpleegkundige geworden bij het Transferpunt in het ziekenhuis in Twente.

Ook werkte zij nog als Zorgmanager van het Transferpunt en het Transmuraal team (Medisch Technisch Handelen Team) in een samenwerkingsverband van ziekenhuis SMT en thuiszorgorganisatie Carint in Twente. Enkele jaren geleden verhuisde zij naar Nijmegen en startte vanaf 2008 in het team van Buurtzorg Nijmegen als coordinerend wijkverpleegkundige.

Loes Jansen is werkzaam bij Buurtzorg team Ysselsteyn – Venray. Na het behalen van haar inservice A- opleiding in het ziekenhuis in Venlo startte zij met de opleiding IC/CC. Daarna heeft zij 11 jaar op de intensive care afdeling gewerkt van het ziekenhuis in Venray. Toen deze afdeling sloot maakte zij de overstap gemaakt naar de verkoeverkamer.

Na 25 jaar ziekenhuis stapte zij over naar de thuiszorg. Eerst werkte zij twee jaar bij het specialistisch team van de Zorggroep Noord-Limburg en tegenwoordig is zij werkzaam bij het Buurtzorgteam Ysselsteyn – Venray.

  1. Leerdoelen
  2. • wat de algemene anatomie en fysiologie is rondom de tractus urogenitalis; • welke materialen gebruikt worden bij het inbrengen van een blaaskatheter bij mannen; • welke andere materialen eventueel nodig zijn (blaasspoelvloeistof, instillagel, opvangzakken) • wat de indicaties zijn voor het blaaskatheteriseren van mannen; • wat de contra-indicaties zijn voor het blaaskatheteriseren van mannen; • wat de complicaties zijn en hoe deze vervolgens behandeld dienen te worden; • de theoretische achtergronden bij het inbrengen van een blaaskatheter bij mannen; • de procedure van het inbrengen van een verblijfskatheter bij mannen; • de procedure van het inbrengen van een eenmalige verblijfskatheter bij mannen; • de procedure van het inbrengen van een condoomkatheter bij mannen;
  3. • de procedure van het verwijderen van een urinekatheter bij mannen;
  4. De cursist kan na het volgen van deze cursus: • de patiënt op de juiste wijze informeren over het inbrengen van een blaaskatheter; • werken volgens richtlijn blaaskatheteriseren van mannen door verpleegkundigen (geldend in eigen instelling); • de juiste controles en observaties uitvoeren na het inbrengen van een blaaskatheter; • signaleren of er mogelijk sprake is van ongewenste bijwerkingen en complicaties;
  5. • benoemen wie wel en wie niet een urinekatheter mag inbrengen, met het in acht nemen van het eigen instellingsprotocol en de wet BIG.

De cursist weet na het volgen van deze cursus: Demonstratiecursus Ben je nog niet bekend met het systeem van E-nursing, dan raden wij je aan om de gratis demonstratiecursus te volgen. Hierin worden alle mogelijkheden en functies van het leersysteem besproken. Het leren zal hierdoor nog sneller gaan. Voor het laatst bijgewerkt op: 1-3-2020 : Blaaskatheterisatie man

Hoe voelt een katheter?

Hét belangrijkste uitgangspunt dat Curan hanteert bij de ontwikkeling van katheters is: comfort. Dat resulteert in een brede lijn comfortabele en praktische katheters. Met de juiste, kwalitatieve producten en goede instructies hoeft zelfkatheterisatie daarom zeker niet als pijnlijk te worden ervaren.

Het grootste deel van de gebruikers van Curan-katheters geeft aan deze als pijnloos te ervaren. Wel kan het zijn dat je het inbrengen en verwijderen van de katheter in het begin onaangenaam vindt, omdat het misschien wat branderig aanvoelt. Jouw plasbuis is namelijk nog niet direct gewend aan de katheter.

Normaal gesproken verdwijnt dit gevoel naarmate je vaker katheteriseert. Je krijgt de techniek dan meer onder de knie en het wordt aangenamer doordat je beter leert te ontspannen.

Wat zijn symptomen van urineretentie?

Symptomen bij urineretentie Buikpijn, Pijnlijke zwelling in de onderbuik, Niet of druppelsgewijs plassen, Ongewild urineverlies, Slappe urinestraal, Vaak kleine beetjes plassen, Snel een terugkerende aandrang om te plassen.

Waarom katheter vervangen bij blaasontsteking?

Behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties Uitgangsvraag + referenties Uitgangsvraag Hoe dienen katheter-gerelateerde urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter behandeld te worden? De uitgangsvraag is verdeeld in de volgende subvragen:

  1. Wat is de positie van antibiotica in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter?
  2. Welke antibiotica zijn het meest geschikt als eerstekeuzemiddel?
  3. Wat is de optimale duur van antibioticabehandeling?

Aanbevelingen

  • Bij koorts gedurende ≥24 uur, koude rillingen en/of een duidelijk delirium, is een antibioticum voorschrift op basis van een mogelijke katheter-gerelateerde urineweginfectie alleen aangewezen, indien alle andere mogelijke (infectieuze en niet-infectieuze) oorzaken zijn uitgesloten en er geen sprake is van een urineretentie.
  • Verwijder of vervang de blaaskatheter voor aanvang van de behandeling van een katheter-gerelateerde urineweginfectie.
  • Neem een urinemonster – spontaan geloosd, of afgenomen uit de nieuwe blaaskatheter – voor inzetten van kweek alvorens antibiotische behandeling te starten voor een katheter-gerelateerde urineweginfectie.
  • Baseer de keus van empirische therapie bij katheter-gerelateerde urineweginfecties zo mogelijk op lokale resistentie data en/of eerdere kweekgegevens van patiënt.
  • Indien lokale resistentie data en eerdere kweekresultaten ontbreken, kan bij katheter-gerelateerde urineweginfecties gestart worden met amoxicilline/clavulaanzuur, cotrimoxazol of ciprofloxacine. Behandel vrouwen gedurende tien dagen en mannen veertien dagen.
  • De aanbevolen behandelduur van een katheter-gerelateerde urineweginfectie is zeven dagen voor patiënten met symptomen die snel verdwijnen en tien tot veertien dagen voor patiënten met een vertraagde respons (Hooton, 2010).
  • Stroomlijn empirische therapie zodra de kweekresultaten beschikbaar zijn en pas zo nodig het antibioticum aan.

Voorzichtigheid is geboden bij coumarine gebruik, neem contact op met de trombosedienst Literatuurreview Aanleiding Een deel van de kwetsbare ouderen hebben een blaaskatheter, ook wel verblijfskatheter of catheter à demeure (CAD) genoemd. Hierbij is bijna altijd sprake van langdurige blaaskatheterisatie. Gemiddeld gebruikt 4,3% van de verpleeg- en verzorgingshuisbewoners een verblijfskatheter, ten tijde van opname ligt dit op 12,6% (Rogers, 2008; Cornelissen, 2010).

  • Diagnostiek van katheter-gerelateerde urineweginfectie bij patiënten met een blaaskatheter is lastig, de vraag wanneer en hoe lang behandeld moet worden is dat evenzeer.
  • Een katheter-gerelateerde urineweginfectie wordt behandeld als een urineweginfectie met weefselinvasie.
  • Voor de keuze van het behandelbeleid is er weinig meer informatie dan klinische ervaring.

Ook is onduidelijk hoe lang behandeld moet worden. Literatuurconclusies

Geen GRADE Er zijn geen studies gevonden naar de effectiviteit en bijwerkingen van antibiotica vergeleken met andere behandelmogelijkheden of afwachtend beleid in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter

table>

Geen GRADE Er zijn geen studies gevonden naar vergelijking van effectiviteit van verschillende antibiotica voor behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter

table>

Geen GRADE Er zijn geen studies gevonden naar effectiviteit en bijwerkingen van verschillen in duur van antibioticabehandeling voor katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter
See also:  Waarom Btw Verleggen?

Samenvatting literatuur Er zijn geen gecontroleerde studies gevonden naar behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter. Zoekvraag (PICO) Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is er een systematische literatuuranalyse verricht naar de volgende drie wetenschappelijke vraagstelling(en):

  • Wat zijn de effectiviteit (klinische uitkomstmaten kwaliteit van leven, resolutie van klachten/klinische symptomen en recidief) en bijwerkingen van antibiotica ten opzichte van afwachtend beleid (geen antibiotica, maar mogelijk wel monitoring, analgetica en/of drinkadvies) in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter?
  • Wat zijn de effectiviteit (klinische uitkomstmaten kwaliteit van leven, resolutie van klachten/klinische symptomen en recidief) en bijwerkingen van verschillende antibiotica (antibioticum X vs. antibioticum Y) in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter?
  • Wat zijn de effectiviteit (klinische uitkomstmaten kwaliteit van leven, resolutie van klachten/klinische symptomen, recidief) en bijwerkingen bij verschillende duur (bijvoorbeeld ≤7 dagen versus >7 dagen.) van antibiotische behandeling voor katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter?

Zoeken en selecteren In de databases Pubmed en Embase is op 10 augustus 2017 met relevante zoektermen in één gezamenlijke zoekactie gezocht naar primair onderzoek of systematische reviews betreffende diagnostiek én behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen met een blaaskatheter.

  • Kwetsbare ouderen met een blaaskatheter (deelnemers met een verblijfskatheter verblijvend in een zorginstelling, of alle deelnemers tenminste 65 jaar of gemiddelde of mediane leeftijd van deelnemers tenminste 75 jaar);
  • Behandeling van urineweginfecties (klinische urineweginfectie, bijv. symptomatische, gediagnosticeerde of behandelde urineweginfectie);
  • Gecontroleerd onderzoek;
  • Gepubliceerd in 2003 of later (sinds voorgaande richtlijn).

De zoekverantwoording is weergegeven in bijlage 2. Bijlage 1 Exclusietabel Behandeling katheter Exclusietabel (exclusie na het lezen van het volledige artikel)

Auteur en jaartal Redenen van exclusie
Flokas, 2017 Niet relevant voor beantwoorden van uitgangsvraag
Gravey, 2017 Buitenlandse studie (Frankrijk) naar verwekkers. Exclusie vanwege hoger antibioticagebruik en andere resistentiepatronen.
Naik, 2017 Implementatieonderzoek (geen beantwoording uitgangsvraag) en studiepopulatie geen kwetsbare ouderen
Llenas-Garcia, 2017 Andere studievraag
Kjolvmark, 2016 Geen patiënten met blaaskatheter
Ducharme, 2007 Geen patiënten met blaaskatheter
Armbruster, 2016 Andere studievraag
Hooton, 2010 Buitenlandse richtlijn, geen van de studies uit de onderliggende literatuurreview voldoet aan inclusiecriteria (o.a. kwetsbare ouderen)
Tenke, 2008 Buitenlandse richtlijn, geen informatie over onderliggende literatuurreview
de Cueto, 2017 Buitenlandse richtlijn, geen toegang tot informatie over onderliggende literatuurreview

Bijlage 2 Zoekverantwoording Behandeling katheter Zoekverantwoording Diagnose en behandeling van urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter, uitgevoerd op 10 augustus 2017 Pubmed («Urinary Tract Infections» OR «Cystitis» OR «Pyelitis» OR «Prostatitis» OR «urinary tract infection» OR «urinary tract infections» OR «bladder infection» OR «bladder infections» OR cystitis OR pyelonephritis OR pyelitis OR pyelocystitis OR prostatitis OR bacteriuria OR pyuria OR UTI OR Urosepsis) NOT («Schistosomiasis haematobia» OR «Pyelonephritis, Xanthogranulomatous») AND Elderly OR community-dwelling OR geriatric OR «mini-mental state» OR alzheimer OR alzheimer’s OR alzheimers OR mmse OR caregivers OR falls OR Adl OR Frailty OR Gds OR Ageing OR elders OR Frail OR Mci OR Demented OR Psychogeriatrics OR «cognitive impairment» OR «postmenopausal women» OR Comorbidities OR «Geriatric assessment» OR «Frail elderly» OR «Cognition disorders/diagnosis» OR «Cognition disorders/epidemiology» OR «Alzheimer disease» OR dementia OR («Residential Facilities» NOT «Orphanages») OR «Housing for the Elderly» OR «nursing home» OR «nursing homes» OR «care home» OR «care homes» OR «nursing care facility» OR «nursing care facilities» OR «residential facility» OR «residential facilities» OR «residential home» OR «residential homes» OR «residential care» OR «aged care» OR «Long term care» OR «long term care» AND «Catheters» OR «Urinary Catheters» OR «Catheters, Indwelling» OR Catheter* OR «Catheter-Related Infections» Embase ‘urinary tract infection’/exp/mj OR ‘cystitis’/exp/mj OR ‘pyelonephritis’/exp/mj OR ‘prostatitis’/exp/mj OR ‘bacteriuria’/exp/mj OR ‘pyuria’/exp/mj OR ‘urinary tract infection’:ti,ab OR ‘urinary tract infections’:ti,ab OR ‘bladder infection’:ti,ab OR ‘bladder infections’:ti,ab OR cystitis:ti,ab OR pyelonephritis:ti,ab OR pyelitis:ti,ab OR pyelocystitis:ti,ab OR prostatitis:ti,ab OR bacteriuria:ti,ab OR pyuria:ti,ab OR UTI:ti,ab OR Urosepsis:ti,ab AND ‘Elderly’:ti,ab OR ‘community-dwelling’:ti,ab OR ‘geriatric’:ti,ab OR ‘mini-mental state’:ti,ab OR ‘alzheimer’:ti,ab OR ‘alzheimers’:ti,ab OR ‘mmse’:ti,ab OR ‘caregivers’:ti,ab OR ‘falls’:ti,ab OR ‘Adl’:ti,ab OR ‘Frailty’:ti,ab OR ‘Gds’:ti,ab OR ‘Ageing’:ti,ab OR ‘elders’:ti,ab OR ‘Frail’:ti,ab OR ‘Mci’:ti,ab OR ‘Demented’:ti,ab OR ‘Psychogeriatrics’:ti,ab OR ‘cognitive impairment’:ti,ab OR ‘Comorbidities’:ti,ab OR ‘geriatric assessment’/de OR ‘frail elderly’/de OR ‘cognitive defect’/de OR ‘Alzheimer disease’/de OR ‘dementia’:ti,ab OR ‘nursing home’/de OR ‘nursing home’:ti,ab OR ‘nursing homes’:ti,ab OR ‘nursing home patient’/de OR ‘care home’:ti,ab OR ‘care homes’:ti,ab OR ‘nursing care facility’:ti,ab OR ‘nursing care facilities’:ti,ab OR ‘residential home’/de OR ‘residential facility’:ti,ab OR ‘residential facilities’:ti,ab OR ‘residential home’:ti,ab OR ‘residential homes’:ti,ab OR ‘residential care’:ti,ab OR ‘aged care’:ti,ab OR ‘home for the aged’/de OR ‘long term care’/de OR ‘long term care’:ti,ab AND (‘catheter’/mj OR ‘urinary catheter’/exp/mj OR ‘intermittent catheterization’/de OR ‘indwelling urinary catheter’/mj OR ‘antimicrobial urinary catheter’/mj OR catheter*:ti,ab OR ‘catheter infection’/mj) AND (/lim OR /lim) NOT (‘conference abstract’/it OR ‘conference review’/it) NOT (‘juvenile’/exp NOT ‘aged’/exp) Overwegingen Overwegingen Er zijn geen studies gevonden voor de specifieke zoekvragen met betrekking tot behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij kwetsbare ouderen.

Om de uitgangsvragen te beantwoorden en tot aanbeveling te komen wordt gebruik gemaakt van de resultaten van de Delphi-studie, overwegingen die specifiek zijn voor katheter-gerelateerde urineweginfecties uit internationale richtlijnen en verwijzen we naar de behandeling van niet-katheter-gerelateerde urineweginfecties met weefselinvasie: zie module ‘Behandeling van urineweginfecties bij kwetsbare ouderen’.

De positie van antibiotica In een Delphi-studie (Van Buul, 2018) concluderen (inter)nationale experts, dat antibiotische behandeling op basis van de werkdiagnose katheter-gerelateerde urineweginfectie alleen is aangewezen indien er sprake is van systemische ziekteverschijnselen.

Minimale criteria voor het starten met antibiotica op verdenking van katheter-gerelateerde urineweginfectie bij een kwetsbare oudere met een blaaskatheter zijn volgens de Delphi-studie: koorts langer dan 24 uur bestaand, koude rillingen en/of een delier. Bij een delier dient wel eerst een urineretentie als mogelijke oorzaak te worden uitgesloten (zie module ‘Diagnostiek van urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter’: cystocerebraal syndroom).

Verwijderen of vervangen van de blaaskatheter en inzetten van urinekweek voor aanvang van therapie Voor de start van een antibiotische behandeling dient de blaaskatheter verwijderd of, indien de patiënt niet zonder blaaskatheter kan, vervangen te worden (van Buul, 2018; High, 2008).

Een blaasecho (bladderscan) voor het bepalen van retentie kan helpen bij het nagaan of de blaaskatheter kan worden verwijderd. Een urinemonster ten behoeve van een urinekweek wordt zonder of via de nieuwe blaaskatheter verzameld voordat therapie wordt gestart (Hooton, 2010; High, 2008; Van Buul, 2018).

Wanneer een urinemonster wordt verkregen door een oude katheter (enkele dagen of langer) geven de kweekuitslagen de bacteriën van de biofilm weer. Door het vervangen of verwijderen van de katheter voor aanvang van de therapie is het mogelijk een urinemonster te nemen dat een betere weergave geeft van de verwekkers van de urineweginfectie, de uropathogenen (Raz, 2000).

Bovendien leidt het verwijderen of vervangen van de blaaskatheter voor start van de antibiotische behandeling tot betere klinische uitkomsten, het versnelt de resolutie van symptomen zoals koorts en vermindert het risico op een latere katheter-gerelateerde urineweginfectie (Hooton, 2010; High, 2008; Raz, 2000).

Middelenkeuze en duur van antibioticabehandeling Voor orale behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties kan men, evenals bij niet-katheter-gerelateerde urineweginfecties (zie module ‘Behandeling van urineweginfecties bij kwetsbare ouderen’), op basis van lokale resistentiedata een keuze maken uit cotrimoxazol, ciprofloxacine en amoxicilline/clavulaanzuur.

  1. Wanneer lokale resistentiedata niet voorhanden zijn kan men gebruik maken van eerdere kweekgegevens van de patiënt.
  2. Wat de behandelduur van een katheter-gerelateerde urineweginfectie betreft, adviseert de Infectious Diseases Society of America om patiënten met symptomen die snel verdwijnen zeven dagen te behandelen.

Voor patiënten met een vertraagde respons adviseren zij een behandelduur van tien tot veertien dagen. Deze behandelduur is gelijk voor patiënten bij wie de blaaskatheter is verwijderd (Hooton, 2010). Verantwoording + referenties Verantwoording De richtlijn is modulair opgebouwd.

  • Dit betekent dat in de toekomst herzieningen per module kunnen plaatsvinden.
  • Nu zijn echter de verantwoording, referenties en bijlagen voor elke module gelijk en daarom verwijzen wij naar ‘ Verantwoording en methode ‘.
  • Referenties van Buul LW, Vreeken HL, Bradley SF, Crnich CJ, Drinka PJ, Geerlings SE, Jump RLP, Mody L, Mylotte JJ, Loeb M, Nace DA, Nicolle LE, Sloane PD, Stuart RL, Sundvall PD, Ulleryd P, Veenhuizen RB, Hertogh CMPM.

The Development of a Decision Tool for the Empiric Treatment of Suspected Urinary Tract Infection in Frail Older Adults: A Delphi Consensus Procedure. J Am Med Dir Assoc.2018 Sep;19(9):757-764. High KP, Bradley SF, Gravenstein S, Mehr DR, Quagliarello VJ, Richards C, Yoshikawa TT; Infectious Diseases Society of America.

  1. Clinical practice guideline for the evaluation of fever and infection in older adult residents of long-term care facilities: 2008 update by the Infectious Diseases Society of America.
  2. J Am Geriatr Soc.2009;57(3):375-394.
  3. Hooton TM, Bradley SF, Cardenas DD, Colgan R, Geerlings SE, Rice JC, Saint S, Schaeffer AJ, Tambayh PA, Tenke P, Nicolle LE; Infectious Diseases Society of America.

Diagnosis, prevention, and treatment of catheter-associated urinary tract infection in adults: 2009 International Clinical Practice Guidelines from the Infectious Diseases Society of America. Clin Infect Dis.2010;50(5):625-663. Cornelissen MME, de Kroon SJW, Winters – Van der Meer ACM.

Branchebeeld Kwaliteit 2009 Verpleging Verzorging en Zorg thuis. Achtergrondrapport, 2010. https://www.actiz.nl/stream/p-branchebeeld-2009-achtergrond Raz R, Schiller D, Nicolle LE. Chronic indwelling catheter replacement before antimicrobial therapy for symptomatic urinary tract infection. J Urol 2000;164:1254–1258.

Rogers MA, Mody L, Kaufman SR, Fries BE, McMahon LF Jr, Saint S. Use of urinary collection devices in skilled nursing facilities in five states. J Am Geriatr Soc.2008;56(5):854-861.

Hoe slaap je met een katheter?

Urine-opvangzak – Urine-beenzak Via de katheter loopt de urine uit de blaas in de urine-opvangzak. Overdag wordt de urine opgevangen in een zogenaamde urine-beenzak. Deze kan bevestigd worden door middel van bandjes om uw been. Aan de onderkant van de dagzak zit een aftapkraantje.

Als de zak vol is, kunt u de urine via dit kraantje in het toilet laten lopen. Urine-nachtzak ‘s Nachts sluit u de grotere urine-nachtzak op de urine-beenzak aan. Deze heeft een inhoud van twee liter, zodat u rustig door kunt slapen. De opvangzak kunt u in een rekje aan de zijkant van uw bed hangen. Het is belangrijk dat de opvangzak altijd lager hangt dan uw blaas, dus lager dan uw matras, omdat de urine anders niet goed in de opvangzak kan lopen.

See also:  Waarom Bijten Kittens?

Ook de nachtzak kunt u in het toilet legen via een aftapkraantje. Controleer, voordat u de zak aansluit, altijd of het kraantje (weer) goed dicht is.

Hoe halen ze een katheter er uit?

Verwijderen van een verblijfskatheter Het wegvallen van de indicatie voor de plaatsing van een verblijfskatheter, is de eerste indicatie voor het verwijderen van een verblijfskatheter. De verpleegkundige waakt erover dat een verblijfskatheter zo snel mogelijk verwijderd wordt na het wegvallen van deze indicatie en spreekt indien nodig hier de behandelende arts over aan.

Periodische vervanging Vervanging bij katheterproblemen Vervanging bij een urinaire infectie waarbij therapie ingesteld wordt

Een latexkatheter wordt na één week vervangen door een hydrogel- of een siliconenkatheter. Een verblijfskatheter blijft de eerste keer 4 weken ter plaatse en wordt dan vervangen. De verdere verblijfsduur van de katheter wordt bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van biofilm en/of steenvorming op de verwijderde verblijfskatheter.

Bijvoorbeeld: wanneer er geen biofilm zichtbaar is, kan de duur met 2 weken verlengen tot maximaal 12 weken. Wanneer er veel biofilm aanwezig is, kort de verblijfsduur in met 1 week, De duurtijd waarop een verblijfskatheter ter plaatse kan blijven, is ook afhankelijk van de samenstelling van de verblijfskatheter.

Techniek Voorbereiding:

Verzamel informatie over de patiënt. Controleer de opdracht van de arts. Verzamel de materialen:

steriele spuit nierbekken niet-steriele handschoenen

Voorbereiding:

informeer de patiënt. installeer de patiënt in een ontspannen rugligging. ontsmet de handen. leg de materialen klaar.

Procedure: het verwijderen van de verblijfskatheter

Plaats het nierbekken tussen de benen van de patiënt. Laat de ballon af: druk de spuit in het ventiel en laat de ballon spontaan leeglopen in de spuit. Verwijder de verblijfskatheter, klem de katheter af tijdens het verwijderen. Na het verwijderen controleer je de ballon en de openingen van de verblijfskatheter op de aanwezigheid van biofilm of steenvorming. Rapporteer indien nodig en vermeld aanpassingen aan de verblijfsduur van de katheter.

Aandachtspunten

Laat de patiënt zo plat mogelijk liggen. Het heeft geen zin om de katheter preventief af te klemmen vóór het verwijderen. Laat de patiënt van tevoren inademen en rustig uitademen op het moment van het eruit trekken van de katheter. Verwijder een verblijfskatheter bij voorkeur in het midden van de nacht omdat de patiënt verder slaapt en zijn blaas rustig de tijd krijgt om te vullen. ‘s Morgens is de blaas dan redelijk gevuld en gaat het urineren makkelijker. Dit heeft de voorkeur boven het verwijderen van een blaaskatheter overdag. De patiënt plast beter spontaan en er zijn minder herkatheterisaties nodig. Bij het aflaten van de ballon: laat de spuit zichzelf vullen met de vloeistof uit de ballon. Niet aanzuigen omdat daardoor de ballon vervormt en plooien krijgt waardoor het verwijderen pijnlijk is en er urethrakwetsuren kunnen ontstaan. Wanneer de ballon spontaan leeg loopt blijft de ballon gaaf.

Nazorg

Informeer de patiënt dat hij mogelijk een branderig gevoel kan hebben bij het urineren. Ook een plotse aandrang of licht verlies kunnen voorkomen. Volg de diurese en mictiefrequentie op. Vraag de patiënt om meteen te melden wanneer:

hij niet of niet goed/voldoende kan urineren bij het gevoel niet voldoende uit te kunnen plassen.

Handel als volgt: contacteer de behandelende arts of voer een blaasscan (bladderscan) uit.

Verwikkelingen Wanneer de ballon niet spontaan leegloopt in de spuit, heb je volgende mogelijkheden.

Zuig met een spuit heel zachtjes de inhoud aan. Spuit een halve tot één ml steriel water in de ballon en tracht zachtjes aan te zuigen. Prik met spuit en naald net voorbij het ventiel in de ballonleiding van de verblijfskatheter en zuig langzaam aan. Knip het ventiel van de verblijfskatheter af, voer een dunne geleider via de ballonleiding op om zo de ballon zachtjes te perforeren. De arts kan onder echografie de ballon percutaan aanprikken en zo de ballon ledigen.

A. De ballon loopt niet leeg Er kan een beschadiging in het lumen van het ballongedeelte zitten. Meestal is dat op de plek waar het zijstukje van de ballon samenkomt op de katheter of iets verder. Soms helpt het om op die plek in de katheter te knijpen. B. Beschadiging door afklemmen Een beschadiging kan ontstaan doordat de katheter wordt afgeklemd met een kocher of navelklem, bijvoorbeeld voor het verwisselen van een katheterzak. Dit gebeurt dan op de katheter in plaats van op het aanzetstuk. Om correct af te klemmen dient men de klem te plaatsen enkel op het urinelumen (dat naar de urineopvangzak gaat) tussen de splitsing en het aanzetstuk van de opvangzak. Waarom Een Katheter Waarom Een Katheter Correct afklemmen Foutief afklemmen C. Afknippen katheter Indien het leegzuigen van de ballon toch niet lukt, kan de katheter eventueel doorgeknipt worden. Knip de katheter achter het ventiel door en let er dan op dat er water uit het lumen van de ballon stroomt.

Knip de katheter niet tekort af en houd er rekening mee dat de katheterpunt terug kan schieten in de blaas. Zeker als het om een suprapubische katheter gaat.D. Als de ballon wel leeg is, maar vastzit De ballon kan vastzitten aan de blaasuitgang. Dit gaat vaak gepaard met steenaanslag op de ballon en/of de kathetertip.

Oplossing: spuit gel langs de katheter in de plasbuis of in de fistelopening. Wees er zeker van dat de katheter los is van de wand. Draai de katheter rond of duw deze verder de blaas in. Bij een urethrale katheter bij een man: trek voorzichtig aan de katheter terwijl je de penis vasthoudt. : Verwijderen van een verblijfskatheter

Waar gaat katheter in bij vrouw?

Breng de katheter rustig in de plasbuis tot in de blaas. Als de urine begint te lopen zit u in de blaas. Schuif nu de katheter nog een klein stukje verder. Soms voelt u wat weerstand als de katheter bij de overgang van de sluitspier naar de blaas zit.

Hoe vaak moet een katheter worden vervangen?

De transurethrale katheter (via de plasbuis) – Deze katheter wordt ingebracht door de uroloog of verpleegkundige en gaat door de plasbuis naar de blaas. U kunt dus niet meer normaal plassen. Krijgt u de katheter voor langere tijd, dan moet u deze na ongeveer 8-12 weken laten verwisselen.

Welke katheter mag 3 maanden blijven zitten?

Full siliconen katheter – Deze katheter bestaat uit 100% siliconen. De verblijfsduur van deze katheter 8 tot 12 weken is, mits er geen problemen zijn van steenaanslag, verstopping e.d. De katheter wordt gebruikt bij patiënten met een latex-allergie en voor langdurig gebruik.

  • Het voordeel voor de patiënt is dat de katheter minder vaak gewisseld hoeft te worden.
  • Een nadeel is dat de katheter door het materiaal wat stugger is wat bij sommige patiënten juist weer meer irritatie geeft.
  • Er komen wel steeds meer soorten ‘full siliconen katheters’ op de markt die soepeler zijn en een beter draagcomfort hebben.

Een ander nadeel is dat siliconen ‘semi-permeabel’ is. Dat wil zeggen dat het water in het ballonnetje door de wand heen kan diffunderen met als gevolg dat het ballonnetje langzaam leegloopt. Controle van voldoende vulling van het ballonnetje is dan wenselijk.

Tegenwoordig worden de ballonnetjes gevuld met een speciale oplossing van water en glycerine, door de glycerine zal het ballonnetje nauwelijks leeglopen. Door de langere levensduur, kan ook bij deze katheter na verloop van tijd bij de tip kalkafzettingen ontstaan. Daardoor gaat de opening dichtzitten.

Dit kan ook voorkomen in het lumen van de katheter. Kalkafzetting aan de tip van de katheter kan er voor zorgen dat het verwijderen van de katheter moeilijk gaat, de katheter vast zit, verwijderen pijn doet en dat de plasbuis beschadigt en bloedt. Dat is reden om de katheter zeker niet langer te laten zitten dan de aanbevolen levensduur.

Wat is het beste moment om een katheter te verwijderen?

De Resultaten – De Richtlijn V&VN 1 geeft aan dat verblijfskatheters ‘s avonds verwijderd kunnen worden (voor 12 uur ‘s nachts) met als gevolg een korter verblijf in het ziekenhuis. Daarentegen geven ze aan dat katheters toch veelal ‘s ochtends verwijderd worden, zodat eventuele retenties overdag behandeld kunnen worden.

  • Advies is om het lokale beleid te raadplegen.
  • In de systematic review 2 werden 26 studies (met 2933 voornamelijk urologische en gynaecologische operatiepatiënten) geïncludeerd.
  • Acht studies rapporteerden specifiek over het aantal deelnemers dat urineretentie ontwikkelde na verwijdering van de verblijfskatheter met de noodzaak tot rekatheterisatie.57/857 (7%) van de patiënten in de groep waarbij de katheter voor de nacht werd verwijderd versus 76/833 (9%) in de groep waarbij de katheter vroeg in de ochtend werd verwijderd (RR 0.80; 95%CI 0.58 to 1.08; Comparison 01.10).

Er werd dus geen significant verschil gevonden in de noodzaak voor het aantal rekatheterisaties.

Hoe slaap je met een katheter?

Urine-opvangzak – Urine-beenzak Via de katheter loopt de urine uit de blaas in de urine-opvangzak. Overdag wordt de urine opgevangen in een zogenaamde urine-beenzak. Deze kan bevestigd worden door middel van bandjes om uw been. Aan de onderkant van de dagzak zit een aftapkraantje.

  1. Als de zak vol is, kunt u de urine via dit kraantje in het toilet laten lopen.
  2. Urine-nachtzak ‘s Nachts sluit u de grotere urine-nachtzak op de urine-beenzak aan.
  3. Deze heeft een inhoud van twee liter, zodat u rustig door kunt slapen.
  4. De opvangzak kunt u in een rekje aan de zijkant van uw bed hangen.
  5. Het is belangrijk dat de opvangzak altijd lager hangt dan uw blaas, dus lager dan uw matras, omdat de urine anders niet goed in de opvangzak kan lopen.

Ook de nachtzak kunt u in het toilet legen via een aftapkraantje. Controleer, voordat u de zak aansluit, altijd of het kraantje (weer) goed dicht is.