Hoe Worden De Twaalf Leerlingen Van Jezus Ook Genoemd?

Hoe Worden De Twaalf Leerlingen Van Jezus Ook Genoemd
Apostelen – Onderwerpen – Rijksstudio – Rijksmuseum Een apostel is één van de twaalf leerlingen van Christus, door hem uitgezonden om de christelijke leer te verkondigen. De twaalf apostelen waren: Petrus, Andreas, Jakobus de Meerdere, Johannes, Filippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Thomas, Jakobus de Mindere, diens broer Thaddeüs, Simon, en Judas Iskariot.

De laatste verraadde Jezus en pleegde zelfmoord. Hij werd opgevolgd door Matthias. Meestal wordt gesproken over ‘leerlingen’ of ‘discipelen’ (volgelingen) voor hun optreden tijdens het leven van Jezus, en ‘apostelen’ voor hun lotgevallen na zijn dood. Toen voegde zich nóg een apostel bij hen: Paulus. Volgens het Bijbelboek Handelingen gaf Christus de apostelen na zijn hemelvaart hun zendingsopdracht.

Dit gebeurde tijdens Pinksteren, waarbij de Heilige Geest over hen werd uitgestort. Hierna konden de apostelen alle talen spreken en waren zij klaar om Christus’ boodschap over de hele wereld te verkondigen. Deze gebeurtenis was het begin van de christelijke kerk.

Wat is het verschil tussen een discipel en een apostel?

Wat doet een apostel? – Een apostel vertelt het goede nieuws aan Joden en heidenen. In de Bijbel worden de twaalf uitgekozen leerlingen (discipelen) van Jezus ‘apostelen’ genoemd ( Matteüs 10:2 en 1 Korintiërs 15:5 ). Zij vertelden alles wat zij van hun rabbi (leraar) Jezus hadden geleerd door aan anderen.

onreine geesten uit te drijven iedere ziekte en kwaal te genezen het goede nieuws te verkondigen vrede over het huis te laten komen.

Hoe heet de discipel die?

Discipel – Christipedia – Johannes 928 En ze bespotten hem en zeiden: Jij bent zijn discipel, maar wij zijn discipelen van Mozes. (TELOS) Discipelen van Paulus. Paulus had ook zijn discipelen (Handelingen 925 ‘zijn discipelen’) maar hij leidde ze op om discipelen van de Heer Jezus te worden.

Welke leerling verraadde Jezus?

Judas Iskariot Judas Iskariot was een van de twaalf apostelen. Volgens de evangelist Johannes was hij de penningmeester van het gezelschap rond Jezus. Judas is berucht geworden door zijn verraad van Jezus, wat leidde tot diens kruisdood. De gewezen apostel stierf een eerloze dood.

Apostel Judas behoorde tot de twaalf leerlingen die Jezus aanstelde als apostel (gevolmachtigde gezant). In de apostellijsten van de synoptische evangeliën wordt Judas telkens als laatste genoemd, met daarbij de opmerking dat hij de verrader van Jezus is. Keriot De naam Judas is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Juda of Jehuda.

Judas was de zoon van Simon Iskariot. Waarschijnlijk betekent Iskariot ‘man uit Keriot’. Keriot was een kleine plaats nabij Hebron in het zuiden van Judea. Ook een plaats in Moab droeg die naam. Verwarring Judas Iskariot moet niet verward worden met Judas Thaddeüs, een andere apostel.

Evenmin met een van Jezus’ broers, die dezelfde naam droeg. Ook de auteur van de nieuwtestamentische Brief van Judas moet niet met Judas Iskariot worden verward. Penningmeester Volgens het Johannes-evangelie (12,6) was Judas de beheerder van de kas van het gezelschap rond Jezus. Onopvallend Hoewel er in de evangeliën toespelingen worden gemaakt op het aanstaande verraad, speelt de discipel Judas lange tijd een onopvallende rol.

Net als de andere discipelen ontvangt hij onderwijs van Jezus, is hij getuige van diens wonderen, en wordt hij uitgezonden om in Israël het Koninkrijk van God te verkondigen. Omslagpunt Pas in de latere hoofdstukken van de evangeliën vindt een omslag plaats.

Matteüs, Marcus en Johannes beschrijven dat Jezus door een vrouw wordt gezalfd met kostbare nardusolie uit een albasten flesje. Hiertegen wordt door sommige aanwezigen protest aangetekend, omdat het verspilling zou zijn. Volgens hen had het parfum beter verkocht kunnen worden, om de opbrengst te besteden aan de armen.

Het Johannes-evangelie legt het protest tegen de vermeende verspilling in de mond van Judas, en voegt eraan toe: «Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.» (Johannes 12,6) Jezus zegt daarentegen dat het goed is wat de vrouw gedaan heeft: «De armen heb je altijd bij je, en zo vaak je wilt kun je hun goed doen, maar Mij heb je niet altijd bij je.

Ze heeft gedaan wat zij kon. Bij voorbaat heeft ze mijn lichaam gezalfd met het oog op mijn begrafenis.» Matteüs en Marcus suggereren dat deze gebeurtenis Judas ertoe bracht Jezus uit te leveren aan de hogepriesters. Duivel Lucas en Johannes noemen geen aanleiding, maar beschrijven het omslagpunt van Judas in de context van Pesach, gedurende het Laatste Avondmaal.

Bij die gelegenheid neemt de duivel bezit van Judas, zo schrijven de evangelisten (Lucas 22,3 ; Johannes 13,27). Johannes ziet de gebeurtenissen als een vervulling van Psalm 41,10: «Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd.» Dertig zilverstukken Judas stapt naar de hogepriesters en de oudsten van het volk om Jezus uit te leveren.

  1. Volgens het Matteüs-evangelie (26,14) ontvangt hij hiervoor dertig zilverstukken, de prijs van een slaaf.
  2. Het bedrag is tevens een verwijzing naar Zacharia 11, 12-13.
  3. Judaskus De Synoptici schrijven dat Judas met een grote bewapende bende in de Hof van Getsemane op zoek gaat naar Jezus.
  4. Als hij hem gevonden heeft, begroet hij hem met een kus.

Volgens Matteüs en Marcus was dit een afgesproken teken. Na deze begroeting wordt Jezus in de boeien geslagen en afgevoerd. Jezus’ gevangenneming loopt uit op zijn veroordeling tot de doodstraf. Zelfmoord Alleen Matteüs (27,3-10) beschrijft dat Judas berouw krijgt na Jezus’ terdoodveroordeling.

  1. Hij gaat terug naar de hogepriesters, om zijn geld terug te brengen.
  2. Als hij nul op rekest krijgt van de hogepriesters, smijt hij de zilverstukken de tempel in, waarna hij zichzelf ophangt.
  3. Bloedakker De hogepriesters kopen van de steekpenningen een akker van een pottenbakker.
  4. De grond wordt bestemd als vreemdelingenbegraafplaats.

Omdat de akker met het bloedgeld is betaald, wordt hij Bloedakker genoemd. Matteüs ziet hierin de vervulling van een oudtestamentische profetie. Hij verwijst naar Jeremia, maar bedoelt hoogstwaarschijnlijk Zacharia 11, 12 -13. Andere lezing Het bijbelboek Handelingen der Apostelen heeft een andere lezing van Judas’ eerloze einde.

  • Van het geld dat hij voor zijn verraad kreeg, zou Judas zelf een akker hebben gekocht.
  • Later zou Judas bij een val, waarbij zijn buik werd opengereten, om het leven zijn gekomen.
  • De plaats van het ongeval (dezelfde akker?) kreeg in de volksmond de naam Bloedakker (Akeldama).
  • Judas vervangen Na Jezus’ Verrijzenis en Hemelvaart zoeken de apostelen een vervanger voor Judas, zodat De Twaalf weer compleet zijn.

Na gebed wordt door loting bepaald dat Mattias Judas in het vervolg vervangt. : Judas Iskariot

Waren de evangelisten ook apostelen?

De bekendste boeken uit het tweede testament zijn de VIER EVANGELIES: Marcus, Matteüs, Lucas en Johannes. Het woord evangelie betekent: ‘Blijde Boodschap’. Voor alle duidelijkheid: de evangelisten zijn niet de apostelen en zijn ook geen leerlingen van Jezus.

Hoe worden de apostelen nog genoemd?

Apostelen, Van Andreas tot Zacheüs. Thema’s uit het Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten, Louis Goosen – DBNL Zoek alles Zoeken naar auteurs Zoeken naar titels Zoeken in teksten (1997) – –

ook wel ‘de twaalf’ genoemd (Hand.6,2), vormden rond Jezus van Nazaret het college van speciaal door hem geroepenen. Na zijn dood werd het college aangevuld: » werd door het lot aangewezen (in de plaats van Judas Iskariot); » werd op een bijzondere manier geroepen. De twaalf waren – letterlijk – ‘gezondenen’ die met gezag het evangelie moesten verkondigen: in de eerste plaats aan het volk van Israël (Mar.3,13-19) en uiteindelijk – tegen hun verwachtingen in – ook buiten Israël, tot aan het uiteinde van de aarde (Hand.1,6-8). In de vroegste gemeenten werden zij dan ook opgenomen als Jezus zelf (Gal.4,14). De apostelen waren bijeen bij het Laatste Avondmaal, bij Jezus’ hemelvaart, tijdens de dagen daarna in ‘de bovenzaal’ te Jeruzalem (Hand.1,13-14) en bij het pinkstergebeuren. En volgens een in veel versies bewaard gebleven geschrift Transitus Beatae Maria Virginis (waarschijnlijk uit Syrië, 5e eeuw) werden alle apostelen, over de hele wereld verspreid, bij het naderen van Maria’s dood door engelen door de lucht naar Jeruzalem gevoerd, waar zij rond Maria’s sterfbed stonden en daarna haar lichaam begroeven. Alleen » kwam te laat. Apocriefe Akten of Handelingen, als literair genre soms nauw aan de antieke avonturenroman verwant, vertellen verder van elke apostel een vloed aan pikante bijzonderheden over zijn missionair werk en zijn veelal gewelddadig levenseinde. Volgens Mat.19,27-28 zullen de apostelen een rol spelen bij de ‘wedergeboorte’, verstaan als het Laatste Oordeel. In de christen-gemeenten werd de titel ‘apostel’ al spoedig (vgl.1 Kor.12,28) ook gebruikt voor een grotere kring van officieel aanvaarde, maar vooral betrouwbare verkondigers, van wie met name het missionerende echtpaar Andronicus en Junia uitdrukkelijk als ‘apostelen van aanzien’ worden genoemd (Rom.16,7 en 1 Kor.12,29; vgl.
», die eveneens vanouds apostel genoemd wordt). Op deze betrouwbaarheid berust de idee dat het geloof van de Kerk gefundeerd is op apostoliciteit (Gal.2,6-9; 1 Tim.6,20: de betrouwbare bewaarder van de traditie). Die overtuiging won veld vanaf de 2e eeuw, toen herleiding van geloofsinzichten tot de leer van de apostelen noodzakelijk bleek als afgrenzing tegen concurrerende, gnostieke systemen (heresie). Deze overtuiging werd versterkt door het verlangen van belangrijke gemeenten om haar stichting in bisschopslijsten op een apostel of apostelleerling terug te kunnen voeren (», Barnabas, Jakobus de Meerdere, Marcus en Petrus). Collecties apocriefe apostellegenden vonden via de 6e-eeuwse compilatie van Abdias van Babylon en de Latijnse vertaling daarvan door Julius Africanus hun weg naar het Speculum Historiale van Vincentius van Beauvais (1247-59) en de Legenda Aurea, en hadden lange tijd invloed op iconografie en mysteriespel. In de orthodoxe kerken viert men op 4 januari het feest van de zeventig (soms zestig) apostelen, waarmee de grote groep rond Jezus verzamelde volgelingen geëerd wordt (Luc.10,1-20; sommige lezingen geven 72 leerlingen). De namen van de zeventig die genoemd worden in het Schilderboek van de Athos (ca.1725 uit oudere bronnen samengesteld door Dionysios van Phurna) zijn voornamelijk ontleend aan gemeenteleden die in de brieven van Paulus genoemd worden (bijvoorbeeld Rom.16), met weglating overigens van het aanzienlijk aantal vrouwen dat daar vermeld wordt (onder meer Prisca, Tryfena, Tryfosa, Julia en ook Nymfa, toch de leidster van een huisgemeente volgens Kol.4,15)! De apostelen werden aanvankelijk jong voorgesteld (fresco ca.230 in de catacombe van de Aureliani te Rome) met – in de aanvang van de christelijke iconografie – alleen Petrus en Paulus als individuele typen (sarcofaag van Junius Bassus 359 in de Sint-Pieter te Rome). Later werden zij ouder afgebeeld en – behalve » en » – meestal met baarden (sarcofaag 4e eeuw in de San Ambrogio te Milaan), in overeenstemming met het ideaalbeeld van de antieke filosoof. Zelden ontbraken de apostelen, verdoken achter een symbool, op absiden in de Romeinse, vroegchristelijke basilieken: vanuit twee steden (Jeruzalem en Betlehem) trekken er op de onderste mozaïekrand aan weerszijden zes lammeren naar de as, waar het Lam/Jezus (Apoc.22,1) op een paradijsberg met vier stromen (Gen.2,10-14) de lammeren/apostelen ontvangt; het Lam zond hen immers als ‘schapen tussen wolven’ (Mat.10,16); aldus bijvoorbeeld te Rome in de Santa Maria in Trastevere, op de antieke rest aan de bovenrand van de mozaïeken ca.1291 van Pietro Cavallini, of in de Santi Cosma e Damiano bij het Forum uit 526-30. Het ‘College van Apostelen’ (samenzijn van de apostelen in de bovenzaal te Jeruzalem; Hand.1,13) vormt een niet onbelangrijk thema in het repertoire van de oosterse ikonen: 12 apostelen (11 met Paulus) staan in twee rijen frontaal naar de beschouwer van de ikoon gericht, de vier eersten in zeer beweeglijke houding (Russisch ikoon ca.1315). In de 11e en 12e eeuw ontbraken bij de apostelen nog de attributen. Men zie de westgevel ca.1025 van de kerk te Azay-le-Rideau; het linteau boven het portaal van de kerk te Saint-Génis-de-Fontaine en het stucwerk ca.1210-20 aan een galerij in de Burgkapelle Sankt Georg te Landshut (Oberbayern). Vanaf de 13e eeuw had iedere apostel – al wel vanaf de oudheid voorzien van een boekrol in hun handen en een rond foedraal met deksel (boekentas in de vorm van een 19e-eeuwse hoededoos) aan hun voeten (sarcofaag van Petrus en Paulus 4e eeuw, museum bij necropolis te Tarragona) – in het Westen eigen kenmerken en attributen. Voorbeelden treft men aan in het westportaal ca.1230 te Amiens; op de vleugels van het altaar van de Imperialissimi-meester einde 14e eeuw te Trefjölet (Denemarken); op de
Apostelcommunie, liturgisch velum uit het begin van de 14e eeuw, gouddraad op purperzijde. Kerkschat van de Chiesa Collegiata te Castell’ Arquato. De apostelen naderen van links en ontvangen de communie uit de handen van Jezus bij de hoek van een altaar als in een eucharistiedienst: niet naar antieke manier op de hand, maar op westerse manier in de mond. De engel rechts zwaait naar oosters gebruik een liturgische waaier. De Griekse tekst links van het baldakijn boven het altaar heeft de instellingswoorden: ‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam’.
panelen ca.1365 in de hofkapel van Karlstein bij Praag. Het onderscheid functioneerde uiteraard ook bij de uitbeelding van hun marteldood in afzonderlijke scènes (Lochner, 12 panelen tweede kwart 15e eeuw met de martelscène van elk van de apostelen). De afzonderlijke apostelen herkent men aan de volgende, meest voorkomende attributen: Andreas met vis, visnet, Latijns of Andreaskruis; Bartolomeüs met mes of afgestroopte huid; Filippus met zwaard, lans, steen, slang of kruis; Jakobus de Mindere met volderstang; Jakobus de Meerdere als pelgrim gekleed, in ridderkostuum of met schelp en pelgrimsstaf; Johannes met adelaar, schrijfmateriaal, kelk met slang, vat of ketel; Judas Taddeüs met zwaard, bijl, hellebaard of knots; Matteüs met mens of engel, zwaard, geldbuidel of telraam; Mattias met zwaard, kruis of hellebaard; Paulus met zwaard, boek of drie bronnen; Petrus met sleutels en Tomas met zwaard, lans, winkelhaak of stenen; », nog wel eens aan apostelreeksen toegevoegd, soms als bisschop, met steen of olijftak. Volgens een oude traditie, voor het eerst vermeld ca.390 door Ambrosius van Milaan, was van de ‘apostolische geloofsbelijdenis’ door elk van de apostelen een ‘artikel’ geformuleerd. Hoewel de tekst bij enkele apostelen kon variëren, horen de twaalf geloofsartikelen in volgorde bij Petrus, Andreas, Jakobus de Meerdere, Johannes, Tomas, Bartolomeüs, Filippus, Jakobus de Mindere, Matteüs, Simon de IJveraar, Judas Taddeüs en Mattias. Vanaf de 5e eeuw omringden de apostelen een keizerlijke Christus als een hemelse senaat, voor het eerst monumentaal op de absismozaïek ca.500 in de Santa Pudenziana te Rome. In de middeleeuwen vonden zij onder invloed van ideeën van Augustinus ( Enarrationes in Psalmos 74,6), van predikanten zoals Hugo van Sint-Victor (12e eeuw) of van de geleerde Durandus van Mende (13e eeuw), die hen soms als opbouwers, soms als architectonische, constructieve elementen van ‘de Kerk’ duidden, hun plaatsen aan de portalen buiten – en aan muren, ramen, pijlers en meubilair binnen de kerkgebouwen. Men vindt daarom apostelen-beelden aan de portalen van vrijwel alle gotische kathedralen (Senlis ca.1175, Chartres ca.1200-10, Reims en Amiens ca.1220), aan de wanden van de Capilla San Miguel te Oviedo ca.1165/75, op ramen uit de 13e eeuw in het schip van de kathedraal te Chartres, en beelden 1759-60 van Schiulström langszij de preekstoeltrap in de Skallerudskirke te Dalsland in Zweden. Een pseudo-augustijnse preek stelde de apostelen voor als zittend op de schouders van de profeten: het Oude – of zo men wil, het Eerste – als basis voor het Nieuwe of Tweede Testament. Realistisch werd dit uitgebeeld in het zuidelijk rozetraam van Chartres ca.1224, aan het Fürstenportal 1230-40 van de dom te Bamberg en in de viering van de 13e-eeuwse kerk in een Castiliaanse uithoek als Moradillo de Sedano (Burgos). De apostelen assisteren de rechter Christus bij het Laatste Oordeel bijvoorbeeld op de 12e-eeuwse boogvelden van de Saint-Trophime te Arles ca.1140, van Meester Léger aan de Santa Maria real te Sanguësa (Navarra) en van de Santiago-kerk te Carrión de los Condes (Palencia), en verder op het hoogveld van het zuidelijk transept ca.1235 van de kathedraal te Bourgos en op het fresco ca.1290 van Cavallini in de Santa Cecilia te Rome. In het koor van kerken werden in de middeleeuwen vaak schilderingen met apostelen aangebracht, ieder voorzien van een tekstbanderol met een artikel van de apostolische geloofsbelijdenis of de ‘twaalf artikelen van het geloof’ (onder meer Niccolò da Foligno op een predella 1466, een fresco 1413 in de San Donato te Poggio en 15e-eeuwse fresco’s in de kerken van Anloo, Hengelo en Muiden). Er is een verband tussen een oud liturgisch gebruik om de binnenmuren van het kerkgebouw (de dragende muren van de kerk/Kerk) te voorzien van twaalf kruisjes met de namen van de 12 apostelen (bijvoorbeeld in de Michaelskirche te Hildesheim ca.
1000), en de gewoonte in de late middeleeuwen om aan de wanden van schip of koor de apostelen vaak levensgroot ‘al fresco’ weer te geven of als beelden tegen de pijlers van het schip te plaatsen (Sainte-Chapelle 1243-48 te Parijs, Sint-Gudule 1640 te Brussel of de Thein-kerk ca.1690 te Praag). Afbeeldingen van de 70 (72) leerlingen zijn, ongetwijfeld vanwege het grote aantal, betrekkelijk zeldzaam: fresco’s ca.1310 in het Vatopedi-klooster van de Athos en fresco’s uit de 14e eeuw op de galerijen van de Aphendiko- en Pantanassa-kerk te Mistra op de Peloponnesos). Op de kalender-ikonen komen op 4 januari slechts enkele representanten voor (ikoon ca.1650 Ikonenmuseum te Recklinghausen). In de late middeleeuwen en de renaissance nam de aandacht voor de groepering van de apostelen rond de tafel van het Laatste Avondmaal toe: hiëratisch in het fresco van Andrea del Castagno 1440-50 in het klooster Sant’ Apollonia te Florence en op Dirk Bouts’ paneel 1464-67 in de Sint-Pieterskerk te Leuven; knus opeengedrongen in de Franse groep uit een altaarretabel na 1500 in het Rijksmuseum te Amsterdam; rommelig bij Ratgeb 1508 (Museum Boymans-Van Beuningen te Rotterdam); dramatisch op de werken van Jordaens na 1666 in het Kon. Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen en Tiepolo ca.1750. Als vroege voorloper van dit onderwerp kan het schema van de voorstelling van de ‘apostelcommunie’ gelden, waarin apostelen meestal in twee rijen van zes aan weerszij van een vierkante altaartafel een tweemaal afgebeelde Jezus naderen om brood en wijn te ontvangen: zilveren pateen uit Stûma 6e eeuw Istanbul, en vele varianten, zoals een geborduurd velum ca.1314 van de Collegiata van Castell’ Arquato Italië, een fresco uit de school van Fra Angelico ca.1430 in het San Marco-klooster te Florence, een paneel 1474 van Justus van Gent; en nog op een schildering van Tintoretto tweede helft 16e eeuw. De ordening van de apostelen op afbeeldingen van »’ hemelvaart, van de nederdaling van de Heilige Geest (»; beide miniaturen 586 in de Rabula-codex uit Mesopotamië) en van het sterfbed en de begrafenis van » (ikoon ca.1275 Catharinaklooster op de Sinaï) verliep eeuwenlang volgens vaststaande iconografische modellen. Uitzonderlijk in de sculptuur is de ‘zending van de apostelen’ aan het boogveld ca.1130 in de nartex van de basiliek te Vézelay: stralen uit Jezus’ handen zenden hen naar alle volkeren, uitgebeeld op de fries. Een uniek paneel ca.1435 met het afscheid van de apostelen (voor hun zendingswerk naar alle windstreken na Jezus’ dood) wordt toegeschreven aan Wolfgang Katzheim. De oudste literaire bewerking van de Handelingen van de Apostelen in 2326 Latijnse hexameters is het epos De actibus Apostolorum 544 van de dichter Arator (overigens nog beperkt tot Petrus en Paulus). Veel levendiger is de Fata Apostolorum van Cynewulf, een Angelsaks die in de tweede helft 8e eeuw over het werkterrein en de marteldood van alle apostelen dichtte. Postola Sögur (Verhalen over apostelen), bewaard in 13e/14e-eeuwse IJslandse handschriften, gaat terug op oudere Noorse bronnen (vanaf de 12e eeuw) die weer afhankelijk waren van Adso van Babylon. De bekroning van de vele middeleeuwse apostelspelen vormt het omvangrijke mysteriespel van Gréban, Le Triumphant Mystère des Actes des Apôtres (1472-78). Koorwerken zoals Wagners Liebesmahl der Apostel 1843, Elgars The Apostles 1902/03 en Hashagens Die vier Apostel 1971 zijn in de moderne tijd zeldzaam. In Oostenrijk maakte na de Eerste Wereldoorlog het romantische Das Apostelspiel 1923 van Well furore en handhaafde zich een tijd lang op het lekentoneel. Bühler 1953; Van Kampen 1990; Kirk 1947; Mâle 1958; Roloff 1965; Weis-Liebersdorf 1907.

Apostelen, Van Andreas tot Zacheüs. Thema’s uit het Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten, Louis Goosen – DBNL

Wat is een ander woord voor apostel?

Staander in de voorsteven. Verkondiger van de nieuwe leer. Verkondiger van nieuwe leer. Volgeling.

Wie is de belangrijkste discipel?

Judas was de grootste schurk van het christendom – maar was ook bij velen geliefd In de zomer van 2019 slopen drie jonge mannen naar het huis van de Deense voetballer Jens Stage in Aarhus. Het waren fanatieke supporters van de lokale voetbalclub AGF, die Stage wilde verruilen voor FC Kopenhagen. Toen restaurateurs het evangelie kregen, was het in slechte staat. © Ed Suba Jr./AP/Ritzau Scanpix Het was een regelrechte sensatie toen het Amerikaanse blad National Geographic in 2006 het Evangelie van Judas publiceerde. Een teruggevonden manuscript uit de 4e eeuw bracht ons een nieuwe versie van de gebeurtenissen die leidden tot Jezus’ dood.

  • Voor christenen is ‘Judas’ zo’n beetje het ergste scheldwoord dat er is.
  • Al bijna 2000 jaar is de naam synoniem met het verloochenen van je principes – precies wat de discipel Judas deed toen hij volgens de Bijbel in de tuin van Getsemane het lot van Jezus bezegelde met een kus.
  • Maar zoals uit het verhaal van Judas blijkt, heeft zelfs de smerigste verrader aanhangers.

‘Jij zult hen allen overtreffen. Want jij zult offeren de mens die mij draagt.’ Uit het Evangelie van Judas: Jezus spreekt met Judas over diens aanstaande verraad, waardoor Judas de belangrijkste discipel zal worden.

  1. In de eerste eeuwen van het christendom had hij zijn eigen gemeente en werd hij vereerd in het Evangelie van Judas.
  2. Hierin wordt hij de belangrijkste genoemd.
  3. Kort voor zijn marteldood aan het kruis zou Jezus zelfs in een vertrouwelijk gesprek tegen Judas hebben gezegd dat hij alle andere discipelen in de schaduw stelde.

In het Evangelie van Judas pleit Jezus Judas vrij van zijn daden. © Shutterstock

  • Hoewel de naam van Judas dus vaak als scheldwoord wordt gebruikt, is er bij godsdiensthistorici eigenlijk vrij weinig bekend over deze in ongenade gevallen discipel uit het Nieuwe Testament.
  • Zijn bijnaam Iskariot verwijst waarschijnlijk naar de plaats waar hij vandaan kwam: Kerioth, in het zuiden van Judea.
  • Hoe Judas tot de kring rond Jezus ging behoren, vertelt de Bijbel niet, maar Jezus koos zijn volgelingen zorgvuldig.
See also:  Hoe Populair Is Mijn Naam?

‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Jezus tegen de vissers Andreas en Simon Petrus Het verhaal gaat dat hij op goddelijke wijze wist wie hij moest aanspreken. Zo was het voor de uitverkorenen duidelijk dat ze hem moesten volgen.

  1. In de Bijbel staat hoe Jezus de twee broers Andreas en Simon (die later Simon Petrus werd genoemd) ontmoette toen ze aan het vissen waren bij het Meer van Tiberias.
  2. ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken,’ zei hij.
  3. Volgens de evangelist Matteüs (Matteüs 4:19-20) verlieten de broers de visserij en hun familie om Jezus te volgen.
  4. Judas figureert een keer of 40 in de evangeliën, en net als zijn medediscipelen volgde hij de rondtrekkende prediker Jezus, die hen onderwees.

‘Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten hem vergezellen, en hij wilde hen ook uitzenden om het goede nieuws bekend te maken. Ze kregen de macht om demonen uit te drijven,’ staat er in Marcus 3:14-15. Destijds werden de joodse gebieden Judea en Galilea bezet door de Romeinen.

Die bemoeiden zich weinig met het leven in de provincie Palestina, maar hieven wel torenhoge belastingen, waardoor hele families in de schulden raakten. Veel jongemannen die geen toekomstperspectief meer hadden, sloten zich aan bij de predikers die in die jaren door het land trokken. Ze verlieten huis en haard en zagen af van de erfenis.

De sekte werd hun nieuwe familie, met wie ze samenleefden en al hun bezittingen deelden. Dat gold ook voor het groepje rond Jezus, waarvan Judas de penningmeester was. ‘Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.’ Evangelist Johannes over de hebberige Judas Dit is een van de weinige dingen die de Bijbel over Judas vertelt, en dan nog alleen maar om duidelijk te maken wat een slecht karakter hij had.

  1. De discipel stal namelijk uit de kas! De evangelist Johannes vertelt dat Jezus en zijn discipelen in de week voor het noodlottige paasfeest rond 30 n.Chr.
  2. Waren uitgenodigd voor een avondmaal in Betanië, tegenwoordig een voorstad van Jeruzalem.
  3. Voor ze aan tafel gingen, zalfde een vrouw Jezus’ voeten met geurige olie.

Dat was een traditioneel teken van toewijding, maar Judas vond dat de vrouw olie verspilde en werd boos. ‘De geur van de olie trok door het hele huis. Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: «Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?»‘ schrijft Johannes, de evangelist die het minste met Judas opheeft. ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren,’ zei Judas tegen de hogepriesters. © Fine Art Photographic/Getty Images

  • Toen Jezus op een ezel Jeruzalem in reed om Pesach (het joodse Pasen) te vieren, ging hij doelgericht de strijd aan met de joodse hogepriesters in de stad.
  • Reeds de dag na zijn aankomst gooide Jezus de verkoopkramen bij de tempel om, en later waarschuwde hij de bevolking in een preek voor de schriftgeleerden.
  • Judas wist dat de hogepriesters in de tempel de religieuze onruststoker flink beu waren en rook een kans om een mooi sommetje geld te verdienen.
  • ‘Hij ging naar de hogepriesters en tempelwachters en besprak met hen hoe hij Jezus aan hen zou kunnen uitleveren,’ schrijft Lucas in hoofdstuk 22:4.

De hogepriesters betaalden hem 30 zilverstukken. Dat was geen groot bedrag in die tijd, voor dat geld kon hij een slaaf of een klein stukje grond kopen, maar Judas was tevreden. ‘Vanaf dat moment zocht hij een gunstige gelegenheid om hem uit te leveren.’ (Matteüs 26:16) ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren,’ zei Judas, maar de hogepriesters zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!’ Judas heeft in het Nieuwe Testament spijt van zijn verraad

  1. Die kans deed zich voor toen Jezus en zijn discipelen op de avondmaaltijd gebruikten.
  2. ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren,’ verklaarde Jezus volgens Matteüs 26:21. Om de verdenking van zichzelf af te wenden vroeg Judas vroom:
  3. ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’

Judas wist dat Jezus zou gaan bidden in de tuin van Getsemane. Hij verliet het gezelschap voortijdig en seinde de mannen in die Jezus zouden oppakken. Terwijl Jezus bad, vielen de discipelen steeds in slaap. De derde keer dat hij hen wakker maakte, had hij slecht nieuws: ‘Sta op, laten we gaan; kijk, hij die me uitlevert, is al vlakbij.’ (Marcus 14:42) Nog voor Jezus uitgesproken was, kwam Judas eraan en begroette hij Jezus met een kus. © Zev Radovan/Bridgeman Images Het liefdevolle gebaar was een teken, waarop er gewapende mannen op hem afkwamen. Ze namen Jezus gevangen en brachten hem eerst naar de hogepriesters en toen naar de Romeinse prefect in Jeruzalem, Pontius Pilatus, die hem ter dood veroordeelde.

  • In wanhoop smeet Judas het geld de tempel in.
  • De hogepriesters raapten de zilverstukken op, maar deden ze niet in de tempelkas.
  • Het was bloedgeld.
  • Judas kon niet leven met zijn schuld: ‘Hij vluchtte weg en verhing zich,’ staat er in Matteüs 27:5.

Judas kreeg spijt dat hij Jezus had verraden en beroofde zichzelf van het leven. Bridgeman Images Volgens de Bijbel stond Jezus op de derde dag (Pasen) op uit de dood en vertoonde hij zich aan zijn discipelen. Er volgden 40 dagen van religieus onderricht voordat Gods Zoon opsteeg naar de hemel.

  1. Dat was echter niet genoeg om een volledig ontwikkelde religie te stichten, en in de jaren erop ontstonden er talrijke interpretaties van Jezus’ woorden.
  2. Allerlei mensen die hem hadden gekend, al was het maar van horen zeggen, kwamen met hun versie van de christelijke leer.
  3. Een van hen was Simon Magus.

‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’ De ‘tovenaar’ Simon Magus wil de Heilige Geest kopen van de discipelen. Rond 60 n.Chr. baarde hij opzien met zijn wonderen (of goocheltrucs) in de stad Samaria boven Jeruzalem.

  1. In die tijd hadden Jezus’ discipelen de eerste inwoners aldaar gedoopt, maar de heilige Geest was nog niet in hen neergedaald.
  2. Daarom reisden de discipelen Petrus en Johannes af om de gedoopten de hand op te leggen.
  3. Simon Magus besefte dat de discipelen met de heilige Geest een truc hadden die veel spectaculairder was dan de zijne, en hij wilde deze kopen:
  4. ‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’
  5. Volgens Handelingen 8:18-21 wees Petrus hem af:

‘U zult in het verderf worden gestort, u met uw geld, omdat u denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft. U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht.’ Het waren profetische woorden, want Simon Magus wordt nu door godsdiensthistorici gezien als de eerste bekende ‘gnosticus’ – een naam afgeleid van het Griekse woord voor ‘verborgen kennis’.

  • De god uit het Oude Testament, die de aarde had geschapen. Omdat deze god zo’n verdorven wereld had gemaakt vol onrecht, honger en ziekte, moest hij volgens de gnostici slecht zijn.
  • De andere, ware god, had het heelal geschapen. De gnostici streefden ernaar hun aardse omhulsel te verlaten om deze hoge god te bereiken.

Net zoals de discipelen in de jaren na Jezus’ dood hun leer verspreidden in delen van Palestina, Turkije en Griekenland, vonden ook de gnostici gehoor. En sommige van hun aanhangers konden Judas wel inpassen in hun geloof. In de 4e eeuw bestudeerden de kerkvaders alle manuscripten van Jezus’ volgelingen. © Granger/F1online De talloze evangeliën dwongen de orthodoxe kerkvaders om in te grijpen. Van de circa 40 evangeliën haalden er slechts vier het Nieuwe Testament. Na de dood van Jezus verspreidden zijn volgelingen allerlei verhalen over zijn leven, waardoor er rond 180 n.Chr.

  1. Minstens 40 evangeliën circuleerden.
  2. Sommige auteurs verzonnen er onder een bekende apostelnaam lustig op los.
  3. Om de boel op te schonen wees de bisschop en ketterjager Ireneüs vier ware evangeliën aan.
  4. Ireneüs had gezien dat het mis kon gaan als een gemeente slechts één evangelie volgde.
  5. Daarom stelde hij het Matteüs-, Marcus-, Lucas- en Johannes-evangelie aan elkaar gelijk.

Latere kerkvaders steunden deze keuze toen ze eind 4e eeuw de inhoud van het Nieuwe Testament vastlegden. Er werden 27 teksten opgenomen. De gnostische teksten haalden het niet. De protestantse kerk van nu is beïnvloed door besluiten uit de eerste eeuwen n.Chr. © Shutterstock De taak van de gnostici was de boze god en diens schepping te bestrijden – zoals de tien geboden, die de joden onder meer verboden varkensvlees te eten, te doden en ontucht te plegen. Het Proto-evangelie van Jacobus gaat over Maria. Haar ouders zijn te oud om kinderen te krijgen, maar dan krijgen ze bezoek van een engel. Het Kindheidsevangelie beschrijft hoe de jonge Jezus per ongeluk mensen doodt met zijn wonderen. Hij wekt ze wel weer tot leven. Handelingen van Petrus vertelt over de apostel Petrus, o.a. over zijn strijd met de gnosticus Simon Magus en zijn kruisdood in Rome. In Maria Magdalena’s evangelie is zij de naaste discipel van Jezus. Hij zou meer van haar hebben gehouden dan van de andere discipelen.

  1. De verrader Judas had een bijzondere plek, omdat hij Jezus aan diens aardse omhulsel hielp ontsnappen.
  2. Veel gnostische sekten trokken naar de Egyptische havenstad Alexandrië, die Rome van graan voorzag.
  3. Sinds de tijd van koning Ptolemaeus (rond 280 v.Chr.) stonden hier een universiteit en een enorme bibliotheek.

Daarom telde Alexandrië heel veel geleerden, die elk nieuw filosofisch idee verwelkomden. In de havenstad vonden de gnostici rust, terwijl het christendom elders verdeeldheid zaaide. Slechts 100 jaar na Jezus’ dood hadden zijn aanhangers zich al opgesplitst in talloze sekten en fracties, die hun eigen evangeliën schreven en elkaar naar het leven stonden.

  • Hij somde honderden groeperingen op, waaronder de Karpokratianen, die een schilderij van Jezus aanbaden dat volgens hen door Pontius Pilatus zelf geschilderd was.
  • Een andere groep in Ireneüs’ werk was de rabiate gnostische sekte van de Kaïnieten, die de broedermoordenaar Kaïn uit het Oude Testament aanbaden.
  • ‘Ze beweren dat een engel hen aanzet tot allerlei zondige, afschuwelijke daden,’ schreef de bisschop.
  • De inspiratie voor deze twijfelachtige levenswijze haalden Kaïns aanhangers bij de gevallen discipel Judas, meende Ireneüs:

‘Ze beweren dat de verrader Judas iets wist, dat hij als enige de waarheid kende en daarom het geheim van het verraad op zich nam. Ze zeggen dat alles in de hemel en op aarde verlost is. Om hun these te ondersteunen, citeren ze een verzonnen verhaal, dat ze het Evangelie van Judas noemen.’

  1. Deze beschrijving van het evangelie is een van de weinige bekende sporen van de cultus rond Judas, die het geloof op zijn kop zette door de ergste verrader van het christendom te aanbidden.
  2. Maar ondanks de indringende woorden van de kerk groeide het aantal aanhangers van de Kaïnieten.
  3. In de 4e eeuw waarschuwde bisschop Epiphanius van Salamis op Cyprus nog voor hun invloed.

‘Ze beweren dat Judas van alles op de hoogte was en doen het voorkomen of hij tot de familie behoorde. Hij zou de hogere laag van kennis hebben bereikt. Ze hebben zelfs een werk uitgebracht dat ze het Judas-evangelie noemen.’ Kwaadaardig, verdorven en inhalig. Sinds de middeleeuwen wordt de verrader Judas als alibi gebruikt om de joden te vervolgen.

  • Antisemieten gebruiken de figuur van Judas al eeuwenlang om hun haat tegen joden te verklaren en te rechtvaardigen.
  • Volgens de Bijbel kreeg de verrader 30 zilverstukken om Jezus aan te wijzen – een gegeven dat het beeld van joden als een inhalig, gewetenloos volk heeft gevoed.
  • De kerkvader Hiëronymus, die rond 400 de Bijbel in het Latijn vertaalde, schreef dat Judas was ‘vervloekt, zodat de joden via hem zouden zijn vervloekt’.

‘Wie zijn de zonen van Judas? De joden. De naam Iskariot staat voor geld en losgeld,’ meende hij.

  1. In middeleeuwse kunst werd Judas vaak afgebeeld in gele kleding – de kleur die de kerk de joden had toebedeeld.
  2. Ook kenmerkend is zijn rode haar, dat sinds de oudheid een slechte naam had.
  3. Tot in de nazitijd werden aan de joden eigenschappen toegeschreven die de oorspronkelijke Bijbelauteurs aan Judas gaven: kwaadaardig, geslepen en als het hem uitkwam gewetenloos.

Het argument dat ‘de joden Jezus hebben gedood’ wordt nog steeds door antisemieten gebruikt. De beschuldigingen rechtvaardigden – ondersteund door de Bijbel – vervolgingen, moord en uiteindelijk de Holocaust. Het verhaal van Judas is, zoals de Israëlische schrijver Amos Oz in 2017 in een interview zei, ‘het Tsjernobyl van het westerse antisemitisme’.

  • Pas eind 4e eeuw werd de ketterse gnostici met dreigementen en doodvonnissen het zwijgen opgelegd.
  • De laatste gnostici begroeven hun geschriften in de Egyptische woestijn of verstopten ze in grotten.
  • Eén exemplaar van het Judas-evangelie kwam in een graf­kamer bij het dorp Qarara terecht, op 250 kilometer van Alexandrië.
  • Hier moest het liggen tot de wereld er klaar voor was om Judas te begrijpen.

Maar die dag kwam niet, en al snel wist niemand nog waar het manuscript lag. In de 15 eeuwen daarop had Judas de rol van de grootste schurk van het christendom.

  1. Leo I, die halverwege de 5e eeuw het pauselijke ambt bekleedde, noemde Judas ‘de slechtste, ellendigste man die ooit geleefd heeft’.
  2. In de middeleeuwen was de figuur van Judas een veelgebruikt motief voor fresco’s en passies – kerkelijke voorstellingen van het lijden en sterven van Jezus.
  3. En in De goddelijke komedie van de Italiaanse dichter Dante, een 14e-­eeuws epos over de hemel, de hel en het vagevuur, bevindt Judas zich in de allerdiepste krochten van de hel.
  4. Het leek er niet op dat Judas’ verraad ooit zou worden vergeven, maar toen kwam er onverwacht nieuws.

Dankzij grootscheepse restauratiewerkzaamheden is 90 procent van het Evangelie van Judas nu leesbaar. © Ritzau Scanpix Ruim 1600 jaar lag het evangelie veilig in een Egyptisch graf in een grot. Pas toen de papyri werden gevonden, begonnen ze te vergaan.

  • In de jaren 1970 vonden Egyptische boeren het Evangelie van Judas in een grot, maar pas zo’n 30 jaar later kregen conservators toestemming om de beschadigde papyri te redden.
  • De boeren verkochten het evangelie aan een antiquair in Caïro, Abdallah Arian, die het jaren probeerde door te verkopen voor 3 miljoen dollar.

Dat lukte niet in Egypte of Europa. Hij vloog naar de VS op zoek naar klanten, maar zonder succes. Gefrustreerd huurde hij een kluis bij de Citibank op Long Island bij New York.16 jaar lang lag de codex in de kluis te vergaan. Toen kreeg Arian een aanbod van de Zwitserse antiquair Frieda Nussberger-Tchacos, die 200.000 dollar wilde neertellen.

  • Hoewel de papyri in slechte staat waren, verkocht ze ze in 2000 door aan papyrushandelaar Bruce Ferrini in Ohio.
  • Toen Ferrini’s cheque van 1,5 miljoen dollar ongedekt bleek, weigerde hij het evangelie terug te geven.
  • Hij verstopte het in zijn vriezer, waar de papyri en de inkt nog meer werden aangetast.

Na veel getouwtrek kreeg Nussberger-Tchacos de codex uiteindelijk terug. Ze verkocht de jammerlijke restanten van het manuscript aan de Maecenas-Stiftung in Zwitserland, die er samen met National Geographic voor zorgde dat de Koptische tekst werd gered en vertaald.

  1. Op 9 april 2006 werd het verloren Judas-­evangelie onaangekondigd gepubliceerd door het Amerikaanse blad National Geographic.
  2. Een paar jaar lang hadden experts de halfvermolmde papyri uit het graf in Qarara gerestaureerd, en eindelijk kreeg Judas zelf het woord.
  3. ‘Dit tweegesprek had plaats gedurende acht dagen en drie dagen voordat Hij het Pascha vierde,’ zo luidt de inleiding van het evangelie.
  4. De periode dat Jezus als prediker rondtrok met zijn discipelen, komt slechts vluchtig aan de orde.

‘Hun geest was niet in staat om het te wagen voor Hem te gaan staan. Alleen die van Judas Iskariot. Hij was in staat voor Hem te staan.’ Uit het Evangelie van Judas: Jezus zegt dat de discipelen in de verkeerde god geloven. Het belangrijkste is wat er plaatshad tussen Jezus en Judas in de dagen voor Jezus’ dood.

  • Hij maakt Judas duidelijk dat de mens zich sinds Adam en Eva kleedt in een vleselijk omhulsel met een beperkte levensduur.
  • Alleen wie de wijsheid heeft en de mysteriën kent, kan zich hiervan vrijmaken om pure geest te worden.
  • Jezus is klaar om zijn aardse lichaam te verlaten, maar om verlost te worden heeft hij Judas’ hulp nodig.
  • Die taak zal Judas een bijzondere positie opleveren onder de discipelen.

‘Jij zult hen allen overtreffen. Want jij zult offeren de mens die mij draagt,’ zegt Jezus, die zijn dood dus in alle gemoedsrust tegemoetziet. Jezus verzwijgt niet dat Judas’ daad hem niet populair zal maken. ‘Jij zult vervloekt worden,’ zegt hij onomwonden.

En in een droom ziet Judas hoe hij door de andere discipelen gestenigd wordt. ‘ naderden tot Judas en zeiden tot hem: «Wat doe je hier? Jij bent Jezus’ discipel.» (.) En Judas ontving enig geld. En hij gaf Hem aan hen over.’ Uit het Evangelie van Judas: Judas verraadt Jezus. Het evangelie eindigt ermee dat Judas Jezus verlaat om naar de tempel te gaan.

Hier treft hij een paar schrijvers, die vragen of hij niet een discipel van Jezus is. ‘En Judas ontving enig geld. En hij gaf Hem aan hen over.’

  1. De publicatie van het evangelie in 2006 was een sensatie.
  2. Veel mensen zagen het werk zelfs als een alternatieve Bijbel, die nieuw inzicht zou geven in Jezus’ leer en zijn laatste dagen.
  3. Toch knaagde er iets.
  4. De verwijzingen naar de verborgen kennis van Judas en naar Jezus’ lichaam als een vergankelijk omhulsel, gaven aan dat het een gnostisch geschrift was.
  5. Om die reden kon er geen waarde aan de uitspraken van Jezus worden gehecht.
  6. Toen het stof weer was neergedaald, had Judas zijn oude rol weer terug: die van grootste schurk in 2000 jaar.

Jesper Hyldahl is theoloog en predikant. Hij schreef mee aan een boek over Judas. © Maria Tuxen Hedegaard Jesper Hyldahl: ‘Gnostici verdedigen de Bijbel. Het is daarom niet juist om het Judas-­evangelie een «antibijbel» te noemen. Oké, puur vanuit een niet-gnostisch oogpunt bekeken lijken veel gnostische teksten het Oude en Nieuwe Testament tegen te spreken.

Maar gnostici zelf gebruiken hun teksten om een betekenishorizon te creëren, die juist helpt om de Bijbelse teksten betekenis te geven.’ Hyldahl: ‘Ze zijn het op diverse punten eens, maar we letten vooral op de verschillen. Beide partijen geloven dat de wereld zijn oorsprong vindt in God en dat Christus door God gezonden is en op aarde heeft geleefd om de verloren mens te verlossen.

Maar als je op detailniveau gaat kijken naar wie God is, is er veel onenigheid, en die ontwikkelt zich tot tegengestelde opvattingen.’ Hyldahl: ‘Ik weet niet of zijn afwezigheid grote betekenis zou hebben gehad. Het is in wezen God die zichzelf uitlevert en zich offert aan het kruis, en dat zou ook zonder Judas zijn gebeurd.

  • Maar de Judas-figuur verhoogt de dramatiek en laat zien waartoe wij mensen onszelf kunnen verlagen.’ Hyldahl: ‘Ik zag laatst op een lantaarnpaal een sticker van Lionel Messi, waarop in grote letters «Judas» stond.
  • Door het Bijbelverhaal is Judas synoniem geworden met verraad.
  • Ik kan wel iets ergers bedenken dan van elftal veranderen, in die zin is het niet te vergelijken met het verraad van de Bijbelse Judas.

Maar voor een voetbalfan kan het juist iets heel groots zijn.’

  1. J. van Oort: Het Evangelie van Judas, Ten Have, 2010
  2. Monika Hauf: Judas Ischariot – Verräter oder Vertrauter?, Herbig, 2007

: Judas was de grootste schurk van het christendom – maar was ook bij velen geliefd

Wie is de eerste discipel van Jezus?

Apostel Andreas was de eerste discipel van Jezus – In het Evangelie van Johannes staat dat Andreas de eerste discipel was die zich bij Jezus aansloot. Volgens Griekse bronnen was hij missionaris in het huidige Roemenië, Rusland en Georgië, terwijl Eusebius schrijft dat Andreas ook in Klein-Azië predikte. Naar verluidt werd Andreas in Griekenland gekruisigd aan een X-vormig kruis. Judas Iskariot kust Jezus en wijst hem daarmee voor de joodse priesters aan als de leider van de apostelen. © Shutterstock

Wie was de vervanger van Judas?

Mattias werd gekozen om in de plaats van Judas getuige te worden van de verrijzenis van Jezus. Zo werd hij aan de groep van elf apostelen toegevoegd, zodat zij weer ‘de Twaalf’ werden. Vervanger van Judas Het verhaal van Mattias’ keuze staat in de Handelingen der Apostelen (1, 12-26).

Nadat Jezus ten hemel was opgestegen, keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Het was Petrus die temidden van ongeveer 120 personen het woord nam en voorstelde om een vervanger te zoeken voor Judas Iskariot, die na zijn verraad zelfmoord had gepleegd. Loten Petrus wilde dat Judas’ vervanger een man was die tot het gezelschap van Jezus behoorde vanaf de tijd dat Hij door Johannes de Doper werd gedoopt tot aan de verrijzenis.

De aanwezigen stelden twee kandidaten voor: Jozef, die ook Barnabas genoemd werd, en Mattias. Daarop baden de apostelen tot God en vroegen hem ‘degene aan te wijzen die Gij hebt uitverkoren’. In vers 1,26 staat: Toen liet men hen loten en het lot viel op Mattias.

  1. Marteldood Buiten de gegevens van de Schrift weten we bijna niets van Mattias, wiens naam is afgeleid van Mattatias dat ‘geschenk van de Heer’ betekent.
  2. Eusebius van Caesarea (ca.263-339), een van de vroegste kerkelijke geschiedschrijvers, vermeldt dat Mattias volgens ene Nicephorus Callistus in Ethiopië het Evangelie heeft gepredikt.
See also:  Hoe Werkt Een Variabel Energiecontract?

Daar zou hij ook de marteldood zijn gestorven. Volgens andere overleveringen zou hij in Judea zijn gestenigd of gekruisigd. Dat hij vaak wordt afgebeeld met een bijl, verwijst naar een legende die zegt dat hij werd onthoofd. Trier Sint Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, zou de beenderen van Mattias naar Rome hebben overgebracht.

Vandaar werden ze omstreeks 332 door bisschop Agricius naar de keizerstad Trier vervoerd. In 1127 werden ze daar teruggevonden, waarop er een grote verering voor de apostel ontstond. Graf De benedictijnen van de Sint-Mattiasabdij in Trier claimen dat het graf van de apostel zich in hun kerk bevindt. Jaarlijks reizen er zo’n vijfduizend pelgrims naar dit graf.

Deze bedevaart vindt plaats in de twee weken voor Hemelvaart en de twee weken na Pinksteren, Feestdag Op de kalender van de Romeinse ritus stond het feest van Sint Mattias op 24 februari (in een schrikkeljaar op 25 februari). Op de herziene liturgische kalender staat dit apostelfeest op 14 mei.

Wat is een leerling van Jezus?

Kern – ‘Discipelen’ zijn een gemeenschap van volgelingen van Jezus Christus. Zij hebben een persoonlijke band met Hem en ontvangen onderwijs en vorming van Hem. Dit gebeurt door zijn woorden, zijn daden en door het delen van zijn leven. Discipel-zijn is onlosmakelijk verbonden met een houding van onderlinge liefde en dienstbaarheid, met het delen van het lijden van Christus en de belofte van heerlijkheid.

Wat betekent een judaskus?

De Judaskus – Hét symbool van verraad Het begrip Judaskus danken we aan een verhaal in de Bijbel. De apostel Judas verraadde Jezus. Hij liet gewapende mannen weten wie ze moesten oppakken door zijn voormalige meester een kus te geven. De Judaskus kwam daarmee symbool te staan voor verraad.

  • Wie een Judaskus geeft doet het voorkomen alsof hij of zij het beste met de ander voor heeft, maar steekt in werkelijkheid een mes in diens rug.
  • De Judaskus volgens Giotto, ca.1304 Judas Iskariot was volgens de evangeliën een van de twaalf discipelen van Jezus.
  • Op een dag stapte hij naar de Joodse leiders, die weinig op hadden met Jezus en zijn leer, en sprak met hen af dat hij in een proces tégen Jezus zou getuigen en hem ook aan hen zou uitleveren.

In ruil daarvoor kreeg Judas dertig sikkels, ook wel ‘zilverlingen’. Dat was het bedrag dat een slaaf in die tijd opbracht. Wat Judas’ motieven precies waren om Jezus te verraden is niet helemaal duidelijk. Judas brengt het geld terug (James Tissot) In de evangeliën is te lezen hoe Judas tijdens het Laatste Avondmaal de benen neemt.

  1. Dit nadat Jezus, die kennelijk wist wat er stond te gebeuren, had gezegd dat één van zijn discipelen hem zou verraden.
  2. Na het Avondmaal ging Jezus in om te bidden.
  3. Na enige tijd verscheen een groep priesters, met Judas in hun midden.
  4. Judas begroette Jezus vervolgens met een kus, waarna gewapende mannen Jezus in de boeien sloegen.

Uiteindelijk leidde dit verraad door Judas tot de kruisiging van Jezus.

Wat is er gebeurd met Barabas?

Barabbas historisch: erkennen wat we (niet) kunnen weten – Volgens Marcus was Barabbas gevangengezet ‘met de oproermakers, die in het oproer een moord begaan hadden’ (15:7). Twee dingen moeten worden opgemerkt. Ten eerste: er wordt elders in het evangelie geen achtergrondinformatie verstrekt over het veronderstelde incident, terwijl de zin geformuleerd is alsof de lezer zou moeten weten wat er gebeurd was.

Het komt wat onhandig over, en het lijkt erop dat de verteller ongewijzigd een bericht heeft overgenomen van iemand die nog wél op de hoogte was. De rol van Barabbas wordt vrij voorzichtig beschreven; de formulering impliceert niet noodzakelijk dat hij betrokken was bij de moord en strikt genomen niet eens dat hij überhaupt bij de oproermakers hoorde.

Volgens de evangelist Lucas was hij ‘gevangengezet wegens een oproer dat in de stad had plaatsgevonden en wegens moord’ (23:19). Dit is veel professioneler geformuleerd en lijkt eenduidige informatie te verstrekken. Toch moeten we er waarschijnlijk van uitgaan dat Lucas geen onafhankelijke bronnen heeft gebruikt, maar een interpretatie van de door Marcus verstrekte – voorzichtiger verwoorde – informatie biedt.

De evangelist Matteüs lijkt helemaal niet geïnteresseerd in wat Barabbas had misdaan: hij laat de informatie over de opstand weg en noemt Barabbas in 27:16 een desmion episêmon (‘beroemde gevangene’), wat meestal wordt vertaald met ‘beruchte gevangene’. Daarmee wordt in de vertalingen een negatieve lading toegevoegd, die de uitdrukking op zich niet hoeft te hebben, maar in verband met een gevangene natuurlijk wel hebben.

In meerdere handschriften van het Matteüsevangelie heeft Barrabas trouwens een dubbele naam: Jezus Barabbas. Het is denkbaar dat hier oude informatie verwerkt wordt, die later is onderdrukt omdat men een verwisseling van Jezus van Nazareth en Jezus, zoon van Abbas wilde voorkomen.

  1. Het Johannesevangelie ten slotte is het meest beknopt en noemt Barabbas in 18:40 een lêistês.
  2. Het Griekse woord lêistês heeft een vrij brede betekenis en kon een gewone crimineel (‘rover’) of een politiek gemotiveerde strijder tegen het Romeinse bewind (‘verzetsstrijder’, ‘terrorist’) aanduiden.
  3. We zien hier in de woordkeuze net zoals bij de door Marcus en Lucas genoemde ‘oproer’ (Grieks: stasis) en ‘oproermakers’ (Grieks: stasiastai) het Romeinse perspectief doorschemeren.

Als je deze informatie historisch wilt plaatsen, moet je rekening houden met het feit dat er geen onafhankelijk bericht wordt weergegeven, laat staan dat het perspectief van Barabbas meegenomen is. Wat je aan historisch betrouwbare informatie uit de berichten kunt concluderen is het volgende: De schrijvers gaan ervan uit dat iemand met de naam (Jezus?) Barabbas gevangengezet was op verdenking van betrokkenheid bij anti-Romeinse activiteiten.

  1. Er was geweld in het spel geweest, maar van wie het geweld was uitgegaan is op basis van de schaarse informatie onmogelijk te zeggen.
  2. Misschien was Barabbas inderdaad een politieke verzetsstrijder en een moordenaar.
  3. Maar hij ook iemand zijn geweest die zich verweerde tegen gewelddadige Romeinse soldaten die zonder schroom huis hielden bij de onderworpen bevolking.

Misschien was hij ook gewoon iemand die als toeschouwer van een incident per ongeluk gevangen werd gezet. Wij weten uit de evangeliën dat samen met Jezus nog twee anderen gekruisigd werden, die ook als lêistai aangeduid worden, net zoals Barabbas in het Johannesevangelie.

Het is denkbaar dat dit metgezellen van Barabbas waren, net zo schuldig (of onschuldig) als hij. Het simpele feit dat Pilatus Barabbas uiteindelijk vrijliet, doet vermoeden dat hij niet de meest gevaarlijke onder de gevangenen was. Misschien had Marcus wel een reden voor zijn neutrale formulering. Barabas De deuren van den kerker vlogen open, Hij keek verwilderd in het witte licht, Van ruimte en vrijheid plotseling ontwricht Begon hij als een kind aarz’lend te loopen, En mengde zich beneveld in het dicht Krijsend gewoel en werd van angst beslopen, Tot hem verscheen het louter aangezicht, Dat tot een lach zijn dorre ziel moest nopen.

Hij grijnsde maar hij volgde heel den dag Den kruisweg als een willoos dier gedreven En zonder vragen, wie dien gang gebood, En toen aan ‘t kruis de oogen braken, lag Hij uitgeput en zag zijn handen beven, Hij stierf dien zelfden nacht een stillen dood.H.W.J.M.

  1. Euls, Barabas, Vlucht en bezinning, Amsterdam: Prometheus/Bert Bakker 1958.
  2. De redactie heeft getracht de rechthebbenden te achterhalen.
  3. Dit is niet gelukt.
  4. Over een tweede historische kwestie bestaat veel discussie.
  5. Bestond er werkelijk een gewoonte om op het Pesachfeest een gevangene vrij te laten, zoals alle evangelisten behalve Lucas suggereren? Er zijn goede redenen voor twijfel.

Van een dergelijke vaste gewoonte binnen het Romeinse Rijk is nergens buiten het Nieuwe Testament een spoor overgebleven. Wel is bekend dat Romeinse bestuurders af en toe een gevangene gratie verleenden als gebaar tegenover het volk. Maar de door de evangeliën beschreven situatie, dat een rechter het volk laat kiezen tussen twee gevangenen, wekt toch meer de indruk van een dramaturgisch middel dan van betrouwbare historische informatie.

Wie is de twaalfde apostel?

2003, textiel, kippengaas, leren herenschoenen, acrylverf op grenenhout, kunstenaar: Jacobine Feekes (mede-oprichter kunstbus) Een apostel is iemand die uit naam van een ander die hem heeft gestuurd een boodschap overbrengt. De term wordt vooral gebruikt in de Bijbelse betekenis, voor iemand die gezonden is door Jezus om het evangelie te verspreiden.

Tegenwoordig wordt de naam apostel ook gebruikt door de belangrijkste voorgangers van een groot aantal zich Apostolisch noemende kerken, Apostolische kerken of Apostolischen is een verzamelnaam voor zeker 10 verschillende kerkgenootschappen in Nederland en enkele tientallen wereldwijd, variërend van bijbelgetrouw tot uiterst vrijzinnig, die hun oorsprong hebben in Engeland en Schotland rond het jaar 1830.

Deze kerken worden geleid door één of meer mensen met het ambt van apostel («gezondene»), naar het voorbeeld van de twaalf apostelen van Jezus, Oorspronkelijke apostelen van Jezus De oorspronkelijke apostelen waren er in de christelijke traditie elf van de twaalf discipelen van Jezus,

Er was ook nog een twaalfde discipel, Judas Iskariot maar deze beroofde zichzelf van het leven voordat het apostelschap werd ingevoerd; hij werd opgevolgd door Mattias die wel tot de apostelen wordt gerekend. De betreffende elf apostelen / discipelen hadden tijdens de laatste jaren van Jezus ‘ leven op aarde tot de binnenste kring van zijn aanhangers behoord.

Na Jezus ‘ verscheiden op aarde begonnen zij met het verspreiden van het evangelie in Israël, Syrië, Klein – Azië en Zuid- Europa (inclusief Rome ). De apostelen waren (in alfabetische volgorde): 1 Andreas ( Petrus ‘ broer) 2 Bartolomeüs 3 Filippus 4 Jacobus de Mindere of de Rechtvaardige (al dan niet de broer van Jezus ) 5 Jacobus de Meerdere (zoon van Zebedeüs) (bijgenaamd Boanerges) 6 Johannes (zoon van Zebedeüs) (bijgenaamd Boanerges) 7 Judas Taddeüs (broer (of zoon) van Jakobus, ook wel Judas Lebbeüs genoemd) 8 Matteüs (ook wel Levi genoemd) 9 Mattias, die na de hemelvaart de plaats van Judas Iskariot innam 10 Simon Petrus ( Petrus is een vertaling van zijn bijnaam Kefas) 11 Simon de Zeloot (of de IJveraar) 12 Thomas Ook Paulus noemde zichzelf een apostel, hoewel hij Jezus niet tijdens diens leven op aarde heeft ontmoet, maar volgens eigen zeggen later op een bovennatuurlijke wijze en daardoor een aanhanger van zijn leer werd.

Hij wordt vaak als 13de apostel gerekend. Andere betekenissen, De 12 Apostelen is ook de naam van een bergreeks in de buurt van Kaapstad, Zuid- Afrika, De oprichters van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij ( SDAP ) werden wel de twaalf apostelen genoemd. De SDAP, een Nederlandse politieke partij van voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog, werd op 26 augustus 1894 opgericht in ‘t lokaal Atlas aan de Ossenmarkt 9 te Zwolle als alternatief voor de Sociaal-Democratische Bond ( SDB ) van Domela Nieuwenhuis,

Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License, It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Apostel

Hoe heten de evangeliën?

In het Nieuwe Testament duidt ‘evangelie’ op de ‘goede boodschap’ die door Jezus Christus is verkondigd. ‘Evangelie’ is in de christelijke traditie bovendien de aanduiding van een boek dat de grote betekenis van Jezus’ levensloop voor het heil van de mensen schetst.

Goede boodschap Ons woord ‘evangelie’ is afgeleid van het Griekse ευαγγελιον ( euangelion ), dat ‘goede boodschap’ betekent. De term komt in het Nieuwe Testament vaak voor, het meest in de brieven van Paulus, Opvallend is dat dit woord in het Nieuwe Testament steeds in het enkelvoud staat. Het heeft daar betrekking op Jezus’ verkondiging van de nabijheid van het Rijk Gods.

Ook slaat ‘evangelie’ op de door Jezus’ volgelingen verkondigde goede boodschap dat Jezus in zijn optreden al op inspirerende wijze gestalte heeft gegeven aan Gods koningschap. Boek De Blijde Boodschap werd aanvankelijk alleen mondeling doorgegeven. Zo duidt Paulus zijn prediking vaak aan als ‘mijn evangelie’.

  • In de loop van de tweede eeuw is ‘evangelie’ ook de aanduiding geworden van een boek dat een schets geeft van de betekenis van Jezus’ levensloop voor het heil der mensen, met bijzondere nadruk op zijn lijden en sterven.
  • Omdat er toen reeds vele geschriften van dat type in omloop waren, werd het woord ‘evangelie’ in het vervolg ook in het meervoud gebruikt.

Vier evangeliën Het Nieuwe Testament telt vier canonieke evangeliën, genoemd naar de auteurs aan wie de traditie ze heeft toegeschreven: Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes, Daarnaast zijn er ook nog tal van apocriefe evangeliën, waarvan de meeste ketterse geschriften zijn.

Hoe heten de 4 evangeliën?

Hoe herken je de vier evangelisten? Marcus, Lucas, Johannes en Matteüs beschreven het levensverhaal van Jezus in de vier evangeliën. De evangelisten zijn misschien wel de meest afgebeelde heiligen in de kunstgeschiedenis. Je kan geen Rooms-Katholieke kerk binnenlopen zonder ze ergens tegen te komen.

  • Hoe herken je de evangelisten bij jouw volgende kerkbezoek? De kern van het Nieuwe Testament bestaat uit de vier evangeliën die werden geschreven door Johannes, Lucas, Marcus en Matteüs.
  • Ze hadden het leven van Jezus van dichtbij meegemaakt en hebben de belangrijkste verhalen op schrift gezet.
  • Johannes en Matteüs waren twee van van Jezus.

Over de precieze identiteit van Marcus en Lucas is veel discussie, maar duidelijk is dat zij in de tijd van Jezus geleefd moeten hebben.

Was Lucas ook een discipel?

De heilige Lucas was volgens de christelijke traditie de schrijver van het Lucas-evangelie en de Handelingen der Apostelen. Arts Sint Lucas was van heidense afkomst. Volgens de Canon Muratori, daterend van eind 2e eeuw, was hij een geneesheer uit Antiochië en een vriend van de apostel Paulus,

Deze informatie moet gebaseerd zijn op wat Paulus zelf schrijft in de Kolossenzenbrief : «Mijn vriend Lucas, de arts, groet u» (4,14). In de Filemonbrief wordt ene Lucas de medewerker van Paulus genoemd. Met Paulus in Rome Lucas zou volgens de overlevering Paulus hebben vergezeld bij diens overtocht van Caesarea Maritima naar Rome en dus met hem schipbreuk hebben geleden.

Ook zou Lucas getuige zijn geweest van de eerste en tweede gevangenschap van de Apostel der Heidenen in Rome. Gewijde auteur De traditie wijst Lucas aan als de Griekstalige auteur van het derde canonieke evangelie (zie: Lucas-evangelie ) en het boek Handelingen der Apostelen,

  • Schilder Van Lucas werd in de 6de eeuw gezegd dat hij een kunstschilder was.
  • Hij zou portretten van Jezus en Maria hebben gemaakt.
  • De Maria-icoon Salus Populi Romani, die in de pauselijke basiliek Santa Maria Maggiore wordt vereerd, zou van hem zijn.
  • In Venetië hangen maar liefst drie schilderijen die aan hem worden toegeschreven: de Madonna Nikopeia in de basiliek San Marco, de Madonna de Pace in de kerk San Zanipolo en de Maagd Mesopanditissa in de kerk Santa Maria della Salute.

Marteldood Zijn leven werd beschreven in de middeleeuwse Gouden Legende ( Legenda Aurea ). Daarin staat dat hij na de dood van Sint Paulus het Evangelie predikte in het Griekse Achaia en het Klein-Aziatische Bithynië. Hij zou de marteldood gestorven zijn in Boeotië (Midden-Griekenland).

Relieken De stoffelijke resten van Sint Lucas zouden via Constantinopel in Padua terecht zijn gekomen. Nog steeds worden zijn relieken daar vereerd in de basiliek Santa Giustina. Andere relieken bevinden zich in Rome en Venetië. Patronaat Sint Lucas is de beschermheilige van diverse beroepsgroepen. De voornaamste zijn de artsen, de kunstschilders en de notarissen.

Omdat hij volgens de overlevering geneesheer was zijn vele ziekenhuizen naar hem vernoemd. Iconografie In de christelijke schilderkunst wordt Sint Lucas afgebeeld als een schrijver en als een portretschilder. Zijn attribuut is naast een boek een rund (zie daarvoor: Tetramorf ).

Wie is de ongelovige apostel?

De heilige Thomas (Tomas) was een van de twaalf apostelen van Jezus. In het Johannes-evangelie wordt beschreven hoe hij na Jezus’ dood weigerde te geloven in de Verrijzenis. Vandaar dat hij bekend is geworden als de ‘ongelovige Thomas’. Hij zou in India als martelaar zijn gestorven.

  1. De rooms-katholieke kerk viert zijn feest op 3 juli.
  2. Sint-Thomas was een visser uit Galilea.
  3. De Synoptici noemen zijn naam slechts bij hun opsomming van de Apostelen,
  4. In het Johannes-evangelie staat dat Thomas ook Didymos werd genoemd.
  5. Didymos is Grieks voor ‘tweeling’ en is de vertaling van het Aramese woord t’oma,

Johannes-evangelie De evangelist Johannes laat hem een paar keer aan het woord: na de opwekking van Lazarus – ‘Laten wij met Hem sterven’ (11,16), bij het Laatste Avondmaal – ‘Wij weten niet eens waar U heen gaat; hoe zou de weg ons dan bekend kunnen zijn?’ – (15,4) en na de Verrijzenis.

Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was er niet bij toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: ‘We hebben de Heer gezien.’ Maar hij zei: ‘Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin; ik wil ze met mijn vingers voelen. Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde voelen. Anders geloof ik niet.’ Acht dagen later waren de leerlingen weer bijeen, en nu was Tomas erbij. Hoewel de deur op slot was, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: ‘Vrede!’ Vervolgens richtte Hij zich tot Tomas: ‘Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig, maar gelovig.’ Hierop zei Tomas: ‘Mijn Heer! Mijn God!’ Jezus zei: ‘Omdat je Me gezien hebt geloof je. Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.’

Thomas-christenen van India Volgens overleveringen trok Thomas na Pinksteren de wijde wereld in. Hij zou het evangelie hebben gepredikt onder de Parthen, de Meden en de Perzen. Thomas zou als martelaar in Edessa gestorven zijn. Ook zou hij in India (Malabar) geweest zijn, waar hij koning Gundaphar zou hebben bekeerd.

  • Syrische tradities zeggen dat hij in India (Malabar) gestorven is.
  • Vandaar dat oudchristelijke Indiërs ook wel ‘Thomas-christenen’ worden genoemd.
  • Deze gelovigen zijn verdeeld in twee groepen, katholieken en orthodoxen.
  • Beide stammen af van de Assyrische, nestoriaanse Kerk.
  • Ten gevolge van de Portugese kolonisatie zochten zij vanaf 1653 aansluiting bij de Katholieke Kerk van de Syrische ritus ( Syro-Malabaarse Kerk ) en bij de Syrisch-Jacobieten ( Syro-Malankaarse Kerk ).

Apocriefen Er bestaan diverse apocriefe geschriften die aan Thomas zijn toegeschreven. De Apolypse van Thomas, het Thomas-evangelie en de Handelingen van Thomas behoren tot de gnosis en waren volgens de Kerkvaders ketterse boeken. Feestdag In de Rooms-Katholieke Kerk werd zijn feestdag op 21 december gevierd.

  1. Op de huidige rk-liturgische kalender staat het feest op 3 juli.
  2. In de kerken van de Byzantijnse ritus wordt het Thomasfeest op 6 oktober gevierd; de eerste zondag na Pasen wordt binnen die ritus ‘Zondag van Sint Thomas’ genoemd.
  3. Iconografie Op veel westerse afbeeldingen van Sint-Thomas heeft de apostel de attributen boek en speer, het wapen waarmee hij volgens een overlevering zou zijn gedood.

Op oosterse iconen draagt hij een boek of een boekrol. Graftombe In de West-Indiase stad Chennai (voorheen Madras) staat de rooms-katholieke basiliek van het Nationaal Heiligdom van Sint Thomas. Die is gebouwd op het vermeende graf van de apostel. De geciteerde Bijbeltekst is afkomstig uit de Willibrordvertaling (1995) van de Katholieke Bijbelstichting.

Wat betekent het woord discipel?

Discipel Een afbeelding waarbij Jezus zijn discipelen toespreekt. Een discipel (Latijn discipulus, -i ) is een of een volgeling van een leider. De term ‘discipel’ wordt vooral gebruikt in het, waarmee dan de twaalf of apostelen worden bedoeld, die door uitgekozen waren. In een ruimere betekenis is een discipel een aanhanger van (de leer van) Jezus.

Wie werd ook wel de apostel der Friezen genoemd 10 letters?

Sint Bonifatius (ca.672-754/755) is de belangrijkste Angelsaksische missionaris en kerkorganisator van de vroege middeleeuwen. Verwijzend naar zijn belangrijkste missiegebieden wordt hij ook wel de ‘apostel van Duitsland en Friesland’ genoemd. Zijn feestdag is 5 juni.

‘Bij Dokkum vermoord’ De regel klinkt velen nog bekend in de oren: «754: Bonifatius bij Dokkum vermoord». Bonifatius was een christelijke missionaris die tijdens zijn bekeringswerk door Friese heidenen werd uitgeschakeld, zover komen de meesten van ons nog wel. Maar wie was deze heilige, die ruim 12 eeuwen geleden het Woord Gods verspreidde in onze contreien en die het in Nederland uiteindelijk schopte tot patroon van een provincie, twee grote steden en een bisdom? Winfried Bonifatius werd omstreeks omstreeks 672, op zijn laatst in 675, als Winfried in het toenmalige Engelse koninkrijk Wessex geboren.

Zijn wieg stond waarschijnlijk in het plaatsje Crediodunum, of Crediton. Hij was van adelijke huize en ambieerde, geheel tegen de zin van zijn ouders, al vroeg een religieus bestaan. Na een opleiding van zeven jaar in het klooster in Exeter, ging hij naar het klooster van Nhutscelle, het huidige Nursling.

  1. Daar legde hij zijn gelofte af als benedictijner monnik.
  2. Priester, leraar en bijbelkenner Toen Winfried dertig jaar oud was werd hij tot priester gewijd.
  3. Hij werd hoofd van de kloosterschool, waar hij grammatica-, en literatuuronderwijs gaf.
  4. Daarnaast genoot hij al gauw enige faam vanwege zijn preken, zijn Bijbelcommentaren, zijn Engelstalige grammatica van het Latijn en zijn vele gedichten.

Hoewel een glansrijke carrière in de Engelse Kerk voor hem weggelegd leek, kreeg hij van zijn bisschop toch toestemming om gehoor te geven aan zijn grootste roeping: de missie. Mislukte missie naar Friesland Winfried koos er in zijn eigen woorden voor om ‘Pelgrim te worden voor Christus’.

In 716 vertrok hij naar Friesland om daar missionaris te worden. Deze reis liep op een teleurstelling uit, aangezien politieke omstandigheden het hem onmogelijk maakten zijn werk goed te doen. Teruggekeerd in Engeland werd hem gevraagd de overleden abt van zijn klooster op te volgen, maar dat weigerde hij.

Naar Rome Bonifatius besloot om eerst een bezoek aan Rome te brengen, alvorens zich weer aan de missie te wijden. Van Paus Gregorius II (715-731) hoopte hij een officiële apostolische missieopdracht te krijgen en de benodigde rechten en vrijbrieven te verwerven voor een succesvollere volgende reis.

  1. Zijn reis naar Rome begon hij met een bezoek aan een andere bekende Angelsaksische missionaris uit die tijd: bisschop Willibrord van Utrecht.
  2. Deze ‘bisschop der Friezen’ had al veel missiewerk in Friesland verricht.
  3. Winfried wordt Bonifatius De paus verleende Winfried op 15 mei 719 het recht om het Evangelie te verkondigen onder de heidenen in Duitsland, ter rechter zijde van de Rijn.
See also:  Hoe Oud Is Queen Elizabeth?

Het is zo goed als zeker dat de paus bij deze gelegenheid Winfried zijn nieuwe naam gaf, ter bekrachtiging van zijn missie. Overeenkomstig een oud gebruik koos hij daarvoor de naam van de heilige van de voorafgaande dag, in dit geval Sint Bonifatius van Tarsus (?-307).

  1. De Latijnse naam Bonifatius betekent ‘weldoener’ of, in een andere uitleg, ‘goed fortuin’.
  2. Het is tekenend voor Winfried’s missiezucht, dat hij nadien nooit meer zijn oude naam heeft gebruikt.
  3. Romegetrouw Gregorius II verplichtte hem wel nadrukkelijk om bij moeilijkheden de Heilige Stoel te raadplegen.

In het geval van Bonifatius, afkomstig uit de Engelse Kerk, had de paus overigens niet veel te vrezen. Het waren in de vroege middeleeuwen met name de Keltisch-georiënteerde Ierse en Schotse Kerk die neigden naar onafhankelijkheid en zelfstandigheid. De Engelse Kerk was sterk op Rome gericht.

Op reis met bisschop Willibrord Terug in het Noorden reisde hij eerst enige tijd met Willibrord door Friesland en Thüringen. Van deze oude bisschop en missionaris leerde hij vooral om bij zijn plannen rekening te houden met het politieke krachtenveld. Willibord wilde Bonifatius als zijn assistent in Utrecht aanstellen en tot opvolger voor de bisschopszetel maken.

Maar Bonifatius weigerde en gaf daarbij als voornaamste reden, dat de paus hem voor missiewerk had gestuurd. Missiebisschop Hij had zijn eigen missie nog maar nauwelijks hervat, toen hij in 722 naar Rome werd geroepen, waar de paus hem tot bisschop wijdde.

  1. Gregorius II gaf hem de opdracht de Kerk in Duitsland te organiseren en voorzag hem van een aanbevelingsbrief aan Karel Martel, de Frankisch-Karolingische heerser.
  2. Ook voor alle andere betrokken bisschoppen en vorsten kreeg Bonifatius brieven mee.
  3. Eik van Thor Bij zijn terugkeer in Hessen verwoeste Bonifatius de heidense heiligdommen en stichte talrijke kerken en kloosters.

Een bekende anekdote verhaalt hoe Bonifatius een aan de Germaanse oorlogsgod Thor gewijde eik velde, om vervolgens met het hout een aan Sint Petrus gewijde kapel te bouwen. Hij deed dit om de heidenen te tonen hoe machteloos hun goden waren. Toen er geen bliksemschicht uit hemel kwam om Bonifatius te vernietigen, bekeerden velen zich dan ook tot zijn God.

Een andere variant van dit verhaal vertelt hoe hij een dennenboom, die tussen de wortels van de gevelde eik opgroeide, tot een nieuw christelijke symbool verhief, hetgeen weer leidde tot onze latere kerstboom, Kerkorganisator en aartsbisschop Bonifatius legde door zijn organisatorische werk het fundament voor de gehele Duitse Kerk.

Verder stichtte hij vele instellingen voor religieus onderwijs, ten einde de eenheid en continuïteit van de leer te waarborgen. Als erkenning voor zijn diensten benoemde paus Gregorius III (731-741) hem in 732 dan ook tot aartsbisschop – zij het in eerste instantie zonder zetel – en tot pauselijk vicaris voor het oostelijke deel van het rijk der Franken.

Bovendien verleende hij hem toestemming om bisdommen te gaan stichten. Invloed op kerk en staat Door zijn goede relaties, enerzijds met Rome en anderzijds met de Karolingische vorsten droeg Bonifatius er in belangrijke mate aan bij dat de Heilige Stoel nauw bij de ontwikkeling van Midden-Europa betrokken raakte.

Hij werd in 738 dan ook tot pauselijk legaat voor het rijk der Franken benoemd. Het netwerk van bisschopszetels dat hij tot stand bracht, vormde de kerkelijke structuur waarop Karel de Grote in het laatste kwart van de 8e eeuw zijn staatsstructuur tot stand kon brengen.

  • Utrecht en Mainz Toen Willibrord in 744 overleed, nam Bonifatius het bisdom Utrecht onder zijn hoede.
  • Voor het dagelijks bestuur stelde hij daarbij zijn medewerker Eoban als assistent-bisschop aan.
  • Bonifatius, die als aartsbisschop nog altijd geen zetel had, liet rond dezelfde tijd zijn oog vallen op Keulen, waarvan de zittende bisschop net was overleden.

Hoewel ook paus Zacharias (741-752) zijn goedkeuring verleende aan deze keuze, verzette de clerus van Keulen zich heftig tegen het plan. Nog voor dit verzet gebroken was overleed de bisschop van Mainz, waarop de paus Bonifatius in 747 tot aartsbisschop van Mainz en primaat van Duitsland benoemde.

De missie in Friesland hervat In 754, op ongeveer 80-jarige leeftijd, droeg Bonifatius het aartsbisdom Mainz over aan zijn leerling en neef Lullus. Het bisdom Utrecht droeg hij in 753 al over aan zijn assistent Eoban. Zelf wilde hij zich opnieuw aan de kerstening van Friesland gaan wijden. Dat de missie hem, ondanks zijn hoge positie, nog altijd na aan het hart lag was al eerder duidelijk geworden.

Al in 738 weigerde paus Gregorius in te gaan op Bonifatius’ verzoek om terug te mogen treden als aartsbisschop, teneinde zich weer volledig aan de bekering van heidenen te kunnen wijden. Kennelijk vond Bonifatius 15 jaar later dat hij aan zijn verplichtingen jegens de Heilige Stoel had voldaan.

  • Hij besloot toen toch weer het werk op te nemen waar zijn missieleven ooit mee begon: de bekering van de weerbarstige Friezen.
  • Brute moord Als hij op 5 juni 754 met Pinksteren onderweg is naar een door hemzelf afgekondigd doopfeest bij Dokkum, wordt hij overvallen door lieden die aan hun oude geloof willen vasthouden.

Zij vermoorden ‘de apostel der Duitsers en der Friezen’ op brute wijze, tezamen met circa vijftig van zijn volgelingen, onder wie bisschop Eoban van Utrecht. De oude missionaris zou daarbij nog geprobeerd hebben de zwaardslagen af te weren met een (evangelie)boek.

  • Bonifatiusbron Volgens de overlevering zakten de achterbenen van het paard van Bonifatius bij de overval weg in de modder, waardoor hij een makkelijke prooi werd voor zijn belagers.
  • Maar tegelijkertijd zouden de paardenbenen gaten in het moeras hebben gedreven, waardoor een zoetwaterbron ontstond met geneeskrachtige werking.

Een ander verhaal vertelt hoe Bonifatius, die dorst had, zijn hand ophield, waarop door het stampen van zijn paard ter plekke een bron ontstond. Bonifatiusbeeld Het is niet helemaal duidelijk waar de bron van Bonifatius zich precies bevindt. Waarschijnlijk in een vijver net buiten de oude stad, de zogenoemde ‘dobbe’.

Maar Dokkum heeft op de Marktplaats, bij een fonteintje dat in de Middeleeuwen het centrum van de Bonifatiusverering in de stad was, een beeld van de missionaris geplaatst. Op de sokkel staat in het Latijn geschreven: «Sint Bonifatius werd hier in 754 gedood en vanaf die dag begon het licht van het Evangelie te schijnen voor heel Friesland.» Via Utrecht en Mainz naar Fulda Bonifatius’ lichaam werd in eerste instantie in de Sint-Salvatorkerk in Utrecht bijgezet.

Maar op verzoek van aartsbisschop Lullus, werd het al gauw naar Mainz overgebracht. Uiteindelijk werd Bonifatius op zijn eigen verzoek begraven in zijn geliefde Abdij van Fulda, door hemzelf in 744 gesticht. Daar had hij de laatste tien jaren van zijn leven zoveel mogelijk tijd in gebed en meditatie doorgebracht.

De plek werd al gauw een beroemd bedevaartsoord. Om zijn schrijn werden steeds grotere kerken gebouwd, met als uiteindelijk resultaat de huidige de Dom van Fulda, die in 1712 werd gewijd. Feestdag Bonifatius werd als martelaar direct na zijn dood heiligverklaard. In Engeland werd zijn feest waarschijnlijk het eerst op een vaste dag gevierd.

Op 11 juni 1874 stelde paus Pius IX zijn sterfdag 5 juni als gedachtenis voor de gehele Kerk in. In het bisdom Groningen-Leeuwarden is 5 juni een feestdag. Bonifatius als patroon Bonifatius is in Nederland patroon van Friesland, Utrecht, Haarlem en het bisdom Groningen-Leeuwarden; verder van Engeland en van vele Duitse streken en steden.

Wie is Simon in de Bijbel?

Sint Simon was een van de twaalf mannen die door Jezus werden aangesteld tot apostel. Kananeüs In de lijst van de Twaalf Apostelen in de evangeliën van Marcus en Mattheüs wordt Simon als elfde genoemd. Daarbij wordt ook zijn bijnaam vermeld. In de meeste Griekse handschriften staat simoon ho kananitès ; in andere: simoon ho kananaios,

De Willibrordvertaling 1995 en de Nieuwe Bijbelvertaling spreken van Simon Kananeüs. Zeloot Kananaios zou kunnen duiden op een uit Kana afkomstige man. Maar dat wordt weersproken door exegeten die beweren dat kananaoios de Griekse verbastering is voor qun’anaya, dat ‘ijveraar’ betekent. Simon wordt in het Lucas-evangelie (6,15) ‘zeloot’ genoemd, naar het Griekse woord dzèlos (= ‘ijver’).

Mogelijk omdat hij tot de Zeloten behoorde. Deze groepering pleegde verzet tegen de Romeinse overheersing en ijverden voor een eigen nationale Joodse identiteit. Andere interpretaties gaan ervan uit dat hier sprake is van iemand die ijvert voor de Tora,

Andere Simon In enkele overleveringen wordt Simon geïdentificeerd met de gelijknamige ‘broeder des Heren’, van wie sprake is in het Matteüs-evangelie (13,55); soms ook met Simeon, de tweede bisschop van Jeruzalem. Marteldood Over Simons leven is weinig met zekerheid te zeggen. Volgens een overlevering zou hij in Egypte of Perzië omstreeks het jaar 70 samen met de apostel Judas Taddeüs de marteldood gestorven zijn.

Zaag In de westerse kunst wordt hij sinds het begin van de 14e eeuw afgebeeld met een zaag. Dit attribuut verwijst naar de legende over zijn marteldood: hij zou in stukken zijn gezaagd. Feest In de Latijnse Kerk wordt het feest van de heilige apostelen Simon en Judas Taddeüs gevierd op 28 oktober; op de kalender van de Kerken van de Byzantijnse ritus staat het feest van Simon de Zeloot op 10 mei.

Wat doet een apostel?

De Apostelen waren de gezanten van Jezus Christus die zijn goddelijke zending voortzetten nadat Hij ten hemel was opgevaren. Het Nederlandse woord apostel is de onvertaalde vorm van het Latijnse apostolus, dat op zijn beurt weer de onvertaalde vorm is van het Griekse αποστολος ( apostolos ); de onbepaalde wijs die daarbij hoort is αποστελλειν ( apostollein ), een samenstelling van απο ( apo = ‘weg’) en στελλειν ( stellein = ‘zenden’).

Letterlijk betekent ‘apostel’ dus: ‘iemand die is weggezonden’, ‘iemand die eropuit is gestuurd’ of gewoonweg ‘gezondene’. Dat ‘apostel’ in het Latijn en veel moderne talen onvertaald is gebleven, heeft te maken met de Bijbelse betekenis: Jezus stelde twaalf mannen aan die Hij uitzond om Hem te representeren.

Om de uniciteit van dit door Jezus zelf gekozen college te benadrukken, ontstond het gebruik om de leden van dit college niet aan te duiden als ‘de gezondenen’, maar als ‘de apostelen’. Jezus zelf is de Apostel bij uitstek, aangezien Hij de Gezondene is van God de Vader.

  1. Als geïncarneerd Woord van de Vader besloot hij mensen deelachtig te maken aan zijn goddelijke missie.
  2. Daarom riep Hij «tot zich die Hij zelf wilde.
  3. Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken» (Mc.3, 13-14).
  4. In deze twaalf gezondenen wordt zijn eigen zending voortgezet: «Zoals de Vader Mij zendt, zo zend Ik jullie» (Joh.20, 21).

zie verder: Twaalf Apostelen, Volgens de leer van de Katholieke Kerk, de Orthodoxe Kerk en de Oud-Oriëntaalse Kerken betekent Jezus’ belofte ‘Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld’ (Mt.28, 20), dat de apostolische zending is overgedragen op anderen.

De apostelen stelden daarom opvolgers aan. Deze opvolgers zijn, zo is de overtuiging van genoemde kerken, de bisschoppen, «Om de hun toevertrouwde zending na hun dood te doen voortduren hebben de apostelen aan hun naaste medewerkers bij wijze van testament de opdracht gegeven het door hen begonnen werk te voltooien en te bevestigen, met de aanbeveling zorg te dragen voor de hele kudde, waarover de heilige Geest hen als herders van de kerk van God heeft aangesteld, Zij stelden dus zulke mannen aan en gaven hun vervolgens de opdracht ervoor te zorgen dat na hun dood andere beproefde mannen hun ambt zouden overnemen», aldus de constitutie Lumen Gentium (nr.20), een van de hoofddocumenten van het Tweede Vaticaans Concilie,

«Evenals het ambt blijft voortbestaan dat door de Heer in het bijzonder aan Petrus, de eerste van de apostelen, is toevertrouwd en dat aan zijn opvolgers overgedragen moet worden, zo blijft ook het ambt van de apostelen voortbestaan om de Kerk te hoeden, een ambt dat door het gewijde orde van bisschoppen blijvend uitgeoefend moet worden», vervolgt Lumen Gentium, 20.

Wat zijn de apostelen?

Apostelen – Onderwerpen – Rijksstudio – Rijksmuseum Een apostel is één van de twaalf leerlingen van Christus, door hem uitgezonden om de christelijke leer te verkondigen. De twaalf apostelen waren: Petrus, Andreas, Jakobus de Meerdere, Johannes, Filippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Thomas, Jakobus de Mindere, diens broer Thaddeüs, Simon, en Judas Iskariot.

De laatste verraadde Jezus en pleegde zelfmoord. Hij werd opgevolgd door Matthias. Meestal wordt gesproken over ‘leerlingen’ of ‘discipelen’ (volgelingen) voor hun optreden tijdens het leven van Jezus, en ‘apostelen’ voor hun lotgevallen na zijn dood. Toen voegde zich nóg een apostel bij hen: Paulus. Volgens het Bijbelboek Handelingen gaf Christus de apostelen na zijn hemelvaart hun zendingsopdracht.

Dit gebeurde tijdens Pinksteren, waarbij de Heilige Geest over hen werd uitgestort. Hierna konden de apostelen alle talen spreken en waren zij klaar om Christus’ boodschap over de hele wereld te verkondigen. Deze gebeurtenis was het begin van de christelijke kerk.

Wat doet een discipel?

Het geheel van eigenschappen dat uit geloof in Christus voortkomt, is in zijn totaliteit nodig om in deze laatste dagen sterk te staan. Wat houdt het in om een discipel van onze Heer Jezus Christus te zijn? Een discipel is iemand die zich heeft laten dopen en bereid is om de naam van de Heiland op zich te nemen en Hem te volgen.

  1. Een discipel streeft ernaar om te worden zoals Hij is door in dit sterfelijk leven zijn geboden te onderhouden, net zoals een leerling ernaar streeft zoals zijn of haar meester te worden.
  2. Veel mensen die het woord discipel horen, denken dat dit alleen ‘volgeling’ betekent.
  3. Maar waar discipelschap is iets wat je bént.

Dat impliceert meer dan studeren en een verzameling afzonderlijke eigenschappen toepassen. Discipelen leven zo, dat de eigenschappen van Christus met het weefsel van hun wezen worden verweven, als in een geestelijk wandkleed. Luister naar de uitnodiging van de apostel Petrus om een discipel van de Heiland te worden: ‘ er met alle inzet op toe om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, ‘aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, ‘aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen.’ 1 Zoals u ziet, vereist het weven van het geestelijke wandkleed van ons persoonlijke discipelschap meer dan één enkel draadje.

  • In de tijd van de Heiland beweerden velen dat ze in één of meer aspecten van hun leven rechtvaardig waren.
  • Zij beoefenden wat ik selectieve gehoorzaamheid noem.
  • Zo onderhielden zij het gebod om op de sabbat niet te werken, maar bekritiseerden zij de Heiland dat Hij op die heilige dag mensen genas.2 Ze gaven aalmoezen aan de armen, maar alleen van wat ze over hadden — wat ze zelf niet nodig hadden.3 Ze vastten, maar alleen met een lang gezicht.4 Ze baden, maar alleen om door mensen gezien te worden.5 Jezus zei: ‘Zij naderen Mij met hun lippen, maar hun hart is verre van Mij.’ 6 Zulke mensen kunnen zich wel toeleggen op het beheersen van een specifieke eigenschap of handeling, maar gaan daardoor nog niet in hun hart op Hem lijken.

Over hen heeft Jezus gezegd: ‘Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam vele krachten gedaan? ‘Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!’ 7 De eigenschappen van de Heiland, zoals wij die zien, zijn geen script dat je kunt volgen of lijstje dat je kunt afvinken.

Het zijn ingeweven eigenschappen die op elkaar inhaken en op interactieve manieren in ons ontwikkeld worden. Met andere woorden, we kunnen niet één christelijke eigenschap verwerven zonder ook andere te verwerven en te beïnvloeden. Naarmate één eigenschap sterk wordt, worden vele andere dat ook. In 2 Petrus en in Leer en Verbonden afdeling 4 leren we dat geloof in de Heer Jezus Christus het fundament is.

We meten ons geloof af aan waar het toe leidt — door onze gehoorzaamheid. ‘Indien gij geloof in Mij hebt,’ belooft de Heer, ‘zult gij macht hebben om alles te doen wat Ik raadzaam acht.’ 8 Geloof is een katalysator. Zonder werken, zonder een deugdzaam leven, ontbeert ons geloof de macht om het discipelschap te ontplooien.

  1. Ja, geloof is dan dood.9 En dus houdt Petrus ons voor: ‘ aan uw geloof deugd toe’.
  2. Deze deugd is meer dan seksuele reinheid.
  3. Het is zuiverheid en heiligheid in lichaam en geest.
  4. Deugd is ook macht.
  5. Als we het evangelie getrouw naleven, hebben we de macht om bij al onze gedachten, gevoelens en daden deugdzaam te zijn.

Onze geest wordt ontvankelijker voor de ingevingen van de Heilige Geest en het licht van Christus.10 We belichamen Christus niet alleen in wat we zeggen en doen, maar ook in wat we zijn. Petrus gaat verder: ‘ aan deugd kennis,’ Als we deugdzaam leven, leren we onze hemelse Vader en zijn Zoon op een bijzondere manier kennen.

‘Als iemand de wil heeft om de wil te doen, zal hij van dit onderricht weten.’ 11 Deze kennis is een persoonlijk getuigenis, dat voortkomt uit eigen ervaring. Het is kennis die ons transformeert, zodat ons ‘licht zich aan licht’ hecht, en onze ‘deugd zijn deugd bemint.’ 12 Door ons deugdzame leven maken we de oversteek van ‘ik geloof’ naar onze glorieuze bestemming ‘ik weet’.

Petrus spoort ons aan om ‘aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding’ toe te voegen. Als beheerste discipelen leven wij het evangelie evenwichtig en gestaag na. We lopen niet harder dan we kracht hebben.13 Dagelijks gaan we voorwaarts en laten ons niet door de louterende problemen van het sterfelijk leven tegenhouden.

Door op die manier zelfbeheersing te oefenen, ontwikkelen we volharding en vertrouwen in de Heer. We vertrouwen op zijn plan voor ons leven, ook al zien we dat niet met onze eigen natuurlijke ogen.14 Dus kunnen we stil zijn en weten dat Hij God is.15 Als de stormen van beproeving woeden, vragen we: ‘Wat wilt U mij met deze ervaring leren?’ Met zijn plan en oogmerken in ons hart, gaan we voorwaarts en doorstaan niet alleen alles, maar doorstaan dat ook goed en met volharding.16 Deze volharding, leert Petrus ons, leidt tot godsvrucht.

Zoals de Vader volhardend is met ons, zijn kinderen, zo worden ook wij volhardend, of geduldig met elkaar en onszelf. We verheugen ons in de keuzevrijheid van anderen en de kans die hun dit geeft om ‘regel op regel’ 17 te groeien, ‘steeds helderder tot de volle dag toe’.18 Van zelfbeheersing tot volharding, en van volharding tot godsvrucht, verandert ons wezen.

  1. We verkrijgen de broederlijkheid die zo kenmerkend is voor alle ware discipelen.
  2. Zoals de barmhartige Samaritaan steken we de weg over om te zorgen voor wie dat ook nodig heeft, zelfs als het niet onze directe vrienden zijn.19 We zegenen hen die ons vervloeken.
  3. We doen goed aan hen die ons haten.20 Is er een eigenschap die goddelijker of christelijker is? Ik getuig dat onze inspanningen om discipelen van onze Heiland te worden, waarlijk worden aangevuld tot we ‘in het bezit’ van zijn liefde zijn.21 Deze liefde is het bepalende kenmerk van een discipel van Christus: ‘Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.

‘En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets.’ 22 Geloof, hoop en naastenliefde maken ons geschikt voor Gods werk.23 ‘En nu blijven deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.’ 24 Broeders en zusters, nu meer dan ooit kunnen we geen ‘deeltijddiscipel’ zijn! We kunnen geen discipel in maar één van de leerstellingen zijn.

  • Het geheel van eigenschappen dat uit geloof in Christus voortkomt — waaronder die welke we vandaag hebben besproken — is in zijn totaliteit nodig om in deze laatste dagen sterk te staan.
  • Naarmate we er oprecht naar streven ware discipelen van Jezus Christus te zijn, worden deze eigenschappen met elkaar verweven, aangevuld, en interactief in ons gesterkt.

Er zal geen verschil zijn tussen de vriendelijkheid die we onze vijanden en onze vrienden betonen. Als niemand kijkt, zijn we net zo eerlijk als wanneer anderen toekijken. In het openbaar zijn we net zo toegewijd aan God als in onze binnenkamer. Ik getuig dat iedereen een discipel van de Heiland kan zijn.

  1. Het discipelschap wordt niet ingeperkt door leeftijd, geslacht, etnische afkomst of kerkelijke roeping.
  2. Door ons individuele discipelschap bouwen wij, als heiligen der laatste dagen, collectief kracht op om onze broeders en zusters in de hele wereld tot zegen te zijn.
  3. Nu is het de tijd om ons opnieuw voor te nemen om met gedrevenheid zijn discipelen te zijn.

Broeders en zusters, wij zijn allen geroepen om discipelen van onze Heiland te zijn. Grijp deze conferentie aan ‘en begint zoals in vroegere tijden en komt tot met geheel uw hart.’ 25 Dit is zijn kerk. Ik geef u mijn bijzondere getuigenis dat Hij leeft.

Wat betekent het woord discipel?

Discipel Een afbeelding waarbij Jezus zijn discipelen toespreekt. Een discipel (Latijn discipulus, -i ) is een of een volgeling van een leider. De term ‘discipel’ wordt vooral gebruikt in het, waarmee dan de twaalf of apostelen worden bedoeld, die door uitgekozen waren. In een ruimere betekenis is een discipel een aanhanger van (de leer van) Jezus.

Wat is om een discipel van Jezus te zijn?

Kern – ‘Discipelen’ zijn een gemeenschap van volgelingen van Jezus Christus. Zij hebben een persoonlijke band met Hem en ontvangen onderwijs en vorming van Hem. Dit gebeurt door zijn woorden, zijn daden en door het delen van zijn leven. Discipel-zijn is onlosmakelijk verbonden met een houding van onderlinge liefde en dienstbaarheid, met het delen van het lijden van Christus en de belofte van heerlijkheid.